What is LessonUp
Search
Channels
Log in
Register
‹
Return to search
§3 Verwijzen met deze, die, dit en dat
WELKOM BIJ NEDERLANDS!
Pak je materiaal voor
.
Inloggen LessonUp;
1 / 21
next
Slide 1:
Slide
Nederlands
Middelbare school
havo, vwo
Leerjaar 1
This lesson contains
21 slides
, with
interactive quizzes
,
text slides
and
1 video
.
Lesson duration is:
45 min
Start lesson
Save
Share
Print lesson
Items in this lesson
WELKOM BIJ NEDERLANDS!
Pak je materiaal voor
.
Inloggen LessonUp;
Slide 1 - Slide
Planning
Uitleg werkwoordspelling
Zelfstandig met de oefeningen aan de slag
P L A N N I N G
Cursus 6 - Formuleren
1. Huiswerkcheck
2. Herhalingsvragen
3. Lesdoelen
4. Uitleg
5. Oefenen
6. Zelfstandig werken
7. Afsluiten
Slide 2 - Slide
Huiswerk
Bepreken huiswerk
opdracht 1 t/m 4
(blz. 232-233)
Slide 3 - Slide
Het signaalwoord 'ook' hoort bij het tekstverband
A
opsomming
B
voorbeeld
C
tijd
D
voorwaarde
Slide 4 - Quiz
Het signaalwoord 'want' hoort bij het tekstverband
A
tegenstelling
B
reden
C
conclusie/ samenvatting
D
oorzaak-gevolg
Slide 5 - Quiz
Vandaag
Lesdoel:
Ik kan op de juistemanier met deze, die, dit en dat verwijzen.
Slide 6 - Slide
Slide 7 - Video
Verwijswoorden deze, die, dit en dat
Verwijswoord
Voorbeeldzin
Deze, die
Ik heb een mooie fiets.
Deze
kan je ook kopen als je nog op zoek bent.
Dit, dat
Zie je
het
rode huis?
Dat
vinden mijn ouders erg mooi.
Deze, die
Ik zie
de
auto's rijden.
Die
kan ik niet bijhouden op de fiets.
Slide 8 - Slide
Mannelijk of Vrouwelijk zelfstandig naamwoord
Zelfstandig naamwoord met verwijswoord
Verkleinwoord
Verkleinwoord met verwijswoord
De
sleutel
deze
of
die
sleutel
het
sleuteltje
dit
of
dat
sleuteltje
De
kraag
deze
of
die
kraag
het
kraagje
dit
of
dat
kraagje
De
draak
deze
of
die
draak
het
draakje
dit
of
dat
draakje
Het
huis
dit
of
dat
huis
het
huisje
dit
of dat huisje
Let op bij verkleinwoorden!
Slide 9 - Slide
Woordgeslacht
Lidwoord
Dichtbij
Verder weg
Mannelijk of vrouwelijk
de
deze
die
Onzijdig
(en
verklein-woorden)
het
dit
dat
Meervoud
de
deze
die
Neem het volgende schema over. Begin met:
6.3 - verwijzen met deze, die, dit en dat.
Slide 10 - Slide
Verwijswoord met voorbeeldzinnen
Mannelijke of vrouwelijke zelfstandige naamwoorden
Deze, die
De radio (m)
is prima, maar
die
doet het niet meer.
Van alle
partijen (v)
komt deze het meest voor dieren op.
Onzijdige zelfstandige naamwoorden
Dit, dat
Het tarief (o)
dat
u voor de sportclub betaalt, wordt verlaagd.
Meervouden
Deze, die
Jij zocht toch de
schriften (mv)
? Bedoel je
deze
?
Slide 11 - Slide
Woordgeslacht onbekend?
Zoek het woord op in het woordenboek
Pak je woordenboek erbij of ga naar
www.
vandale.nl
.
Blader naar het goede woord of zoek het woord via de zoekbalk.
Kijk naar de letter die achter het woord staat: dat is het woordgeslacht
m = mannelijk
v = vrouwelijk
o = onzijdig
Slide 12 - Slide
Welk verwijswoord gebruik je voor een meervoudig zelfstandig naamwoord dat dichtbij staat?
Denk aan: 'de bomen'
A
dat
B
deze
C
dit
D
die
Slide 13 - Quiz
Welk verwijswoord gebruik je voor een onzijdig zelfstandig naamwoord in het enkelvoud dat verder weg staat?
A
deze
B
die
C
dit
D
dat
Slide 14 - Quiz
Welk verwijswoord gebruik je voor een vrouwelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud dat dichtbij staat?
A
dat
B
die
C
dit
D
deze
Slide 15 - Quiz
Welk verwijswoord gebruik je voor een mannelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud dat verder weg staat?
A
dat
B
dit
C
deze
D
die
Slide 16 - Quiz
Welk verwijswoord gebruik je voor een meervoudig zelfstandig naamwoord dat dichtbij staat?
Denk aan: 'de bomen'
A
dat
B
deze
C
dit
D
die
Slide 17 - Quiz
Welk verwijswoord gebruik je voor een onzijdig zelfstandig naamwoord in het enkelvoud dat verder weg staat?
A
deze
B
die
C
dit
D
dat
Slide 18 - Quiz
Welk verwijswoord gebruik je voor een vrouwelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud dat dichtbij staat?
A
dat
B
die
C
dit
D
deze
Slide 19 - Quiz
Welk verwijswoord gebruik je voor een mannelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud dat verder weg staat?
A
dat
B
dit
C
deze
D
die
Slide 20 - Quiz
Zelfstandig werken
Wat
:
Maken: opdracht 1, 2 en 4 (blz. 234-235)
Verminderde opdrachten 1 en 4
Hoe
:
Zelfstandig. Zet de antwoorden in je schrift
Hulp
:
De 4 B's (brein, boek, buur, bureau)
Tijd
:
Tot de laatste vijf minuten van deze les
Klaar
:
Kiezen uit:
- Lezen in je leesboek
- Samenvatting maken van §1 , §2 en §3
ZELFSTANDIG WERKEN
Slide 21 - Slide
More lessons like this
6.3 - verwijzen met deze, die, dit en dat
April 2024
- Lesson with
31 slides
Nederlands
Middelbare school
havo, vwo
Leerjaar 1
6.3 - verwijzen met deze, die, dit en dat
January 2024
- Lesson with
16 slides
Nederlands
Middelbare school
havo, vwo
Leerjaar 1
6.3 - verwijzen met deze, die, dit en dat
November 2024
- Lesson with
17 slides
Nederlands
Middelbare school
havo, vwo
Leerjaar 1
Werkwoordspelling PVTT en gebiedende wijs
April 2024
- Lesson with
34 slides
Nederlands
Middelbare school
vmbo, mavo, havo, vwo
Leerjaar 1,2
e6-Formuleren-Verwijswoorden-H.4-havo1
March 2018
- Lesson with
39 slides
Nederlands
Middelbare school
havo
Leerjaar 1
Formuleren par. 4 (verwijswoorden)
June 2022
- Lesson with
16 slides
Nederlands
Middelbare school
vwo
Leerjaar 1
Formuleren paragraaf 3 + 4
April 2023
- Lesson with
25 slides
Nederlands
Middelbare school
havo
Leerjaar 1
Formuleren H 3
February 2023
- Lesson with
12 slides
Nederlands
Middelbare school
mavo
Leerjaar 2