Opdracht
Lees de woordenlijst door. Zet kruisjes bij de woorden die je kent.
Woorden die je niet kent, zoek je op internet op. Zoek een voorbeeldzin waarin het woord goed gebruikt wordt, en waardoor jij het woord ook begrijpt!
Schrijf de zin erbij in je boek/schrift, zodat je de betekenis onthoudt.
Al klaar? Actief bezig met leren van de woorden (quizlet, zelf zinnen maken, met je buurman/buurvrouw de woorden overhoren, kaartjes maken)