2.9 Gebiedende wijs

Talent 2.9 - les 2


 De gebiedende wijs
1 / 21
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Talent 2.9 - les 2


 De gebiedende wijs

Slide 1 - Slide

Resultaten oefentoets 1
Toch nog even extra oefenen....

Slide 2 - Slide

Persoonsvorm verleden tijd zwakke werkwoorden

Slide 3 - Slide

Alle tijden in een stroomschema:

Slide 4 - Slide

Sterk of zwak?

DENKEN
A
Sterk werkwoord
B
Zwak werkwoord

Slide 5 - Quiz

tennissen
A
Sterk werkwoord
B
Zwak werkwoord

Slide 6 - Quiz

Schrijf 3 zwakke werkwoorden op

Slide 7 - Mind map

Verhuizen
Geef me de stam
en de verleden tijd van 'ik'

Slide 8 - Mind map

Verven
Geef me de stam
en de verleden tijd van 'jij'

Slide 9 - Mind map

Lozen
Geef me de stam
en de verleden tijd van 'hij'

Slide 10 - Mind map

Zeven
Geef me de stam
en de verleden tijd van 'het meisje'

Slide 11 - Mind map

Welk woord is hier de persoonsvorm?
De hond wordt door de buurman uitgelaten.

Slide 12 - Open question

kleven (vt)
De stickers […] aan het raam.

Slide 13 - Open question

Faxen (vt)
De meeste bedrijven [...] niet meer met hun klanten.

Slide 14 - Open question

Sterk of zwak?

BIJTEN
A
sterk
B
zwak

Slide 15 - Quiz

Sterk of zwak?
verhuizen
A
sterk
B
zwak

Slide 16 - Quiz

Wij verhui....... (vt) vroeger met regelmaat.

Slide 17 - Open question

Gebiedende wijs

De ik-vorm gebruik je bij stam+t, maar ook bij de 

gebiedende wijs.


Die gebruik je als je iemand een opdracht, instructie

of commando geeft:

 
Werk! 
Ga! Ren! Loop door! Klop de slagroom...

Slide 18 - Slide

Gebiedende wijs
Loop eens door! (ik loop) = commando

Val niet van je fiets! (ik val) = waarschuwing

Maak je opdracht af ! (ik maak) = opdracht

Slide 19 - Slide

Oefenen gebiedende wijs

Ga naar pagina 146 van je boek en geef steeds drie voorbeelden van de gebiedende wijs in de rechter kolom. 


Heb je al af?

Werk dan verder aan de weektaak.

We gaan over 5 minuten verder met opdracht 4/5.

Slide 20 - Slide

Snap je het verschil tussen zwakke en sterke werkwoorden?
😒🙁😐🙂😃

Slide 21 - Poll