4.5 Weerstand (HAVO/VWO)

H4.5 Weerstanden
1 / 30
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

This lesson contains 30 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

H4.5 Weerstanden

Slide 1 - Slide

Kennen en kunnen, wat ga jij deze les leren
  • Wat is een weerstand.
  • Hoe werkt de codering van een weerstand
  • Rekenen met weerstanden

Slide 2 - Slide

Weerstand
Als er stroom door een apparaat loopt ontstaat er weerstand.

Deze weerstand  in een elektriciteitssnoer is o.a. afhankelijk van: 
1. de lengte; Hoe langer het snoer, hoe groter de weerstand.
2. de dikte; Hoe dunner het snoer, hoe groter de weerstand.
Weerstand is hoe makkelijk of hoe moeilijk de elektronen door een materiaal heen bewegen.

Slide 3 - Slide

Wet van Ohm
De elektrische stroomsterkte hangt af van twee dingen:
  • de spanning 
  • de weerstand. 

Spanning kun je vergelijken met de kracht waarmee de elektrische deeltjes vooruit geduwd worden. 

Hoe hoger de spanning, hoe groter de stroomsterkte. 

Hoe groter de weerstand, hoe lager de stroomsterkte. 

Slide 4 - Slide

Wet van Ohm

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Video

Stappen
1. Gegeven
2. Gevraagd
3. Formule
4. Berekening
5. Antwoord +eenheid

Slide 7 - Slide

Uitwerking opdracht 
Gegevens:
I = 1,2 A
R= 15 Ohm

Gevraagd:
U

Oplossing:
Spanning = stroomsterkte x weerstand
U = I x R
U = 1,2 x 15
U = 18 V

Slide 8 - Slide

Opdracht 1

Slide 9 - Slide

Wat is het antwoord?

Slide 10 - Open question

Uitwerking opdracht 1

Slide 11 - Slide

Opdracht 2

Slide 12 - Slide

Wat is het antwoord?

Slide 13 - Open question

Uitwerking opdracht 2

Slide 14 - Slide

Opdracht 3

Slide 15 - Slide

Wat is het antwoord?

Slide 16 - Open question

Uitwerking opdracht 3

Slide 17 - Slide

Opdracht 4

Slide 18 - Slide

Wat is het antwoord?

Slide 19 - Open question

Uitwerking opdracht 4

Slide 20 - Slide

Hoe werken die kleurcodes dan?
In de hieropvolgende plaatjes zie je hoe je stap voor stap de weerstand kunt bepalen door naar de ringen te kijken. 

De eerste afbeelding laat het voorbeeld zien, de 2e, 3e en 4e laten de waarde van de ring zien. 

Slide 21 - Slide

Hier zie je kleuren van de ringen

Slide 22 - Slide

Een weerstand

Hier staat een voorbeeld van een weerstand.

Let op de ringen. Deze weerstand heeft vier ringen, er zijn ook weerstanden met vijf ringen.

De ringen hebben een betekenis welke een

codering is voor de grootte van de weerstand.


We hebben ring 1, 2 

Daarnaast ring A en B

Slide 23 - Slide

De groene ring geeft een 5 aan

Slide 24 - Slide

De blauwe ring geeft een 6 aan

Slide 25 - Slide

De rode ring (A) geeft 2 nullen aan

Slide 26 - Slide

Bijna klaar
De laatste ring (B) is goud. Dit geeft dus aan dat er een afwijking kan zijn van 5%. 

Slide 27 - Slide

Slide 28 - Slide

Wat is de kleurcode?

Slide 29 - Open question

BRUIN-ZWART-GEEL-ZILVER
1 0 0000 ohm +/- 10 %
GROEN-BLAUW-BRUIN-GOUD
5 6 0 ohm +/- 5%
BRUIN-ZWART-ZWART-GOUD
1 0 ohm  +/- 5%

Slide 30 - Slide