Gebruik van het Engelse werkwoord 'to be' in de bevestigende, ontkennende en vragende vorm
Gebruik van het Engelse werkwoord 'to be' in de bevestigende, ontkennende en vragende vorm
1 / 11
next
Slide 1: Slide
This lesson contains 11 slides, with interactive quizzes and text slides.
Items in this lesson
Gebruik van het Engelse werkwoord 'to be' in de bevestigende, ontkennende en vragende vorm
Slide 1 - Slide
This item has no instructions
Leerdoelen
Aan het einde van de les kun je het Engelse werkwoord 'to be' in de bevestigende vorm gebruiken.
Aan het einde van de les kun je het Engelse werkwoord 'to be' in de ontkennende vorm gebruiken.
Aan het einde van de les kun je het Engelse werkwoord 'to be' in de vragende vorm gebruiken.
Slide 2 - Slide
This item has no instructions
Wat weet je al over het gebruik van het Engelse werkwoord 'to be'?
Slide 3 - Mind map
This item has no instructions
Inleiding
In deze les gaan we stap voor stap leren hoe we het Engelse werkwoord 'to be' kunnen gebruiken in de bevestigende, ontkennende en vragende vorm. We zullen de verschillende vormen en het juiste gebruik ervan in verschillende contexten onderzoeken.
Slide 4 - Slide
This item has no instructions
Het Engelse werkwoord 'to be' in de bevestigende vorm
Bevestigende vorm: een manier om een verklaring of feit te bevestigen.
Slide 5 - Slide
This item has no instructions
Het Engelse werkwoord 'to be' in de ontkennende vorm
Ontkennende vorm: een manier om een verklaring of feit te ontkennen.
Slide 6 - Slide
This item has no instructions
Het Engelse werkwoord 'to be' in de vragende vorm
Vragende vorm: een manier om een vraag te stellen.
Slide 7 - Slide
This item has no instructions
Samenvatting
Bevestigende vorm: gebruik om een verklaring of feit te bevestigen.
Ontkennende vorm: gebruik om een verklaring of feit te ontkennen.
Vragende vorm: gebruik om een vraag te stellen.
Slide 8 - Slide
This item has no instructions
Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.
Slide 9 - Open question
De leerlingen voeren hier drie dingen in die ze in deze les hebben geleerd. Hiermee geven ze aan wat hun eigen leerrendement van deze les is.
Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.
Slide 10 - Open question
De leerlingen voeren hier twee dingen in waarover ze meer zouden willen weten. Hiermee vergroot je niet alleen betrokkenheid, maar geef je hen ook meer eigenaarschap.
Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.
Slide 11 - Open question
De leerlingen geven hier (in vraagvorm) aan met welk onderdeel van de stof ze nog moeite. Voor de docent biedt dit niet alleen inzicht in de mate waarin de stof de leerlingen begrijpen/beheersen, maar ook een goed startpunt voor een volgende les.