kijkfragmenten

Nederlands 2F/3F
examentraining tekstbegrip
1 / 15
next
Slide 1: Slide
NederlandsMBOStudiejaar 3

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes, text slides and 4 videos.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Nederlands 2F/3F
examentraining tekstbegrip

Slide 1 - Slide

Wat gaan we doen
Een aantal (luister-kijk)vragen oefenen

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Video

Waarom spreekt de arts hier van tragedie?
A
Omdat er een patiënt is overleden
B
De patiënt had langer geleefd als hij gezond was
C
De arts mist zijn I-pod
D
Er worden teveel fouten gemaakt.

Slide 4 - Quiz

Slide 5 - Video

Waarom omschrijft Ellen de Bruin haar boek als een soort "vrolijke slachtofferhulp?"
A
Omdat het logisch is dat je dit vervelend vindt.
B
Omdat zij vooral redenen geeft om niet te vergaderen
C
Zij geeft tips om hier niet naartoe te gaan?
D
Zij geeft tips hoe je vergaderen leuker kunt maken voor jezelf.

Slide 6 - Quiz

Slide 7 - Video

Waardoor ervaren MBO-studenten veel stress?
A
Prestatiedruk
B
Door de komst van Koningin Maxima
C
Te veel werkdruk op stage
D
Door ongelijkheid

Slide 8 - Quiz

Hoe hoog is de stagevergoeding als deze gelijkgetrokken wordt?
A
200 euro
B
175 euro
C
300 euro
D
Geen vergoeding

Slide 9 - Quiz

Slide 10 - Video

Waar gaat dit fragment over?
A
De juiste formulering bij een sollicitatiebrief
B
Werken achter de computer
C
Korte zinnen maken
D
Nette woorden gebruiken

Slide 11 - Quiz

Dit fragment heeft als doel om....
A
over te halen
B
te informeren
C
te overtuigen
D
te amuseren

Slide 12 - Quiz

Globaal luisteren
Intensief luisteren
Selectief luisteren
Kamerdebat op televisie
De instructie bij een praktijkles
Je wacht op een trein: omroepbericht op het station

Slide 13 - Drag question

Denk aan wat je al weet. 
Wat weet je al van het onderwerp? 
Heb je begrepen waar het over ging? 
1. Voor het kijken en luisteren
2. Tijdens het kijken en luisteren
3. Na het kijken en luisteren. 

Slide 14 - Drag question

overtuigen
activeren
informeren
instrueren
Het doel is dat de luisteraars/lezers iets weet wat ze voor die tijd nog niet wisten.
Het doel is dat de luisteraars/lezers een serie handelingen juist kunnen uitvoeren.
Het doel is dat de luisteraars/lezers overtuigd raken van een bepaalde mening.
Het doel is dat de luisteraars/lezers besluiten om iets wel of juist niet te gaan doen.

Slide 15 - Drag question