5.2 Democratie in Nederland

Lezen 5.2
Plattegrond
1 / 39
next
Slide 1: Slide
GeschiedenisMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

This lesson contains 39 slides, with text slides and 4 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Lezen 5.2
Plattegrond

Slide 1 - Slide

Lezen 5.2
Plattegrond

Slide 2 - Slide

Dit hoofdstuk
les 1
Hoe werd Nederland vanaf 1815 bestuurd?
Welke invloed hadden de liberalen?

les 2
Wat veranderd er in de grondwet van 1848?
Hoe werd het kiesrecht uitgebreid?

Slide 3 - Slide

Congres van Wenen

Na het verslaan van Napoleon volgt het congres van Wenen.

1814 (okt) -1815 (juni): Congres van Wenen (Pruisen, Rusland, Engeland en Oostenrijk-Hongarije waren de belangrijkste deelnemers)  

 Doel: Zorgen dat Frankrijk geen bedreiging meer zou kunnen vormen

Enkele uitkomsten:

  1. België en Nederland worden samengevoegd  en krijgen een koning.
  2. Restauratie : Frankrijk krijgt weer een koning --> Lodewijk XVIII

Slide 4 - Slide

1815: Verenigd Koninkrijk der Nederlanden
  • Verenigd Koninkrijk der
     Nederlanden
    : Nederland, België en
     Luxemburg.


Kenmerken:
  • We krijgen een koning :Willem I
  • Nederland krijgt een grondwet.
  •  Nl krijgt een Eerste en Tweede Kamer



Slide 5 - Slide

Slide 6 - Video


Hoe zag het bestuur van Nederland er uit 
tussen 1815-1848?

Slide 7 - Slide

De koning:
  • koos leden van de 1e kamer
  • benoemde en koos zijn eigen  ministers.
  • beliste in zijn eentje over het leger, de buitenlandse politiek en de kolonies
  • gaf geld uit zonder het parlement te informeren.
benoemt

Slide 8 - Slide

Veel verschillen tussen Noord en Zuid Nederland & werden gediscrimineerd:
  • Zuiden was katholiek, Noorden protestants
  • Zuiden industrie, Noorden nijverheid
  • Zuiden veel Frans gesproken
  • Zuiden veel meer inwoners, maar evenveel vertegenwoordigers in parlement
  • Zuiden moest meer belasting betalen
  • veel liberalen in Belgie

Slide 9 - Slide

Belgische opstand
  • Belgen komen in 1830 in opstand.
  • Ze voelden zich cultureel, economisch en politiek niet verbonden met het Noorden.
  • De Belgische opstand is een voorbeeld van nationalisme (een volk krijgt een eigen staat), 
maar ook van liberalisme 
  • streven naar vrijheid (persvrijheid, vrijheid van meningsuiting)
  • burgers moeten meer invloed hebben op de politiek.

Slide 10 - Slide

1840-1848: 
Koning Willem II
  • Willem 1 wordt opgevolgd door Willem 2.
  • Conservatief: geen ruimte
     voor veranderingen
  • Regeert, min of meer, als
     absolute vorst
  • Moet niets weten van
     democratie.

Slide 11 - Slide


Revolutiejaar 
1848



  • Misoogsten, ontrevredenheid en oproer in veel Europese landen, bv FRankrijk.
  • De ‘erfgenamen van de Franse Revolutie’, de liberalen, komen tot de
     conclusie: "Alles is weer hetzelfde als vóór de Franse Revolutie!"
  • Overal zitten er weer koningen op de Europese tronen en ondanks 'een
     grondwet' is er maar weinig democratie.
  • In Frankrijk vluchtte de koning, Frankrijk was weer een republiek..

Slide 12 - Slide


Paniek bij de vorsten
in heel Europa!




