3B H6 warmte en Energie Diagnostische toets

3B H6 warmte en Energie Diagnostische toets
1 / 26
next
Slide 1: Slide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 3

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

3B H6 warmte en Energie Diagnostische toets

Slide 1 - Slide

Onderwerpen door elkaar
Energie-omzetting
Elektrische energie opwekken 
Temperatuur
Temperatuur en Moleculen 
Wartmetransport
Isolatie

Slide 2 - Slide

Rik meet 28 graden celcius op de termometer. Bereken de temperatuur in Kelvin
A
300
B
301
C
298
D
303

Slide 3 - Quiz

Bekijk
Bekijk bij welke pijl het reservoir van de thermometer zit.

Boven, midden of onder?

Slide 4 - Slide

Typ hier het antwoord op de vorige vraag.
Typ: "boven", "midden" of "onder"

Slide 5 - Open question

Een huis verliest warmte door straling.
Benoem 1 plek in huis waar dit soort warmteverlies plaatsvindt.

Slide 6 - Open question

Zonlicht wordt opgevangen door een zonnepaneel.
In welke soort energie wordt licht omgezet in het zonnepaneel?
A
bewegingsenergie
B
chemische energie
C
elektrische energie

Slide 7 - Quiz

Een LED lamp zet energie om.
Vul de juiste energiesoort in die voor de pijl hoort te staan.
............................. --> licht + warmte

Slide 8 - Open question

Maak de zin af.
De waterkoker is een: 
een warmtebron die op elektrische energie werkt.
een warmtebron die op brandstof werkt.
een warmteborn die op lichtenergie werkt.

Slide 9 - Drag question

Sleep de woorden naar de juiste zinnen.
1. Jaap pakt een lepel uit de hete thee. De warmte die Jaap voelt komt door                          in de metalen lepel.

2. De lucht boven de kachel wordt warm. De lucht wordt warm door                       .

3. je voelt warmte in je gezicht als je naar een groot paasvuur kijkt. De warmte die je voelt komt door                            .

Stroming
Straling
Stroming
Geleiding

Slide 10 - Drag question

Geef het missende woord uit de zin.
........................... onstaat niet bij verbranding van fossiele brandstoffen.
A
Zuurstof
B
Koolstofdioxide

Slide 11 - Quiz

Geef het missende woord uit de zin.
De verbranding van fossiele brandstoffen draagt ................ bij aan het versterkte broeikaseffect.
A
Wel
B
Niet

Slide 12 - Quiz

Leg uit wat biomassa is.

Slide 13 - Mind map

Welke energiebron is duurzaam?
A
Benzine
B
Wind
C
Diesel

Slide 14 - Quiz

In een elektriciteitscentrale staat een generator. Wat doet een generator?
A
Helpt water af te koelen
B
Zorgt voor verbranding van fossiele brandstoffen
C
Wekt elektrische energie op

Slide 15 - Quiz

Noem 1 manier waarop duurzame energie kan worden opgewekt.

Slide 16 - Open question

Als je water in de vriezer doet, gaat het stollen.

Coen zegt: Bij deze fase-overgang is enegie nodig.
Jasmijn zegt: Bij deze fase-overgang komt energie vrij.
Wie heeft gelijk?
A
Coen
B
Jasmijn

Slide 17 - Quiz

Jan heeft glaswol tegen het dak geplaatst.
Leg uit of er meer of minder warmte naar buiten verdwijnt.

Slide 18 - Open question

Larissa doet een proef in de les en meet een temperatuur van 303K. Kan deze meting kloppen?
A
Ja, want de temperatuur ligt onder het absolute nulpunt.
B
nee, want de temperatuur ligt te dicht bij het absolute nulpunt
C
Ja, want de temperatuur ligt boven het absolute nulpunt
D
nee, want de temperatuur ligt veel te ver weg van het absolute nulpunt

Slide 19 - Quiz

Dit bimetaal kan gebruikt worden als termometer. Messing krimpt meer dan staal als het kouder wordt.

Welke kant beweegt het bimetaal op als het in de vriezer zit?
A
Naar boven
B
Naar beneden

Slide 20 - Quiz

Je hebt het koud. Je hebt 2 elektrische kachels.
Kachel A heeft een vermogen van 2000W.
Kachel B heeft een vermogen van 1000W.
Welke kachel heeft het snelste de kamer opgewarmt?

Slide 21 - Open question

Mehmet vult een bakje water. Daarna stopt het het in de vriezer.
In welke fase is het water als het de vriezer in gaat?
A
vast
B
vloeibaar
C
gas

Slide 22 - Quiz

Het water is na een tijdje bevroren. Mehmet haalt het ijsblokje uit de vriezer, het ijsblokje smelt.
Leg uit of er energie nodig is of energie vrij komt bij deze fase-overgang.

Slide 23 - Open question

In de afbeelding staan watermoleculen.
In welke fase zijn deze watermoleculen?
A
vast
B
vloeibaar

Slide 24 - Quiz

Leg uit wat er gebeurt met deze moleculen als je ze verwarmt tot 20 graden C

Slide 25 - Open question

Waarom zet deze mus zijn veren uit? Leg je antwoord uit.

Slide 26 - Open question