Hoofdzin:
Wie/wat -
werkwoord -
rest.
2 hoofdzinnen met: en, maar, want, of, dus
Hoofdzin inversie: Iets anders - werkwoord - wie/wat - rest.
Bijzin: ..., voegwoord - wie/wat - rest - werkwoord.
Voegwoord: omdat, als, terwijl, denken dat, zeggen dat, vragen of
(het tweede werkwoord komt altijd achteraan)