1.1 Tijd is geld (HAVO 4)

1.1 Tijd is geld
lh4.ec1
1 / 19
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 19 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

1.1 Tijd is geld
lh4.ec1

Slide 1 - Slide

Planning 
- Toets bespreking
- Terugblik periode 3 + vooruitblik periode 4
- Uitleg paragaaf 1.1 van module 4
- Aan de slag 
- Terugblik en afsluiting 

Slide 2 - Slide

Toets bespreking 
- Terugblik toets PWW3
- Reacties uit de groep
- Na de instructie 
- In groepjes op individuele behoeften 

Slide 3 - Slide

Terugblik periode 3
- Tweede periode (Heel module 3)
- Toetsweek 
- Blaadje 
- Tips en tops 
- Individueel 
timer
3:00

Slide 4 - Slide

Vooruitblik periode 2
- Heel M4 Heden, verleden en toekomst
- Studiewijzer en leerdoelen 
- Inhaaltoetsen
- Andere klassen 

Slide 5 - Slide

Leerdoelen 1.1 
- Je legt uit dat tijd een waarde heeft en maakt onderscheid tussen algemene prijs van tijd en de individuele prijs van tijd
- Je kunt de rol van de depositorente en reprorente verklaren
- Je legt het verschil tussen voorraadgrootheden en stroomgrootheden uit

Slide 6 - Slide

Waar denken jullie aan bij ruilen over de tijd in combinatie met heden, verleden en toekomst?

Slide 7 - Mind map

De waarde van tijd
- Tijd
- Produceren
- Auto's 
- Consumeren 
- Consumentensurplus 

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Video

Ruilen jullie wel is over de tijd? Hebben jullie daar een voorbeeld van?

Slide 10 - Mind map

Dean en Mats willen allebei een nieuwe scooter. Beide willen ze geld lenen, maar Dean is extra ongeduldig en wil zo snel mogelijk die nieuwe scooter. Hij is bereid om een hogere rente over zijn lening te betalen. Wat betekent dit voor zijn individuele prijs van tijd?

Slide 11 - Mind map

Individuele prijs van tijd v.s. algemene prijs van tijd 
- Je besluit je zakgeld te sparen op een spaarrekening met rente, in plaats van het direct uit te geven.
- Een ondernemer neemt een lening om zijn bedrijf uit te breiden, waarbij hij rente betaalt aan de bank.
- Een student kiest ervoor om een bijbaantje te nemen en het verdiende geld te sparen voor de universiteit.
- De centrale bank verhoogt de rentevoeten om inflatie te bestrijden.


Slide 12 - Slide

Vermogensmarkt
- Vraag en aanbod van financieel kapitaal
- Abstracte markt
- Reprorente (rente tegen leningen bij de CB door algemene banken)
- Algemene banken en depositorekening bij de CB
- Depositorente voor algemene banken van CB
- Depositorente lager dan de reprorente 

Slide 13 - Slide

Economisch redeneren 
Als de rente laag is, wordt het (1) voor banken om geld te lenen, waardoor ze geneigd zijn (2) leningen te verstrekken aan bedrijven en consumenten. Dit kan de economische groei (3). Aan de andere kant kan een (4) rente de leningen duurder maken, waardoor de economische activiteit wordt (5). Waardoor de vraag naar producten zal (6). 


1: duurder / goedkoper
2: meer / minder
3: afremmen / stimuleren
4: hoge / lage
5: afgeremd / gestimuleerd
6: stijgen / dalen

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Video

Waarom zou een stroomgrootheid overeen komen met een film en een voorraadgrootheid met een foto? Geef van beide grootheden een voorbeeld.

Slide 16 - Mind map

Aan de slag!
- Lees paragaaf 1.1 door en maak de opdrachten 1 T/M 5. 



Slide 17 - Slide

Leerdoelen 1.1 
- Je legt uit dat tijd een waarde heeft en maakt onderscheid tussen algemene prijs van tijd en de individuele prijs van tijd 
- Je kunt de rol van de depositorente en reprorente verklaren 
- Je legt het verschil tussen voorraadgrootheden en stroomgrootheden uit

Slide 18 - Slide

Terugblik en afsluiting
  • Terugblik periode 3/ opstart van periode 4
  • Paragaaf 1.1 
  • Volgende les!
  • vragen? opmerkingen? 

Slide 19 - Slide