Pubers spreken dezelfde taal, maar sommige woorden hebben voor jou net een andere betekenis dan voor volwassenen. Dat zorgt voor de nodige misverstanden. Tijd voor een lesje Puberiaans, een zeer specifiek dialect van de Nederlandse taal.
Straks (bijwoord)
Voor ons: Over enige ogenblikken: tot straks! bij een afscheid, waarna je elkaar op dezelfde dag weer zult ontmoeten
Voor pubers: Ga weg! Val me niet lastig want ik ben ergens superdruk mee bezig
Bezig ~ ik ben bezig (bijvoeglijk naamwoord, bijwoord)
Voor ons: Vlijtig, bedrijvig, bezige mensen
Voor pubers (liggend op de bank, aan het eind van een spoor van tas, jas en schoenen): het lijkt alleen maar alsof ik helemaal niets doe, ga weg!
Ja (het; o) (tussenwerpsel), ook wel uitgesproken als Jahaaa!
Voor ons: bevestigingvan een veronderstelling: heeft hij dat gezegd? Ja!; bevestigende uitspraak: een volmondig ja
Voor pubers: Nee
Skeer (bijvoeglijk naamwoord; vergrotende trap: skere) (straattaal)
Voor ons: blut, eigenaardig, beschamend, armoedig
Voor pubers: gebruikt het woord op momenten dat er een huismerk op tafel staat als er vrienden mee eten. Of wanneer de vraag: ‘Mag ik 10 euro?’ met ‘Nee,’ wordt beantwoord.
Staat dit me leuk? (vraag, lijkt op een open vraag, is echter een strategische vraag)
Voor ons: ik ben onzeker.
Voor pubers: ik ben onzeker, en OMG OMG wat moet ik nu?
Waarschuwing: deze vraag kun je snel verkeerd beantwoorden. Zeg je ‘ja’, dan heeft het geen waarde, want je zegt het omdat je hun moeder bent! Geef je een goed advies, met oog op de weersverwachting zoals: ‘Leuk maar is het niet een beetje bloot/kort/warm?’, dan begrijp je er niets van. Meest veilige antwoord is: ‘Ik vind dat het je leuk staat, maar hé, ik heb er geen verstand van dus vraag het je vriendien/vriendinnen’.
Bitch (de; v; meervoud: bitches)
Voor ons: (scheldwoord) kreng, rotwijf
Voor pubers: gast (genderneutraal)
Alles, niets, nooit (onbepaald voornaamwoord, bijwoord)
Voor ons: gezamenlijke hoeveelheid, geen enkel ding, op geen enkel ogenblik
Voor pubers: veelgebruikte superlatieven, in oneindig veel varianten toepasbaar. Zoals: ik moet echt ALLES doen! Alles = eigen kopje in de vaatwasser zetten. Je begrijpt er NIETS van. Niets = alles waarbij we iets zeggen dat afwijkt van wat ze willen horen. Ik krijg ook NOOIT iets. Nooit = iets duurs dat niet in de categorie eerste levensbehoefte valt, zoals de nieuwste IPhone. Jij bemoeit je ALTIJD met mij. Met altijd wordt gedoeld op onze voorzichtige suggestie: ‘Zou je niet eerst aan je huiswerk?’
Fokking (bijvoeglijk naamwoord, bijwoord) (vulgair)
Voor ons: verdomd, vervloekt; vervelend: die fokking zooi!
Voor pubers: een voorvoegsel dat voor ieder zelfstandig naamwoord komt bij haast of stress: waar zijn mijn fokking-sleutels? Waarom moet ik fokking mee naar die verjaardag en het is gewoon fokking-irritant.
Gruwelijk (bijvoeglijk naamwoord, bijwoord)
Voor ons: afgrijselijk; een gruwelijke misdaad; ontzettend: het is gruwelijk koud
Voor pubers: dat is best wel heel erg goed: je weet toch, dat is gewoon gruwelijk
Strijder (de; m,v; meervoud: strijders)
Voor ons: iemand die strijdt: verzetsstrijder
Voor pubers: iedereen die zich ergens een klein beetje voor heeft ingespannen, zoals door een miezerbuitje fietsen, de eigen tas dragen of een pak hagelslag scoren bij de supermarkt.
Ziek (bijvoeglijk naamwoord)
Voor ons: lichamelijk of geestelijk niet in orde: zo ziek als een hond; daar word ik ziek van
Voor puber: supergoed
(Bron ‘voor ons-betekenis’ Van Dale)