Ook in Den Haag...
...koning Willem II wordt 'in één nacht' liberaal

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Video

Aan de slag
Schrijf de betekenis op van de volgende begrippen: minister-president / kabinet / ministerraad / parlementaire democratie / Eerste kamer / Tweede kamer /  provinciale staten / staatshoofd / regeringsleider

daarna: aan de slag met huiswerk:

Deze les: Maken: 5.2: 1-3
 de volgende les: Maken 5.2: 4-8


Slide 15 - Slide

Gevolgen 
  • De leider van de Nederlandse Liberalen: Johan Rudolf Thorbecke maakt een nieuwe grondwet:

  1. Koning is onschendbaar
  2. Ministeriële verantwoordelijkheid

  • Dit betekent: de ministers zijn verantwoordelijk voor de daden van de regering (ook: voor de daden van de koning).

Slide 16 - Slide

Lezen 5.2
Plattegrond

Slide 17 - Slide

Lezen 5.2
Plattegrond

Slide 18 - Slide

Begrippen

minister-president / kabinet / ministerraad / parlementaire democratie / Eerste kamer / Tweede kamer / provinciale staten / staatshoofd / regeringsleider
Vorige les:
congres van Wenen
Koning willem 1
Begrippen

Slide 19 - Slide

Eerste kamer / Tweede kamer / Ministerraad / kabinet?

Slide 20 - Slide

kabinet / Tweede Kamer / ministerraad / Eerste Kamer?

Slide 21 - Slide

Staatshoofd of regeringsleider?

Slide 22 - Slide

staatshoofd of regeringsleider?

Slide 23 - Slide

Dit hoofdstuk
les 1
Hoe werd Nederland vanaf 1815 bestuurd?
Welke invloed hadden de liberalen?

les 2
Wat veranderd er in de grondwet van 1848?
Hoe werd het kiesrecht uitgebreid?

Slide 24 - Slide

Slide 25 - Video


Hoe zag het bestuur 
van Nederland er 
vanaf 1848* uit?










*de meeste onderdelen zijn vandaag nog steeds geldig


Slide 26 - Slide

benoemt

Slide 27 - Slide

Slide 28 - Slide

Slide 29 - Slide

Democratie of dictactuur
Opdracht in tweetallen

Slide 30 - Slide

Slide 31 - Slide

Slide 32 - Slide

De grondwet van 1848
  1. Nederlanders kregen grondrechten, bv godsdienstvrijheid en persvrijheid.
  2. Nederland kreeg een parlementair stelsel (bestuurssysteem waarin het parlement de hoogste macht heeft)
  3. De Eerste kamer, de Tweede kamer, de provinciale staten werden voortaan direct door de bevolking gekozen.

Slide 33 - Slide

De grondwet van 1848
  1. Nederlanders kregen grondrechten, bv godsdienstvrijheid en persvrijheid.
  2. Nederland kreeg een parlementair stelsel (bestuurssysteem waarin het parlement de hoogste macht heeft)
  3. De Eerste kamer, de Tweede kamer, de provinciale staten werden voortaan direct door de bevolking gekozen.
  4. De koning bleef het staatshoofd, mar de ministerpresident werd regeringsleider.
  5. De ministers moeten verantwoordelijkheid afleggen aan het parlement. Alle ministers samen heten de ministerraad / kabinet.
  6. De koning is onschendbaar (hij mag niets meer doen zonder toestemming van de ministers)

Slide 34 - Slide

Slide 35 - Slide

belangrijke punten uit de grondwet:
  1. Grondrechten werden vastgelegd, bv vrijheid van meningsuiting.
  2. Parlementaire democratie (parlement heeft de hoogste macht)
  3.  Ministeriële verantwoordelijkheid
  4.  Censuskiesrecht voor mannen

Slide 36 - Slide

Uitbreiding kiesrecht
1848- censuskiesrecht (11% van de mannen)
1887- 1e uitbereiding kiesrecht (14% van de mannen)
1896 (50% van de mannen)
1917 - Algemeen mannenkiesrecht
1919- algemeen vrouwenkiesrecht

Slide 37 - Slide

Aan de slag (10) / (nakijken 10)
Maken: 5.2: 1-3

Maken 5.2: 4-8

Klaar? 
Kom nakijken!

Slide 38 - Slide

Slide 39 - Video