Stofwisseling (H11)

Welkom
Tas van tafel
Laptop + Binas pakken
Ga in deze Lesson-Up
1 / 24
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Welkom
Tas van tafel
Laptop + Binas pakken
Ga in deze Lesson-Up

Slide 1 - Slide

Stofwisseling
Alle dissimilatie en assimilatieprocessen in een cel.

Afhankelijk van:
Hoeveelheid energie beschikbaar (zuurstof/glucose)
Temperatuur
pH

Slide 2 - Slide

Enzymen
Assimilatie = de stapsgewijze opbouw van grote complexe moleculen uit eenvoudige moleculen
Energie is nodig bij assimilatie


Dissimilatie = de stapsgewijze afbraak van grote complexe moleculen in eenvoudige moleculen
Energie komt vrij bij dissimilatie

Slide 3 - Slide

Enzymactiviteit
Afhankelijk van temperatuur en pH

Hoe warmer, hoe actiever enzymen zijn. 
Te warm?

 Denaturatie = onomkeerbare structuurverandering. Enzym werkt niet meer.


Slide 4 - Slide

Aerobe dissimilatie
Aerobe dissimilatie wordt ook wel verbranding genoemd

Favoriete brandstof
van je lichaam = glucose (deze les)


Andere bronnen zijn polysachariden, eiwitten en vetten 

Slide 5 - Slide

Welk celorganel doet aan aerobe dissimilatie van glucose?

Slide 6 - Open question

Aerobe dissimilatie
Bij dit proces komen warmte-energie, chemische energie (ATP), H2O en CO2 vrij.


Slide 7 - Slide

Stap 1 - glycolyse
  • Glucose wordt doormidden gesplitst in 2 moleculen pyrodruivenzuur (in stapjes, bij ieder stapje een enzym)

  • Deze stap kan zonder zuurstof (anaeroob)

  • In het cytoplasma, net buiten de mitochondria.

  • Hierbij komt genoeg energie vrij om 2 moleculen ATP te vormen.

Slide 8 - Slide

Stap 2&3 - in mitochondrium
  • De twee pyrodruivenzuren moleculen worden verder afgebroken

  • Hierbij komt genoeg energie vrij om 36 moleculen ATP te vormen.

  • Ook worden er hier 6 CO2 en 6 H2O moleculen gevormd

  • Deze stap moet met zuurstof

Slide 9 - Slide

Hoeveel ATP wordt er gevormd in het mitochondrium bij de aerobe dissimilatie van glucose?
A
2
B
34
C
36
D
38

Slide 10 - Quiz

Vul op de stippellijntjes de juiste getallen in.

.... zuurstof + .... glucose + .... ADP + .... P = ....water + ....koolstofdioxide + .... ATP

Noteer je antwoord als: ... + ... + ... + ... = ... + ... + ...

Slide 11 - Open question

Er is in de cel glucose aanwezig voor dissimilatie. Er ontbreekt echter zuurstof (anaeroob). Hoeveel ATP kan er dan gevormd worden?

Slide 12 - Open question

Anaerobe dissimilatie
van glucose
Wordt ook wel gisting genoemd

Gebeurt in het cytoplasma

Deze kan op twee manieren
Melkzuurgisting & Alcoholgisting

Komt vrijwel elk examen terug

Slide 13 - Slide

Bekijk binas tabel 68A. Welke twee stoffen kunnen gevormd worden van pyrodruivenzuur als er geen zuurstof aanwezig is?

Slide 14 - Open question

Slide 15 - Slide

Alcoholgisting
Gisten (schimmels) zetten glucose om in ethanol

Glucose + 2 ADP + 2 P->
2 Ethanol + 2 Koolstofdioxide + 2 ATP




= anaeroob

Slide 16 - Slide

Dissimilatie tot nu toe
Dieren (aeroob)
Glucose + 6 zuurstof + 38ADP + 38P-> 6 koolstofdioxide + 6 water + 38 ATP


Dieren & bacterie (anaeroob)
Glucose + 2 ADP + 2P -> 2 Melkzuur + 2 ATP


Gisten (schimmels) (anaeroob)
Glucose + 2 ADP + 2P -> 2 Ethanol + 2 Koolstofdioxide + 2 ATP


Slide 17 - Slide

Xander krijgt tijdens gym een cijfer voor zijn hinkstapsprong. Om een extra goede sprong te doen neem hij een enorme lange aanloop. Tijdens zijn lange aanloop en hinkstapsprong vindt in zijn beenspieren anaërobe dissimilatie plaats. Welke van de stoffen alcohol, koolstofdioxide, melkzuur en water komt of komen in deze spieren vrij bij dat proces?
A
Alleen melkzuur
B
Alleen alcohol en koolstofdioxide
C
Alleen koolstofdioxide en water
D
Melkzuur, koolstofdioxide en water

Slide 18 - Quiz

In welk seizoen zal een ringslang een hogere stofwisseling hebben. Leg je antwoord uit. (H4)

Slide 19 - Open question

Tijdens een voetbalwedstrijd zal er minder bloed naar de darmen stromen.
a. Leg uit dat er hierdoor een energiegebrek ontstaat in de darmen. (H11)
b. Wat zal daar het gevolg van zijn? (H12)
c. Welk soort zenuwstelsel zal hier verantwoordelijk voor zijn? (H4)

Slide 20 - Open question

Tbc-bacteriën worden echter niet afgebroken door de stoffen uit het lysosoom, doordat ze stoffen uitscheiden die de pH in het fagosoom verhogen.

a. Verklaar waardoor de bacteriën niet worden afgebroken als de pH in het fagosoom verandert. (H11)
b. Horen fagosomen bij de specifieke of a-specifieke afweer? (H10)
c. Lysosomen ontstaat vanuit een ander celorganel in de cel. Welke? (H1)

Slide 21 - Open question

De haai komt terecht in een toestand van ‘tonische immobiliteit’ : de haai is nog wel bij bewustzijn, maar kan zich niet meer bewegen. Witte haaien ademen door te zwemmen met hun bek open. Zuurstofrijk water stroomt dan voortdurend langs de kieuwen. Als de tonische immobiliteit bij een witte haai aanhoudt, raakt het dier na ongeveer 15 min. bewusteloos. Verklaar dit.

Slide 22 - Open question

a. Noem het proces in ons lichaam waarbij de meeste warmte ontstaat. (H1)

Slide 23 - Open question

a. Meestal hoef je niet alle glucose in je lichaam te verbranden. Wat doet je er lichaam er dan mee? (H11).
b. Welk hormoon helpt hierbij? (H6)
c. Waar wordt dit hormoon geproduceerd? (H6)

Slide 24 - Open question