5.3 Beenverbindingen

5.3 Beenverbindingen
Thema 5 Stevigheid en beweging
1 / 18
next
Slide 1: Slide
BiologieVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1

This lesson contains 18 slides, with text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

5.3 Beenverbindingen
Thema 5 Stevigheid en beweging

Slide 1 - Slide

Wat weten we al?

Slide 2 - Slide

Leerdoelen 5.2
  • Je kunt de kenmerken van kraakbeenweefsel en beenweefsel noemen en de delen ervan benoemen in een afbeelding
  • Je kunt beschrijven hoe de samenstelling van botten verandert tijdens het leven.

Slide 3 - Slide

Begrippen 5.2
  • Beenweefsel
  • Kalkzouten
  • Kraakbeenweefsel
  • Lijmstof

Slide 4 - Slide

Leerdoelen 5.3
  • Je kunt vier beenverbindingen onderscheiden.
  • Je kunt delen van een gewricht noemen met hun functies.
  • Je kunt de bouw en werking van drie typen gewrichten onderscheiden.

Slide 5 - Slide

Beenverbindingen
Er zijn vier manieren waarop botten met elkaar verbonden kunnen zijn.
  • Vergroeid
  • Naad
  • Kraakbeen
  • Gewrichten

Slide 6 - Slide

Onbeweeglijke verbindingen
  • Het heiligbeen bestaat uit een aantal wervels die met elkaar vergroeid zijn. Deze wervels kunnen niet bewegen. Het staartbeen bestaat ook uit vergroeide wervels.
  • De schedelbeenderen zijn door een naad met elkaar verbonden. Ook tussen deze botten is geen beweging mogelijk.

Slide 7 - Slide

Beweeglijke verbindingen
  • De ribben en het borstbeen zijn door kraakbeen met elkaar verbonden. Hierdoor is er een beetje beweging mogelijk tussen de botten. Dit is nodig als je ademhaalt.
  • De ribben en de wervels zijn door gewrichten met elkaar verbonden. Er is veel beweging mogelijk tussen de botten.

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Bouw van een gewricht 1/2
  • Een gewricht verbindt twee botten met elkaar. 
  • Het ene bot heeft een gewrichtskogel en het andere een gewrichtskom.
  • De gewrichtskogel kan bewegen in de gewrichtskom. 
  • Beide zijn bedekt met een kraakbeenlaagje. 
  • Daardoor kunnen de botten soepel bewegen en is er minder slijtage

Slide 10 - Slide

Bouw van een gewricht 2/2
  • Een gewricht zit meteen gewrichtskapsel aan elkaar vast. Dit houdt de botten op hun plaats.
  • De binnenkant van het gewrichtskapsel geeft gewrichtssmeer af. Dat is een stroperige vloeistof waardoor de botten soepel bewegen.
  • Om veel gewrichten zitten stevige kapselbanden. Deze lopen op verschillende manieren kruislings over het gewrichtskapsel. 
  • De botten blijven zo nog beter op hun plaats zitten.

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Typen gewrichten
Er zijn 3 typen gewrichten:
  • Kogelgewricht: de gewrichtskogel van het ene bot draait in de gewrichtskom van het andere.
  • Rolgewricht: de botten draaien om de lengteas om elkaar heen voor een draaiende beweging.
  • Scharniergewricht: het ene bot beweegt als een scharnier ten opzichte van het andere bot.

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Video

Ik kan nu
  • Je kunt vier beenverbindingen onderscheiden.
  • Je kunt delen van een gewricht noemen met hun functies.
  • Je kunt de bouw en werking van drie typen gewrichten onderscheiden.

Slide 16 - Slide

Begrippen 5.3
  • Gewricht
  • Gewrichtskapsel
  • Gewrichtskogel
  • Gewrichtskom
  • Gewrichtssmeer
  • Kapselbanden
  • Kogelgewricht
  • (verbinding met) Kraakbeen
  • Naad

Slide 17 - Slide

Aan het werk!
Maken opdrachten: 5.3 : 1 t/m 7

Klaar?
Laten checken bij docent, bij goedkeuring nakijken.
Klaar?  Werk laten zien aan docent.
Veel fout? -> Maken test jezelf 5.3
Veel goed? -> Maken 8+ online extra  5.3

 

timer
25:00

Slide 18 - Slide