Spelling blok 3 & blok 4

Spelling
Blok 3 & 4
1 / 32
next
Slide 1: Slide
NederlandsPraktijkonderwijsLeerjaar 3

This lesson contains 32 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 20 min

Items in this lesson

Spelling
Blok 3 & 4

Slide 1 - Slide

Lesprogramma

  • Terugblikken
  • Blok 3: Meervoud zelfstandige naamwoorden, "P of pp & r of rr"
  • Blok 4: S in samenstelling, Meeste of meesten

Slide 2 - Slide

Terugblikken

Wat weet je nog van blok 1 & 2?

Pak je laptop erbij!

Slide 3 - Slide

Wat is de persoonsvorm in de volgende zin?

"Wij hebben gisteren tijdens de les een leuke film gekeken."
A
Wij
B
Een leuke film
C
Hebben
D
Gekeken

Slide 4 - Quiz

Vul de juiste vorm in van de persoonsvorm

"Mijn zus ... (werken) al 3 jaar bij de Jumbo."
A
Werkte
B
Werkt
C
Gewerkt
D
Werktte

Slide 5 - Quiz

Maak de regel af voor het spellen van een voltooid deelwoord:

"Als de laatste letter van de stam NIET in het 't kofschip staat, dan schrijf je een..."
A
-t
B
-e
C
-d

Slide 6 - Quiz

Hoe schrijf je het bijvoeglijk naamwoord?

Het pakje is niet bij mij bezorgd. Het ... (bezorgen)pakketje ligt bij de buurman.
A
Bezorgde
B
Bezorgdde
C
Bezorgte
D
Bezorgd

Slide 7 - Quiz

Vul de juiste vorm werkwoord uit het Engels in.

Ilias ...(racen) na het horen van de bel naar het klaslokaal.
A
Racen
B
Racet
C
Raced
D
Ract

Slide 8 - Quiz

Blok 3
  • Meervoud zelfstandige naamwoorden
  • P of pp?
  • R of rr?

Slide 9 - Slide

Meervoud zelfstandige naamwoorden


Hoe je het meervoud van een zelfstandig naamwoord moet schrijven, kun je meestal horen als je het uitspreekt.


Slide 10 - Slide

Als je het niet kunt horen, gebruik dan de volgende regels

Slide 11 - Slide

Let op!
Bij woorden die eindigen op -ie moet je soms een -e toevoegen bij een meervoud op -en

Dit doe je alleen als de klemtoon op de -ie valt.

Slide 12 - Slide

Let op!

Slide 13 - Slide

P of pp?
R of rr?
Woorden met een p-klank schrijf je soms met één p en soms met twee.

Ook bij woorden met een r-klank schrijf je soms één r en soms twee.


Slide 14 - Slide

De spelling van deze woorden moet je uit je hoofd leren. Als je twijfelt, kijk dan in het woordenboek.

Slide 15 - Slide

Wat is het meervoud van het woord "stad"?
A
Stads
B
Stadden
C
Steden
D
Stadten

Slide 16 - Quiz

Wat is het meervoud van het woord ''theorie"?
A
Theoriën
B
Theories
C
Theorie's
D
Theorieën

Slide 17 - Quiz

Blok 4
  • S in samenstelling

  • Meeste of meesten

Slide 18 - Slide

S in samenstelling
Soms moet je een -s toevoegen als je een samenstelling wilt schrijven, bijvoorbeeld in: dorpswinkel en scheidsrechter.

Maar als het tweede deel met een s-klank begint hoor je niet of je een -s moet schrijven.

Slide 19 - Slide








Maar als het tweede deel met een s-klank begint hoor je niet of je een -s moet schrijven.

Slide 20 - Slide

S in samenstelling...


Als je het niet kunt horen of je een -s moet schrijven, vervang dan het tweede deel door een woord dat niet begint met een s-klank. 

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Slide

Meeste of meesten


Woorden als beide(n), sommige(n), enkele(n) en vele(n) schrijf je meestal zonder -n.

Slide 23 - Slide

In het volgende schema zie je wanneer je een -n schrijft en wanneer niet.

Slide 24 - Slide

Slide 25 - Slide

Het schema geldt voor woorden zoals: 

alle (onder) andere, beide, eerste, enige, enkele, grote, jongere, kleine, laatste, langzaamste, meeste, oudere, snelste, sommige, vele, verschillende en weinige.

Slide 26 - Slide

Let op!

Soms staat er GEEN zelfstandig naamwoord achter het woord, maar kun je het WEL denkbeeldig invullen. Je volgt dan de regel waarbij er wél een zelfstandig naamwoord achter staat. Je schrijf het woord dan dus zonder -n.

Slide 27 - Slide

Let op!

Slide 28 - Slide

Welke vorm is juist?
A
Eenmanszaak
B
Eenmanzaak
C
Eenmanenzaken

Slide 29 - Quiz

Welke zin is correct?
A
De meesten waren het eens met de beslissing
B
De meeste waren het eens met de beslissing.

Slide 30 - Quiz

Aan de slag!





We gaan aan de slag met de opdrachten van het werkboekje. 
Ben je klaar? 
Lever het werkboek in en ga verder met de opdrachten van Spelling blok 3 & 4.

Slide 31 - Slide

Vooruitblik
Volgende week: 

Spelling
Blok 5
                                                               


Slide 32 - Slide