What is LessonUp
Search
Channels
Log in
Register
‹
Return to search
Test voorkennis H3 Klimaat en Landschap H4
Test voorkennis H3
Klimaat en Landschap
1 / 37
next
Slide 1:
Slide
Aardrijkskunde
Middelbare school
havo, vwo
Leerjaar 4
This lesson contains
37 slides
, with
interactive quizzes
and
text slides
.
Lesson duration is:
50 min
Start lesson
Save
Share
Print lesson
Items in this lesson
Test voorkennis H3
Klimaat en Landschap
Slide 1 - Slide
Wat is de juiste omschrijving van breedteligging?
A
Grote gebieden die qua klimaat hetzelfde zijn
B
Hoek die de zonnestralen maken met het aardoppervlak
C
De ligging van een plaats ten opzichte van de evenaar in graden
D
Zone op aarde die ingedeeld is in temperatuur
Slide 2 - Quiz
Plaatsen op hoge breedte liggen dichtbij de evenaar.
A
Juist
B
Onjuist
Slide 3 - Quiz
Lage breedte ligt op....
A
0 graden t/m 23.5 graden
B
23.5 graden t/m 66.5 graden
C
66.5 graden t/m 90 graden
D
rond de Noordpool
Slide 4 - Quiz
Slide 5 - Slide
Welke zonnestraal valt er in op hoge breedte?
B
A
A
A
B
B
Slide 6 - Quiz
Bij de evenaar is de invalshoek van de zon
A
Klein
B
Groot
Slide 7 - Quiz
Slide 8 - Slide
De zon verwarmt de aarde, de aarde verwarmt de atmosfeer.
A
Juist
B
Onjuist
Slide 9 - Quiz
Zonder dampkring is op aarde geen leven mogelijk.
A
Waar
B
Niet waar
Slide 10 - Quiz
Wat is aanlandige wind?
A
Wind die van het land naar de zee waait
B
Wind die van de zee naar het land waait
C
Wind die uit de bergen komt.
D
Wind die verder de zee in waait.
Slide 11 - Quiz
Zeewind (aanlandige wind) brengt verkoeling in de zomer en verwarming in de winter.
A
Juist
B
Onjuist
Slide 12 - Quiz
Slide 13 - Slide
1. Water warmt minder snel op dan land.
2. Water houdt warmte langer vast dan land.
A
1 en 2 zijn waar
B
1 is waar, 2 is niet waar
C
1 is niet waar, 2 is waar
D
1 en 2 zijn niet waar
Slide 14 - Quiz
Welke windrichting wordt hier weergegeven?
A
Noordoostenwind
B
Noordwestenwind
C
Zuidwestenwind
D
Zuidoostenwind
Slide 15 - Quiz
Oostenwind is in Nederland hetzelfde als zeewind en aanlandige wind.
A
Waar
B
Niet waar
Slide 16 - Quiz
Wat is de meest voorkomende windrichting in Nederland?
A
Noordwestenwind
B
Zuidwestenwind
C
Noordoostenwind
D
Zuidoostenwind
Slide 17 - Quiz
Warme lucht kan meer vocht vasthouden dan koude lucht.
A
Waar
B
Niet waar
Slide 18 - Quiz
Warme lucht is zwaarder dan koude lucht.
A
Waar
B
Niet waar
Slide 19 - Quiz
Wind waait van....
A
Hoge druk naar lage druk
B
Lage druk naar hoge druk
Slide 20 - Quiz
Het klimaat is ..........................
A
Het gemiddelde weer in een bepaald gebied, gemeten over een periode van 30 jaar.
B
De temperatuur, de neerslag en de wind op een bepaalde plaats, op een bepaald moment.
Slide 21 - Quiz
Welk klimaat hebben we in Nederland?
A
Continentaal klimaat
B
Landklimaat
C
Zeeklimaat
D
Gematigd Zeeklimaat
Slide 22 - Quiz
Welke omschrijving hoort bij het begrip erosie?
