3/4 Zebra + In Gesprek + lezen 3a

Welkom !
1 / 16
next
Slide 1: Slide
NT2Middelbare schoolvmbo g, tLeerjaar 2

This lesson contains 16 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Welkom !

Slide 1 - Slide

Planning 
  • planning deze weken
  • woorden van maandag
  • stillezen
  • opdracht woordenschat
  • In Gesprek nakijken en verder werken
  • NOS Jeugdjournaal kijken
  • zelfstandig werken

Slide 2 - Slide

NT2-rooster tot Pasen
  • maandag  2 uur: lezen + kijken/luisteren (Journaal) + woordenschat/schrijven
  • dinsdag 1 uur: SHZE: lezen + Zebra 
  • donderdag 3 uur: lezen+ Zebra + woordenschat/schrijven + In Gesprek (blz. 34) + zelfstandig werken
  • vrijdag 4 uur: Zebra, lezen, spreken/In Gesprek, luisteren (Klokhuis) + zelfstandig werken
  • dinsdag 8 april=laatste les in de pc's. Eigen spullen + boeken in kluisje leggen.

Slide 3 - Slide

Moeilijke woorden
verrast=verbaasd
gevaar-danger
ontwijkend=uit de weg gaan, ervan weglopen
zakelijk
verkeerde=foute
vreselijk=vervelend/naar
verwend=gewend dat iedereen 'ja' zegt tegen je

Slide 4 - Slide

stillezen
timer
10:00

Slide 5 - Slide

verdeling woorden opdracht woordenschat
OPDRACHT:  betekenis woorden + er een zin mee maken
Natan-Vakari-Mustafa: file, finale, glad, gewond
Daniel-Vlad: dichtbij, drogen, dun, groet (groeten)
Maja-Hilb: elektriciteit, eruitzien, evenement, griep
Maja-Polina: handtekening, hersenen, honger, huid
Mark-Arthur: inschrijven, insect, instructie, inwoner
Malak-Maria: klacht, klus, kraan, langskomen
Eylul-Rama: leidinggevende/manager, liegen, maaltijd, metalen

Slide 6 - Slide

verder met opdracht woordenschat
  • Deze opdracht doe je in tweetallen.
  • Je krijgt een aantal woorden waarvan jullie de betekenis moeten uitleggen en een voorbeeldzin erbij moet bedenken.
  • Je legt deze woorden uit in de les.

Slide 7 - Slide

In Gesprek blz. 32
  • nakijken opdracht blz. 32
  • eerst uitleg voorzetsels

Slide 8 - Slide

Voorzetsels
VOORZETSELS

Slide 9 - Slide

IN          UIT
OP          AF
BOVEN          ONDER
VOOR          ACHTER
DOOR          TEGEN
MET          ZONDER
BIJ          NAAST    
NA          NAAR
OM          OVER
LANGS          VIA   
Zet
ze
er
voor
. . .

Slide 10 - Slide

In Gesprek
  • nakijken opdracht blz 32

Slide 11 - Slide

NOS Jeugdjournaal

Slide 12 - Slide

Zebra: zelfstandig werken

Slide 13 - Slide

opdracht presentatie
Je zoekt iemand met wie je samen een presentatie gaat maken over een plaats in Nederland. De docent kiest de provincie.
 Je gaat reclame maken voor deze plaats, zodat toeristen hier naartoe komen.  Je maakt een Powerpoint. De presentatie bestaat uit de volgende onderdelen:
- waar ligt de plaats, hoe ver reizen vanaf Alphen aan den Rijn
- hoe groot/hoeveel inwoners 
- welk landschap (bos?, strand? , zee?, weilanden?)
-  (toeristische) bezienswaardigheden enz.

Slide 14 - Slide

spreekopdrachten situaties
  • Je heb een kennismakingsgesprek met je nieuwe coach op je nieuwe school. In het gesprek vraagt hij/zij: Stel jezelf voor/vertel iets over je achtergrond (waar kom je vandaan, hoe lang ben je in Nederland, welke scholen heb je gevolgd) , waarom wil je deze opleiding doen, hoe goed is jouw Nederlands. Speel de situatie na.
  • De docent heeft een toets opgegeven voor morgen, maar je hebt niet kunnen leren omdat je opa is overleden en je dus verdrietig was. Je gaat met de docent in gesprek en vraagt wanneer je de toets kan maken. De docent vindt het niet direct goed. Probeer hem ervan te overtuigen dat je je niet kon concentreren. Speel de situatie na.
  • Je hebt een broodje kroket gekocht bij de Mac, maar de kroket smaakt bedorven. Ook zit er geen saus op de kroket. Je gaat terug en vertelt dit aan de verkoper. Maak hem vriendelijk duidelijk dat je een nieuwe kroket wilt. Hij doet eerst moeilijk, maar gaat later akkoord.

Slide 15 - Slide

woorden van maandag
gnoom  (plaatje)                                                     sluizen (plaatje)
mietje=scheldwoord v. bang persoon         slungel=scheldwoord v. lang pers.
knikt->knikken                                                         naar voren duwt (duwen)
snoeren                                                                       vermorzeld=doodgemaakt
lampen
peinzend=denkend
kriebelt->kriebelen
opgezadeld-> zadel op paard (of iemand iets geven negatief)
poetsdoos=om paard te verzorgen

Slide 16 - Slide