Donderdag 27 maart les 1

Welkom
Bij de eerste les Nederlands.


timer
15:00
1 / 30
next
Slide 1: Slide
NederlandsISKISK

This lesson contains 30 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Welkom
Bij de eerste les Nederlands.


timer
15:00

Slide 1 - Slide

Wat gaan we deze les doen?
  • Enquête invullen
  • Grammatica

Slide 2 - Slide

Wat leer je deze les?
1. Ik kan de werkwoorden willen en zullen goed schrijven. 


Slide 3 - Slide

Meertaligheid
Donderdag zijn de thuistaallessen eenmalig in de ochtend van 10-11 uur.


Hempenserweg:
Magan - Somalisch - lokaal 123

Verlengde Schrans:
Ahmad - Arabisch - lokaal 1F










Slide 4 - Slide

Enquête
De link voor het LTO voor ISK: https://nl.research.net/r/LTOISKPJ

Het wachtwoord is: ISK2025!

Ik stuur de link via de mail. 

Slide 5 - Slide

Ga naar blooket
We gaan de werkwoorden kunnen en mogen herhalen. 
Je moet de werkwoorden zelf schrijven. 
Denk aan de hoofdletters aan het begin van de zin!

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Link

Maak een zin met het werkwoord kunnen

Slide 8 - Slide

Kunnen

Slide 9 - Slide

Kunnen
  • Iets wat je goed doet: 
Ik kan goed Nederlands spreken. 

  • Iets wat mogelijk is: 
  • U kunt de auto hier parkeren.  

Slide 10 - Slide

Maak een zin met het werkwoord mogen

Slide 11 - Slide

Mogen

Slide 12 - Slide

Mogen
  • Het is toegestaan
Je mag mij altijd een vraag stellen. 
Wij mogen hier niet roken. 
 

Slide 13 - Slide

Maak een zin met het werkwoord 
willen

Slide 14 - Slide

Willen

Slide 15 - Slide

Willen
  • Iets wat je graag wilt: een wens.
Ik wil vanavond pizza eten. 
Ik wil nog niet naar huis. 

Slide 16 - Slide

Welke zin is goed?
A
Ibrahim wil zaterdag voetballen.
B
Ibrahim wilt zaterdag voetballen.

Slide 17 - Quiz

Welke zin is goed?
A
Wil u mij bellen?
B
Wilt u mij bellen?

Slide 18 - Quiz

Welke zin is goed?
A
Je wil graag helpen.
B
Je wilt graag helpen.

Slide 19 - Quiz

Welke zin is goed?
A
Wil je naar huis?
B
Wilt je naar huis?

Slide 20 - Quiz

Maak een zin met het werkwoord 
zullen

Slide 21 - Slide

Zullen

Slide 22 - Slide

Zullen
  • Het gaat over beloftes, plannen en voorstellen
Ik zal een afspraak met hem maken. 
Ik zal hem ophalen. 
Ik zal me aan u voorstellen.  

Slide 23 - Slide

Welke zin is goed?
A
Zal we gaan winkelen?
B
Zullen we gaan winkelen?

Slide 24 - Quiz

Welke zin is goed?
A
Olga heeft een nieuw huis. Zij zal wel blij zijn.
B
Olga heeft een nieuw huis. Zij zullen wel blij zijn.

Slide 25 - Quiz

Welke zin is goed?
A
Het is warm. Zal je genoeg drinken?
B
Het is warm. Zul je genoeg drinken?

Slide 26 - Quiz

Welke zin is goed?
A
Ik zal een kop koffie voor je kopen.
B
Ik zullen een kop koffie voor je kopen.

Slide 27 - Quiz

Slide 28 - Link

Opdracht
Maken 
DISK Grammatica 2.11 Willen + 2.12 Zullen

Klaar? Werk verder aan grammatica. 

Slide 29 - Slide

Einde les
  1. Ik kan de werkwoorden willen en zullen goed schrijven. 



Slide 30 - Slide