A
Het geleidelijk uiteenvallen van gesteente o.i.v. allerlei externe factoren.
B
Trilling van de aardkorst a.g.v. interne verschuivingen.
C
Beweging van stukken grond o.i.v. de zwaartekracht.
D
De uitschurende werking van water, wind, of ijs dat in beweging is.
Slide 23 - Quiz
Verwering is...
A
Het vervoeren van stenen en zand door een rivier
B
Het uiteenvallen van gesteente door temperatuurverschillen, plantenwortels, dieren en chemische processen.
C
De druk van rotsen op een helling.
D
Het transport van grote keien in een gletsjer.
Slide 24 - Quiz
Verwering of erosie?
A
Verwering
B
Erosie
Slide 25 - Quiz
Per 1000 meter stijging wordt het … kouder.
A
4 graden
B
5 graden
C
6 graden
D
7 graden
Slide 26 - Quiz
Slide 27 - Slide
Slide 28 - Slide
Wat is de loefzijde van de berg?
A
B
A
A
B
B
Slide 29 - Quiz
Bij gebergten komt vooral stijgingsregens voor.
A
Waar
B
Niet waar
Slide 30 - Quiz
Slide 31 - Slide
Stijgingsregen
Slide 32 - Slide
Platentektoniek betekent......
A
Dat de aardkorst bestaat uit aardplaten
B
Het bewegen van de aardplaten
C
Het bewegen van de aardkorst
D
Dat de aardkorst drijft op magma
Slide 33 - Quiz
Wat is de motor voor de platentektoniek?
A
Convectiestromen
B
De aardkern
C
De mantel
D
Lava
Slide 34 - Quiz
Geef de betekenis van het broeikaseffect?
A
Het verbouwen van planten in kassen.
B
Een laag gas laag in de atmosfeer die ons beschermt tegen zonnestraling.
C
Het vasthouden van koude lucht door koolzuurgas.
D
Het vasthouden van warme lucht door gassen in de dampkring
Slide 35 - Quiz
Zonder het broeikaseffect zou het veel warmer op aarde zijn.
A
Juist
B
Onjuist
Slide 36 - Quiz
Wat is het versterkte broeikaseffect?
A
Broeikassen die ervoor zorgen dat de aarde warm blijft.
B
Extra uitstoot van broeikasgassen door de verbranding van fossiele brandstoffen.
C
De massale ontbossing waardoor CO2 niet meer wordt opgenomen
D
Het overschakelen van fossiele brandstoffen op energiebronnen die niet opraken en geen CO2 uitstoten.
Slide 37 - Quiz
More lessons like this
Instaptoets H2 Klimaat en Landschap H4, V4
3 days ago
- Lesson with
39 slides
Aardrijkskunde
Middelbare school
havo, vwo
Leerjaar 4
Instaptoets H3 Klimaat en Landschap H4, V4
October 2023
- Lesson with
40 slides
Aardrijkskunde
Middelbare school
havo, vwo
Leerjaar 4
Instaptoets H2 Endogene en exogene processen V5, H5
November 2023
- Lesson with
51 slides
Aardrijkskunde
Middelbare school
vwo
Leerjaar 5
Instaptoets H3 Klimaat en Landschap H4, V4
January 2024
- Lesson with
33 slides
Aardrijkskunde
Middelbare school
havo, vwo
Leerjaar 4
klimaat wat weet je nog
November 2023
- Lesson with
26 slides
Aardrijkskunde
Middelbare school
vwo
Leerjaar 6
Herhaling HS 1: Weer en Klimaat
January 2020
- Lesson with
44 slides
Aardrijkskunde
Middelbare school
vmbo t
Leerjaar 4
Factoren die van invloed zijn op de temperatuur
June 2017
- Lesson with
18 slides
by
Aardrijkskunde!
Aardrijkskunde
Middelbare school
vmbo, mavo
Leerjaar 1
Aardrijkskunde!
Instaptoets V4
November 2021
- Lesson with
14 slides
Aardrijkskunde
Middelbare school
vwo
Leerjaar 4