Hoofdstuk 4. Gedrag - Paragraaf 4.3 Lichaamstaal

4.3 Lichaamstaal
1 / 25
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvmbo g, t, mavo, havoLeerjaar 1

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes, text slides and 5 videos.

time-iconLesson duration is: 75 min

Items in this lesson

4.3 Lichaamstaal

Slide 1 - Slide

Leerdoelen 
- Je leert hoe mensen en dieren elkaar iets duidelijk kunnen maken;

- Je leert waardoor dieren voor hun jongen zorgen.

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

lichaamstaal
Simon komt thuis na een voetbalwedstrijd
Hij heeft verloren
Hoe loopt hij dan?
Hoe houdt hij zijn schouders?
Hoe houdt hij zijn hoofd?
Hoe zet hij zijn sporttas neer?

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Praten met je lichaam?
Met je lichaam laten zien hoe je je voelt = lichaamstaal

Slide 6 - Slide

Praten met je lichaam
Mensen laten elkaar veel weten zonder iets te zeggen.
Aan de gezichtsuitdrukkingen van een mens kun je zes emoties herkennen:
  1.  vreugde
  2. verbazing
  3. afschuw
  4. woede
  5. verdriet
  6. Angst

Je kunt dus met je lichaam laten zien hoe je je voelt. Dat heet lichaamstaal
.

Slide 7 - Slide

Verbaal v.s. Non-verbaal
Verbaal: Uitdrukken door te praten





Non-verbaal: Uitdrukken door lichaamstaal (zonder te praten)

Slide 8 - Slide

0

Slide 9 - Video

Emotie opdracht
  • In de tweetallen

  • Kies de 5 emoties die je in WhatsApp het meest gebruikt.

  • Beeld om en om de emoties uit, zonder daar woorden bij te gebruiken.

Kun jij ze allemaal raden??!!

Na 8 minuten weer terug 



timer
8:00

Slide 10 - Slide

Hoe praten dieren met hun lichaam? 

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Video

Dierentaal
Met hun lichaam geven de honden een boodschap af. 

Zo'n boodschap heet een signaal.

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

Overdreven signalen

Roepen een sterke reactie op
Zijn vaak een extra sterke prikkel

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Video

Slide 18 - Video

Een voorbeeld van een inwendige prikkel is:
A
een beer
B
poep ruiken
C
honger
D
een telefoonmuziekje

Slide 19 - Quiz

Een uitwendige prikkel kan zijn:
A
honger
B
dorst
C
paringsdrang
D
een rode vlek

Slide 20 - Quiz

Non-verbale communicatie is:
A
Spreken en luisteren
B
Alleen via je lichaamstaal communiceren
C
Spreken en je lichaamstaal gebruiken

Slide 21 - Quiz

Wat is lichaamstaal?
A
Veel vertellen door te praten
B
Weinig vertellen met veel emotie
C
Vertellen hoe je je voelt door te praten en te luisteren
D
Vertellen hoe je je voelt, zonder te praten

Slide 22 - Quiz

Baby's zijn schattig zodat:
A
Ze meer zorg krijgen van hun opvoeder
B
Ze leuker op de foto staan
C
Zodat prooidieren ze laten gaan

Slide 23 - Quiz

Challange (denken-delen-uitwisselen)
Wij leren allemaal een woord in gebarentaal, delen deze met onze buurman/buurvrouw en laten het dan klassikaal zien.
Barbara moet de woorden proberen te raden.

Slide 24 - Slide

0

Slide 25 - Video