This lesson contains 12 slides, with text slides and 1 video.
Lesson duration is: 50 min
Items in this lesson
Hoofdstuk 1 (4)
Slide 1 - Slide
Leerdoelen
Je kunt de volgende begrippen omschrijven: • gevangenendilemma • dominante strategie • speltheorie • bindende afspraak
Je kunt situaties herkennen waarin zich een gevangenendilemma voordoet.
Je kunt verklaren waarom de spelers in een gevangenendilemma niet kiezen voor samenwerking.
Je kunt voorspellen wat de uitkomst is van een gevangenendilemma.
Slide 2 - Slide
Planning
Uitleg paragraaf 1.3
Bespreken opdrachten 1.10 t/m 1.13
Oefenen met een opdracht over het gevangenendilemma
Terugkomen op de leerdoelen
Slide 3 - Slide
Levensfasen
kinderfase
ouderfase
grootouderfase
Keuzes van de ene generatie hebben gevolgen voor de andere generaties.
Slide 4 - Slide
Bespreken
Opdracht
1.10
t/m
1.13
Slide 5 - Slide
Dominante strategie
De strategie die het beste resultaat oplevert, ongeacht de keuze van de andere speler(s).
Slide 6 - Slide
Gevangenendilemma
Een uitkomst waarin beide partijen voor hun eigen belang gaan terwijl dit niet de beste uitkomst zal zijn.
Slide 7 - Slide
Bindende afspraak
Een afspraak waar je niet van af kunt of niet onderuit kunt.
In de speltheorie: men heeft van tevoren afgesproken een bepaalde strategie te volgen.
Slide 8 - Slide
Opdracht winkel Boerkool en Van Erp
1. Wat is de dominante strategie van Boerkool?
2. Wat is de dominante strategie van Van Erp?
3. Is hier sprake van een gevangenendilemma?
timer
9:00
Slide 9 - Slide
Beantwoording
De dominante strategie van Boerkoop is ‘wel uitverkoop’. Ongeacht de keuze van Van Erp levert ‘wel uitverkoop’ voor Boerkoop het beste resultaat op. Immers € 7000 > € 5000 en € 4000 > € 2000.
De dominante strategie van Van Erp is ‘wel uitverkoop’. Ongeacht de keuze van Boerkoop levert ‘wel uitverkoop’ voor Van Erp het beste resultaat op. Immers € 7000 > € 5000 en € 4000 > € 2000 .
Slide 10 - Slide
Beantwoording
3. Er is inderdaad sprake van een gevangenendilemma omdat de evenwichtssituatie een suboptimale uitkomst (€ 4000 ; € 4000) is, omdat beide winkels hun pay-off kunnen vergroten door geen uitverkoop te houden (€ 5000 ; € 5000).