Herhalen grammatica H1, 2 en 3

WELKOM 

bij Nederlands 



1 / 15
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo t, havoLeerjaar 2

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

WELKOM 

bij Nederlands 



Slide 1 - Slide

Planning vandaag
  • Periode C
  • Herhalen verwijswoorden
  • Oefenen Grammatica (blooket)

Slide 2 - Slide

Periode C
Grammatica
toets: ma 10 maart


Zakelijk schrijven
inleveren: vr 11 april



Schrijf dit meteen in je daltonplanagenda! 

Slide 3 - Slide

Grammatica toets 
Wat moet je leren? 

H1: samengestelde zinnen (en voegwoorden)
H2: woordsoorten
H3: verwijswoorden 



Schrijf dit meteen in je daltonplanagenda!


Slide 4 - Slide

H1: Samengestelde zinnen

Noem een voegwoord.

Slide 5 - Open question

Maak een samengestelde zin met daarin twee voegwoorden.

Slide 6 - Open question

H2: Woordsoorten

Wat zijn zelfstandige naamwoorden?
A
de, het, een
B
rood, groen, geel
C
fiets, koe, paard

Slide 7 - Quiz

'Veel ' en 'weinig' zijn bijvoeglijk naamwoorden.

Een bijvoeglijk naamwoord zegt iets over:
A
een zelfstandig naamwoord
B
een werkwoord
C
een stoffelijk naamwoord
D
een lidwoord

Slide 8 - Quiz

Welk bijvoeglijk naamwoord is een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord?
A
De lelijke kast
B
De metalen kast
C
De grijze kast
D
De oude kast

Slide 9 - Quiz

H3: Verwijswoorden

Verwijs correct
A
De mooiste trui DIE ik ooit heb gehad
B
De mooiste trui DAT ik ooit heb gehad

Slide 10 - Quiz

Met 'die' verwijs je naar een het-woord.
A
waar
B
niet waar

Slide 11 - Quiz

hebben 
een ticket
voor
verdiend.
gaan
dus
naar
de Olympische spelen.
te stellen
hopen
hoge eisen
aan het team.
Sleep alle verwijswoorden naar een vak onder de zin.
verwijswoord
verwijswoord
verwijswoord
Zij
Daar
ze
De Nederlandse voetballers
Rio de Janerio

Slide 12 - Drag question

Welke verwijswoorden horen in deze zin? 
Sleep de verwijswoorden naar de goede plaats.
Er kunnen meerdere verwijswoorden goed zijn als antwoord. 
Vera doet het trucje voor.    ________  zegt:

‘Zo moet je ________ doen.’
deze
die
dit
dat
hij
zij
het

Slide 13 - Drag question

Welke verwijswoorden horen in deze zin? 
Sleep de verwijswoorden naar de goede plaats.
Het drumstel is van Davids vader, 

maar ________ gebruikt ________ niet meer.
deze
die
dit
dat
hij
zij
het
ze

Slide 14 - Drag question

Vandaag
Leren: samengestelde zinnen, woordsoorten en verwijswoorden. 

Maken: opdracht h1, 2 en 3 + oefentoets grammatica. 

Daarna: je taken verder afmaken. 



Opdrachten niet af? Zet ze in je daltonplanagenda!

Opdrachten niet af? Zet ze in je daltonplanagenda: bij donderdag.
timer
10:00

Slide 15 - Slide