Spellingsles 18-03-2025

Wij drinken elke ochtend samen koffie.
A
verleden tijd
B
tegenwoordige tijd
C
voltooide tijd
1 / 22
next
Slide 1: Quiz
SpellingBasisschoolGroep 6

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 20 min

Items in this lesson

Wij drinken elke ochtend samen koffie.
A
verleden tijd
B
tegenwoordige tijd
C
voltooide tijd

Slide 1 - Quiz

Ik heb vanmiddag geluncht.
voltooide tijd
tegenwoordige tijd
verleden tijd

Slide 2 - Drag question

Ik werkte gisteren tot laat.
voltooide tijd
tegenwoordige tijd
verleden tijd

Slide 3 - Drag question

Tegenwoordige tijd
 Ik - jij ?                                  
jij - u - hij - zij - het       
wij - jullie - zij                 
stam
stam + t
hele ww

Slide 4 - Slide

Mama .... (bereiden t.t.) het eten.
A
bereid
B
bereidt
C
bereit
D
bereiden

Slide 5 - Quiz

Verleden tijd
Klankverandering werkwoord
gaan --> ging
lopen --> liepen

Slide 6 - Slide

De man .... (eten v.t.) graag vleesvervangers.
A
at
B
eet
C
eten
D
gegeten

Slide 7 - Quiz

Voltooid tijd
Hulpwerkwoorden: zijn, hebben en worden

Slide 8 - Slide

Ariane heeft gisteren de marathon (lopen v.d.w).
A
liep
B
lopen
C
gelopen
D
liepen

Slide 9 - Quiz

Er ... (hangen v.t.) genoeg peren in de boom.
A
hing
B
hingen
C
hangt

Slide 10 - Quiz

...(Schudden t.t.) mij niet zo door elkaar!
A
Schud
B
Schudt
C
Schudden

Slide 11 - Quiz

Zij studeert voor haar examens.
voltooide tijd
tegenwoordige tijd
verleden tijd

Slide 12 - Drag question

... (Antwoorden t.t.) je helemaal niet meer op mijn email?
A
Antwoordt
B
Antwoorden
C
Antwoord

Slide 13 - Quiz

Jasmijn ... (vangen v.t.) de bal, waardoor we de wedstrijd konden winnen.
A
vangde
B
vangt
C
ving

Slide 14 - Quiz

Ik ben naar de winkel geweest.
voltooide tijd
tegenwoordige tijd
verleden tijd

Slide 15 - Drag question

De kaarsen ... (druipen v.t.) de hele tijd
A
dropen
B
druipt
C
druipen

Slide 16 - Quiz

Op welke manier ... (braden t.t.) jij het vlees?
A
braad
B
braadt
C
braden

Slide 17 - Quiz

Wij hebben de auto gewassen. 
voltooide tijd
tegenwoordige tijd
verleden tijd

Slide 18 - Drag question

De lerares ... (kiezen v.t.) een kind uit om even op te letten.
A
kiest
B
koos
C
kozen

Slide 19 - Quiz

Voltooide tijd
Verleden tijd
Tegenwoordige tijd
Ik heb de dief gezien.
Hij rende de steeg in .
Ik kwam op het journaal.
Het staat in de krant.

Slide 20 - Drag question

welke tijd is de zin?
tegenwoordige tijd
verleden tijd
voltooide tijd
wij hebben ontbeten
hij roept
jullie dansten

Slide 21 - Drag question

tegenwoordige tijd
verleden tijd
voltooide tijd
vermeed hij?
ik heb bedacht
zij verbiedt

Slide 22 - Drag question