4H/4V bezittelijk voornaamwoord

4H/4V bezittelijk voornaamwoord
1 / 22
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

4H/4V bezittelijk voornaamwoord

Slide 1 - Slide

Problème de logique
In deze opdracht ga je een raadsel oplossen waarbij je logisch moet nadenken. Als je goed leest, heb je de oplossing zo gevonden!
 
Doel:
Je leert specifieke informatie vinden en begrijpen.

Opdracht:
Er staan zeven hints. Trek uit elke hint een logische conclusie
Los het raadsel op door de tabel in te vullen


Slide 2 - Slide

Programme
1. Toetsstof TW2
2. Ecouter
3. Explication Le pronom possessif
4. Exercices: 24ABC
5. Problème de logique
Leestoets + examenidioom bespreken?

Slide 3 - Slide

TW2
Vocabulaire + phrases U2: Lire (F-N), Écrire (N-F) + zinnen, Parler (N-F) + zinnen

Grammaire
Grammaire I U2: bijwoord (par. 4), ex. 11ABC
Grammaire II U2: regelmatige werkwoorden op -re, pouvoir en vouloir in 4 tijden (présent, pc, imp., futur)
Grammaire III U2: bezittelijk voornaamwoord (par. 8) ex. 24C
+ herhaling U1: werkwoorden avoir, être, faire en aller in 4 tijden (présent, pc, imp., futur)

Examenidioom: H3 + H4 (F-N)



Slide 4 - Slide

Ecouter
Ex. 19A, 20, 21, 22

Slide 5 - Slide

Le pronom possessif
Bezittelijk voornaamwoord gebruik je om aan te geven dat iets van iemand is

Het bezittelijk voornaamwoord hoort bij het zelfstandig naamwoord (en past zich aan naar dat geslacht) en dus niet aan diegene die het bezit heeft!
Bijvoorbeeld: sa soeur = zijn zus

Slide 6 - Slide

Le pronom possessif - vormen
m. ev.
v. ev.
mv.
mijn
mon
ma
mes
jouw
ton
ta
tes
zijn
son
sa
ses
haar
son
sa
ses

Slide 7 - Slide

Le pronom possessif - vormen 
Eigenlijk maar 2 vormen: enkelvoud en meervoud
m. ev.
v. ev.
mv.
onze
notre
notre
nos
jullie
votre
votre
vos
uw
votre
votre
vos
hun
leur
leur
leurs

Slide 8 - Slide

Jouw broer
A
ta frère
B
ton frère
C
tes frère
D
son frère

Slide 9 - Quiz

Zijn zus
A
sa soeur
B
son soeur
C
ses soeur

Slide 10 - Quiz

mijn mobiele telefoon

Slide 11 - Open question

onze muts

Slide 12 - Open question

Jullie ouders

Slide 13 - Open question

Vrouwelijk woord, klinker/h
Welk bezittelijk voornaamwoord krijgen woorden als:
amie ?
adresse ?
histoire ?


Slide 14 - Slide

Vrouwelijk woord, klinker/h
Welk bezittelijk voornaamwoord krijgen woorden als:
amie / adresse / histoire

Deze vormen krijgen het mannelijke bezittelijk voornaamwoord, ook al is het woord vrouwelijk! Dit komt door de klinkerbotsing.
ma amie wordt dus mon amie (mijn vriendin)


Slide 15 - Slide

Haar vriendin
A
sa amie
B
son amie
C
ton amie
D
sa copine

Slide 16 - Quiz

En nu toepassen:
Stel je familie voor in een paar zinnen.

Slide 17 - Open question

En nu toepassen:
Schrijf in een paar zinnen over de inhoud van je tas. Begin met vertalen: In mijn tas zit ...

Slide 18 - Open question

Alleen herkennen
Zelfstandig gebruikt bezittelijk voornaamwoord




m. ev.
v. ev.
m. mv.
v. mv
die van mij
le mien
la mienne
les miens
les miennes
die van jou
le tien
la tienne
les tiens
les tiennes
die van haar/hem
le sien
la sienne
les siens
les siennes

Slide 19 - Slide

Alleen herkennen
Zelfstandig gebruikt bezittelijk voornaamwoord




m. ev.
v. ev.
m. mv.
v. mv
die van ons
le nôtre
la nôtre
les nôtres
les nôtres
die van jullie/u
le vôtre
la vôtre
les vôtres
les vôtres
die van hen
le leur 
la leur
les leurs
les leurs

Slide 20 - Slide

Au travail
Ex. 24A, B et C, p. 50-51
15 minuten, zelfstandig werken
Daarna nakijken
Klaar? Maak de 'problème de logique'

Slide 21 - Slide

Problème de logique
In deze opdracht ga je een raadsel oplossen waarbij je logisch moet nadenken. Als je goed leest, heb je de oplossing zo gevonden!
 
Doel:
Je leert specifieke informatie vinden en begrijpen.

Opdracht:
Er staan een aantal hints in de tekst. Trek uit elke hint een logische conclusie
Los het raadsel op door de tabel in te vullen


Slide 22 - Slide