Zouten §4

Leerdoelen §4.4
1 / 12
next
Slide 1: Slide
ScheikundeMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 4

This lesson contains 12 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Leerdoelen §4.4

Slide 1 - Slide

§4.4 Leerdoelen 
  • Berekeningen uitvoeren aan zoutoplossingen met rekenschema en molverhoudingen 
  • Uitleggen welke zouten ontstaan bij neerslagreacties en hier een vergelijking van geven

Belangrijke Voorkennis....

Slide 2 - Slide

Voorkennis: Rekenschema

Slide 3 - Slide

Voorkennis: Oplosvergelijkingen

Slide 4 - Slide

NIEUW: Molariteit
[...]
Eenheid: mol/L

Vaak weergegeven als een getal en erachter M
M staat voor molariteit = mol/L 
0,10 M = 0,10 mol/L

Slide 5 - Slide

Rekenschema uitgebreid

Slide 6 - Slide

Voorbeeld 1
Bereken de molariteit natriumchloride wanneer 0,25 mol NaCl wordt opgelost tot 750 mL oplossing

-Maak een plaatje
-Bedenk of/welke formules en reactievergelijkingen je nodig hebt

Slide 7 - Slide

Bereken de molariteit natriumchloride wanneer 0,25 mol NaCl wordt opgelost tot 750 mL oplossing

Slide 8 - Open question

Voorbeeld 2
Een oplossing calciumchloride heeft een concentratie van 0,85M. Wat is de concentratie calcium-ionen en wat is de concentratie chloride-ionen?

-Maak een plaatje
-Bedenk of/welke formules en reactievergelijkingen je nodig hebt

Slide 9 - Slide

Een oplossing calciumchloride heeft een concentratie van 0,85M. Wat is de concentratie calcium-ionen en wat is de concentratie chloride-ionen?

Slide 10 - Open question

Voorbeeld 3
Hoe pak je de volgende opgave aan? 

Bereken de molariteit van de natriumionen en fosfaationen als 3,5 gram natriumfosfaat wordt opgelost in 650 mL water.

Slide 11 - Slide

Neerslag





Welk zout ontstaat wanneer lood(II)nitraat aan kaliumjodide wordt toegevoegd?

Slide 12 - Slide