taalcompleet B1 thema 4.5

taalcompleet B1 thema 4
Woordenschat thema 4
1 / 19
next
Slide 1: Slide
NT2MBOStudiejaar 1

This lesson contains 19 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

taalcompleet B1 thema 4
Woordenschat thema 4

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Link

Leerdoelen: 
woordenschat thema 4 
zinnen maken met .... te

Slide 3 - Slide



Schrijf op het bord:

Wat heb je geleerd in de vorige les?




Welke vraag heb je nog over de vorige les?
timer
3:00
De vorige les:

Slide 4 - Slide

Programma:
  • woordenschat thema 4 
  • voorkennis 
  • zinnen maken met .... te
  • zelfstandig werken 

Slide 5 - Slide

met de volgende woorden 
gebruiken we te 



  • beginnen
  • durven
  • proberen
  • weigeren
  • beloven
  •  hoeven
  • vergeten
  • omgaan
  • besluiten
  • hopen 
  • vragen
Bespreek samen: Wat is de betekenis van deze woorden?
timer
3:00

Slide 6 - Slide

maak een zin met
te + beginnen + de opdracht

Slide 7 - Open question

maak een zin met
te + vergeten + inlog

Slide 8 - Open question

maak een zin met
te + proberen + fietsen

Slide 9 - Open question

maak een zin met:
te + weigeren + examen

Slide 10 - Open question

maak een zin met:
te + hoeven + koffiezetten
[kies niet/geen]

Slide 11 - Open question

maak een zin met:
te + hopen + saldo

Slide 12 - Open question

Voorvoegsel: on
prettig of onprettig                                     
aardig of onaardig                                       
mogelijk of onmogelijk                
handig of onhandig
gevaarlijk of ongevaarlijk
afhankelijk of onafhankelijk
geschikt of ongeschikt
on = niet
Betekenis?

Slide 13 - Slide

Achtervoegsel: -baar
bespreekbaar of onbespreekbaar
vervangbaar of onvervangbaar
bereikbaar of onbereikbaar
leesbaar of onleesbaar
draagbaar of ondraagbaar
betaalbaar of onbetaalbaar
verstaanbaar of onverstaanbaar

baar = kan het?
Betekenis?

Slide 14 - Slide

...-achtig
melkachtig
bergachtig
kinderachtig
jongensachtig of meisjesachtig
kinderachtig
achtig = ongeveer als
Betekenis?

Slide 15 - Slide

...-loos of ....-loze

werkloos 
slapeloos of slapeloze 
hopeloos of hopeloze
hulpeloos 
zorgeloos
loos = zonder/ weinig
Betekenis?

Slide 16 - Slide

Zelfstandig werken

Welke vragen heb je nog?
Welke onderdelen wil je met de docent bespreken?

Slide 17 - Slide


onbereikbaar = je kunt het niet bereiken
onleesbaar
onvindbaar
onbreekbaar
onherkenbaar

Slide 18 - Slide

 lezen: bladzijde 182
on-/ -achtig / -baar / - loos

Slide 19 - Slide