This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes and text slides.
Items in this lesson
Welkom!
Vandaag gaan we het hebben over sprookjes.
Slide 1 - Slide
Welke sprookjes ken je? Noem er minimaal drie.
Slide 2 - Open question
Maar... wat is een sprookje eigenlijk precies?
Welke kenmerken heeft een sprookje volgens jou?
Slide 3 - Open question
De kenmerken van sprookjes
- Het zijn fantasieverhalen
- Er is geen verschil tussen mensen en fantasiewezens: ze leven samen in dezelfde wereld
- De personages zijn vaak stereotiep (meisje in nood, redder in nood, boze heksen/wolven...)
- Er is sprake van herhaling
Slide 4 - Slide
Twee verschillende soorten:
volkssprookjes & cultuursprookjes
1. Volkssprookjes: oude verhalen die eerst eeuwenlang mondeling werden overgebracht en uiteindelijk zijn opgeschreven (o.a. door de gebroeders Grimm)
2. Cultuursprookjes: nieuwere verhalen. Hier kennen we de auteur wel van (o.a. Hans Christian Andersen)
Slide 5 - Slide
Volkssprookjes
- Er was eens...
- ...en ze leefden nog lang en gelukkig!
Voorbeelden: Hans & Grietje, Doornroosje, Sneeuwwitje, Assepoester, Roodkapje, Rapunzel, Klein Duimpje...
Arabische sprookjes (1001 nacht): Aladin, Sinbad de zeeman
Slide 6 - Slide
Cultuursprookjes
- Zijn later geschreven (Andersen leefde van 1805 tot 1875)
Voorbeelden: De kleine zeemeermin, De nieuwe kleren van de keizer, De prinses op de erwt, De rode schoentjes, Het lelijke eendje, Klaas Vaak, Het meisje met de zwavelstokjes...
Slide 7 - Slide
Is dit ook een sprookje?
A
Ja
B
Nee
Slide 8 - Quiz
Sprookjes zijn overal!
Slide 9 - Slide
Roodkapje vecht terug...
Maar Roodkapje knipoogde en zei: ‘O wat een mooie bontjas heb jij!’
‘Fout!’ riep Wolf haar nijdig toe. ‘Wat heb je grote tanden, grootmoe,’
‘dát moet je zeggen, ezelskop. Nou ja, dan eet ik je zo maar op.’
’t Kind lacht en trekt in een wipje een revolver uit haar slipje.
Ze richt hem op het grote beest en beng, beng… die is er geweest!
Bron: Roald Dahl, Gruwelijke rijmen.
Slide 10 - Slide
Spelen met stereotyperingen
Slide 11 - Slide
De meisjes - Annet Schaap
Slide 12 - Slide
Feministische sprookjes
Slide 13 - Slide
Zelf aan de slag met sprookjes!
- In tweetallen kies je een sprookje.
- Verdiep je in minimaal twee varianten van dat sprookje. Je leest er in elk geval eentje. Voor de rest mag je kiezen: lezen of kijken.
- Verdiep je in de verschillen en denk na over hoe je het sprookje kunt gebruiken in de klas.
- Bereid samen een minipresentatie (max. 3 minuten) voor.