3M 6.4 Biologisch evenwicht

1 / 13
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

This lesson contains 13 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Startopdracht - Zelfstandig stil

1. Geef de formule voor fotosynthese
2. Geef de formule voor verbranding
  1. Loop rustig het lokaal binnen en praat zachtjes
  2. Ga zitten op je stoel
  3. Je jas hang je over je stoel
  4. Pak je chromebook, boek, schrift + pen

timer
3:00

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Startopdracht 

1. Geef de formule voor fotosynthese


2. Geef de formule voor verbranding
Antwoorden

1. 
Koolstofdioxide + water + zonlicht (energie) --> glucose + zuurstof

2.
Glucose + zuurstof --> energie + koolstofdioxide + water

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Ecologie

  • 6.1 Eten en gegeten worden 
  • 6.2 Piramiden
  • 6.3 Koolstofkringloop en stikstofkringloop
  • 6.4 Biologisch evenwicht
  • 6.5 Aanpassing bij dieren
  • 6.6 Aanpassing bij planten

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen
  • Je kunt de invloeden op organismen indelen in biotische en abiotische factoren.
  • Je kunt de niveaus van ecologie beschrijven.
  • Je kunt aangeven hoe de grootte van een populatie wordt beïnvloed door biotische en abiotische factoren.

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Bliksembeurten
Biotische factoren
Abiotische factoren
In een ecosysteem

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Populatiegrootte

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

De populatiegrootte verandert constant

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Populatiegrootte
De populatiegrootte is het aantal organismen in een populatie. 

De populatiegrootte hangt af van: de invloeden uit de omgeving, dus van biotische en a-biotische factoren.

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Optimumkromme
De invloed van abiotische factoren kan worden 
weergegeven in een optimumkromme.
Hieruit kan je onderscheiden:
  • Minimum (minimaal nodig om te overleven)
  • Optimum (de grootste kans om te overleven en nakomelingen te krijgen)
  • Maximum (het maximale wat een organisme aankan om te overleven) 
  • Tolerantiegebied (het deel tussen minimum en optimum)

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Optimumkromme       (optimum = beste omstandigheden)

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Optimumkromme
Het diagram geeft de optimumkromme voor een organisme
Bij de ideale temperatuur (in dit geval 22 graden) is de kans op overleven en voortplanten het grootst.

Onder de 5 graden (= minimum)
en boven de 38 graden 
(= maximum) overleeft dit 
organisme het niet. 

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Huiswerk

Lezen 6.4
Maken opdracht 1 t/m 3 en 5 t/m 8





Slide 13 - Slide

Klaar: puzzel laten maken