OEFENEN TOETS Keuzevak: Voorkomen van ongevallen en EHBO

Toets: Werken aan veiligheid en EHBO
1 / 36
next
Slide 1: Slide
Zorg en WelzijnMiddelbare schoolvmbo b, k, gLeerjaar 4

This lesson contains 36 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Toets: Werken aan veiligheid en EHBO

Slide 1 - Slide

Wat zijn de 5 basisregels bij EHBO? Denk er aan, ook de volgorde is belangrijk! Wees zo volledig mogelijk.

Slide 2 - Open question

Welke activiteiten doet het oranje kruis? Meerder antwoorden mogelijk.
A
3fm serious request 2016 vroeg aandacht voor het tegengaan van longontsteking bij kinderen. de organisatie die hierbij betrokken was , was het oranje kruis
B
de uitgave ' eerste hulp bij sportongelukken' is verzorgd door het oranje kruis
C
Het oranje kruis organiseert een studiedag over debat; altijd reanimeren
D
met steun van het prinses Margriet Fonds is het rode kruis actief voordat een ramp plaatsvindt.

Slide 3 - Quiz

Bij verslikken
A
komt het voedsel in de slokdarm terecht
B
komt het voedsel in de luchtpijp terecht

Slide 4 - Quiz

Een klasgenoot verstikt zich in een snoepje, wat doe jij om te helpen?
A
Hem water laten drinken
B
hem aanzetten tot hoesten, 5 rugslagen, 5 buikstoten
C
3 rugslagen en 3 buiksoten
D
112 bellen

Slide 5 - Quiz

Hoe heet dit gewricht?
A
Rolgewricht
B
Scharniergewricht
C
Kogelgewricht
D
Enkel

Slide 6 - Quiz

Welk gewricht zie je op de afbeelding?
A
Balgewricht
B
Kogelgewricht
C
Rolgewricht
D
Scharniergewricht

Slide 7 - Quiz

Wat is een voorbeeld van een "kogelgewricht"?
A
Schouder
B
Knie
C
Pols
D
Enkel

Slide 8 - Quiz

Welk soort gewricht zit er in je knie?
A
Kogelgewricht
B
Scharniergewricht
C
Rolgewricht

Slide 9 - Quiz

Welk nummer geeft het scharniergewricht aan?
A
1
B
2
C
4
D
3

Slide 10 - Quiz

Een voorbeeld van een scharniergewricht is:
A
pols
B
vinger
C
schouder
D
enkel

Slide 11 - Quiz

Hoe heet de methode waarop je op een snelle en goede manier de vitale functies kan controleren van het slachtoffer?
A
Functie methode
B
ABC methode
C
EHBO Methode

Slide 12 - Quiz

ABC methode



A: Ademhaling  (Longen)

B: Bewustzijn    (Hersenen)

C: Circulatie       (Hart)

Slide 13 - Slide

Wat betekend 'steriel'?
A
vrij van bacteriën
B
ontsmetten
C
schoongemaakt
D
vrij van stof

Slide 14 - Quiz

Welke brandwond zie je hier?
A
eerste graads
B
tweede graads
C
derde graads

Slide 15 - Quiz

Bij welke brandwond voelt het slachtoffer geen pijn op de verbrandde plek?
A
eerste graads
B
tweede graads
C
derde graads

Slide 16 - Quiz

Wat doet een AED? Sleep de juiste antwoorden naar het vak: AED
AED
hartslag meten
beoordelen of het nodig is een schok toe te dienen
schok geven
112 bellen
hartmassage geven
beademen

Slide 17 - Drag question

Waar komt zuurstofrijk bloed het hart binnen?
A
linker kamer
B
rechter kamer
C
linker boezem
D
rechter boezem

Slide 18 - Quiz

                       Mevrouw Schepers verstuikt haar enkel.
Sleep de juiste antwoorden naar de vakjes met de bijbehorende nummers
Je behandelt de enkel door zo snel mogelijk te .......1..........
Een verstuikte enkel verbind je met een .........2..........
Om verband aan te leggen moet de voet in een hoek van .....3.......

1
2
3
1.   koelen
1.   verwarmen
2. drukverband
2. rekverband
2. snelverband 
3.    50 graden
3.    90 graden
3.     120 graden

Slide 19 - Drag question

Waarom leg je iemand in een stabiele zijligging?
A
Om te voorkomen dat de tong in de luchtpijp zakt.
B
Om te voorkomen dat iemand bewusteloos wordt.
C
Om te voorkomen dat iemand een hartstilstand krijgt.
D
Om te voorkomen dat iemand in een shock raakt.

