This lesson contains 31 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 45 min
Items in this lesson
\
Slide 1 - Slide
Slide 2 - Slide
Slide 3 - Slide
Slide 4 - Slide
Slide 5 - Slide
Slide 6 - Slide
timer
3:00
Wat is een trauma? en wat betekent dat voor de zorg?
Slide 7 - Mind map
Slide 8 - Slide
Slide 9 - Slide
timer
2:00
Je ziet iemand met een trauma op straat. wat nu gebeurt er als je 112 belt.
Slide 10 - Mind map
Slide 11 - Slide
Slide 12 - Slide
Slide 13 - Slide
Slide 14 - Slide
Bij dit trauma is er sprake van licht weke delen letsel.
A
ruptuur
B
contusie
C
commotio
D
fractuur
Slide 15 - Quiz
Bij dit trauma is er sprake van een een kneuzing van bot of weke delen
A
ruptuur
B
contusie
C
commotio
D
fractuur
Slide 16 - Quiz
Wanneer er sprake is van een scheur in de aorta door en trauma, noemen we dit een aorta......
A
ruptuur
B
contusie
C
commotio
D
fractuur
Slide 17 - Quiz
Slide 18 - Slide
Slide 19 - Slide
Slide 20 - Slide
stelling: iedere patient met een dwarslaesie heeft dezelfde symptomen
A
waar
B
niet waar
Slide 21 - Quiz
een patient heeft het hoofd gestoten. Bij onderzoek blijkt er een bloeding te zijn in de hersenen. Dit noem je:
A
commotio cerebri
B
contusio cerebri
C
epiduraal haematoom
D
infarcering
Slide 22 - Quiz
Slide 23 - Slide
Slide 24 - Slide
Stelling: Een patient heeft een ongeluk gehad met een stomp trauma in de buik. Als gevolg hiervan heeft patient pijn in de buikt en begint de bloeddruk fors te dalen. Wat is hier meest waarschijnlijk NIET aan de hand?
A
hartinfarct
B
Miltruptuur
C
aortaruptuur
D
acuut nierfalen
Slide 25 - Quiz
Slide 26 - Slide
Slide 27 - Slide
Slide 28 - Slide
een jongetje van 2 is gevallen en heeft nu pijn aan de arm. Verdenking is een botbreuk. wat voor botbreuk is meest waarschijnlijk?