Slide 20 - Quiz

Kies het juiste woord door deze naar de bijbehorende zin te slepen.
Als iemand een bloedneus heeft moet hij ................ zijn neus 1x snuiten.
Bij een bloedneus moet je ........................................ gaan zitten.
Bel de arts als het na .................... minuten nog niet gestopt is met bloeden.
wel
niet
voorover
achterover
5
10

Slide 21 - Drag question

Wat moet je als eerste doen als iemand oogletsel heeft door bijvoorbeeld vuurwerk waarbij het oog zelf nog intact is?
A
112 bellen
B
het oog spoelen
C
oog afplakken
D
oog open houden

Slide 22 - Quiz

Bekijk de afbeelding. Beschrijf minimaal 10 onveilige situaties.
Bekijk de afbeelding. Beschrijf minimaal 10 onveilige situaties.

Slide 23 - Open question

Voordat je dit verband aanlegt moet je eerst spoelen met water. Welk verband wordt hier bedoeld?
A
dekverband
B
snelverband
C
wonddrukverband
D
drukverband

Slide 24 - Quiz

Als iemand in shock is mag je hem geen eten of drinken geven. Waarom niet?
A
Dan kan hij niet geopereerd worden
B
Dan wordt hij misselijk
C
Dan gaan de spijsverteringsorganen weer werken en dat moet juist niet
D
Dan gaat het hart sneller kloppen

Slide 25 - Quiz

Hoe kun je controleren of iemand nog ademt? Meerdere antwoorden zijn juist. Sleep de nummers van de juiste zinnen naar het gele vak.

1. Door je hand op zijn borst/buik te leggen
2. Door zijn polsslag te voelen
3. Door je oor voor zijn mond en neus te leggen
4. Door in zijn lies te voelen naar zijn hartslag
5. Door in zijn hals te voelen naar zijn hartslag
6. Door te kijken naar zijn buik of deze op en neer gaat
7. Door in de mond te kijken
ademhalingcontrole
1
2
3
4
5
6
7

Slide 26 - Drag question

Wat hoort bij verstikken. Sleep het juiste antwoord naar de bijbehorende zin.
Iemand die verstikt wordt.......
Iemand die vertikt hoest.......
Iemand die verstikt kan .............. praten
onrustig
rustig
wel
niet
wel
niet

Slide 27 - Drag question

Waar staat de afkorting BHV voor?
A
BedrijfsHulpVerlening
B
BedrijfsHulpVaardig
C
BuitenHulpVerlening
D
BedrijfHulpVerzorging

Slide 28 - Quiz

Je loopt over straat en ziet een oudere meneer op de grond liggen, in de volle zon. Hij heeft duidelijk pijn. Je kijkt om je heen en ziet dat de situatie ter plekke veilig is.

Wat is de volgende stap die je neemt?
A
Je laat iemand 112 bellen
B
Je verplaatst meneer naar de schaduw
C
Je vraagt meneer wat er gebeurt is
D
Je belt zelf 112

Slide 29 - Quiz

 Leg onderstaande begrippen uit
1. Vergiftiging
2. Huidverbranding
3. Vluchtroute
4. Warming-up
5. ABC-methode
6. Ontsmetten
7. Shock.
8. Wonddrukverband

Slide 30 - Slide

De zon schijnt en het is bijna 40 graden. Toch wordt de voetbalwedstrijd gespeeld. Eén van de spelers wordt bevangen door de hitte. Hij toont verschijnselen van verwardheid, heeft een snelle hartslag, een verstoorde ademhaling en is niet meer goed aanspreekbaar.''
A
112 bellen, het slachtoffer naar een koele ruimte brengen en het slachtoffer koelen met coldpacks en in ijs water gedrenkte handdoeken.
B
112 bellen, het slachtoffer iets te eten en te drinken geven en hem weer verder laten meespelen.
C
Het slachtoffer aan de kant en in de zon laten zitten, op de ademhaling letten en pas bij dreigende bewusteloosheid 112 bellen.
D
Het slachtoffer in de schaduw laten zitten en voorkomen dat het lichaam onderkoeld raakt.

Slide 31 - Quiz

Vijf basis regels EHBO
  • Let op gevaar.
  • Ga na wat is er gebeurd en wat iemand mankeert.
  • Stel het slachtoffer gerust en zorg voor beschutting.
  • Zorg voor professionele hulp.
  • Help het slachtoffer op de plaats waar hij ligt of zit.

Slide 32 - Slide

 Een bewusteloos slachtoffer benader je aan de kant van het gezicht. Je spreek het slachtoffer aan om te kijken of er reactie is. Welke stappen zet je als je ziet dat:

A. Er geen ademhaling is
B. Er wel een ademhaling is

Slide 33 - Slide


Is deze brandwond
A
1e graads
B
2e graads
C
3e graads
D
1e graads en 2de graads

Slide 34 - Quiz

Brandwonden moet je
A
10 min koelen met ijs
B
10 min koelen met koud water
C
10 min koelen met lauw water
D
alleen insmeren met after sun

Slide 35 - Quiz

Wat moet je doen met iemand die brandwonden heeft?
A
Het slachtoffer in een blusdeken wikkelen.
B
Niets doen en wachten op hulp.
C
Even koelen met water en dan warm inpakken.
D
Direct onder lauw water koelen.

Slide 36 - Quiz