De lever en de nieren

Leerdoelen
  • Je kunt in een afbeelding de onderdelen van de lever benoemen.
  • Je kunt drie functies van de lever noemen.
  • Je kunt in een afbeelding de onderdelen van de nieren noemen.
  • Je kunt de functies van de nieren omschrijven.

1 / 45
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvmboLeerjaar 4

This lesson contains 45 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Leerdoelen
  • Je kunt in een afbeelding de onderdelen van de lever benoemen.
  • Je kunt drie functies van de lever noemen.
  • Je kunt in een afbeelding de onderdelen van de nieren noemen.
  • Je kunt de functies van de nieren omschrijven.

Slide 1 - Slide

maar eerst kleine herhaling  van de laatste 2 basisstoffen 

Slide 2 - Slide

Bij dit dier vindt gaswisseling plaats doormiddel van de huid en de longen
A
Juist
B
Onjuist

Slide 3 - Quiz

Bij dit dier vindt gaswisseling via.......
A
Kieuwen
B
Longen
C
Tracheën
D
Huid

Slide 4 - Quiz

Welke dieren gebruiken tracheeën voor gaswisseling
A
vogels
B
insecten
C
spinnen
D
eencelligen

Slide 5 - Quiz

Waar vindt bij eencellige dieren de gaswisseling plaats
A
In de celkern
B
In de vacuole
C
Op het celmembraan
D
In de bladgroenkorrels

Slide 6 - Quiz

COPD:
A
Is te genezen
B
Gaat vanzelf over
C
Is chronisch
D
Is geen longaandoening

Slide 7 - Quiz

Kan door roken astma worden veroorzaakt?
En kan door roken COPD worden veroorzaakt?
A
Alleen Astma
B
Alleen COPD
C
Beide
D
Geen van Beide

Slide 8 - Quiz

Een gevolg van roken is dat je bloedvaten .........?......... worden
A
wijder
B
nauwer

Slide 9 - Quiz

Wat raakt beschadigd door teer en andere giftige stoffen in de rook van een sigaret?
A
Alleen trilharen.
B
Trilharen en slijmvlies.
C
Trilharen, slijmvlies en cellen van de longen.
D
Trilharen, slijmvlies, cellen van de longen en bloedvaten.

Slide 10 - Quiz

Welke stof uit een sigaret vermindert het zuurstoftransport in je bloed
A
Teer
B
Koolstofmonoxide
C
Nicotine
D
Rook

Slide 11 - Quiz

Bij welke longaandoening worden de luchtwegen nauwer, door samentrekkende spiertjes in luchtpijptakjes?
A
Astma
B
COPD
C
Beide
D
Geen van beide

Slide 12 - Quiz

Wat is passief roken?

A
Je ademt rook van anderen in
B
Je bent heel rustig als je rookt
C
Je inhaleert zo diep mogelijk

Slide 13 - Quiz

Wat is astma?
A
Een ziekte waarbij de bronchiën ontstoken zijn.
B
Een ziekte waarbij de longblaasjes kapot gaan.
C
Een ziekte waarbij de bronchiën altijd ontstoken zijn.
D
Een ziekte aan de luchtwegen die binnen een aantal maanden weer weg is.

Slide 14 - Quiz

Welke stof is verslavend?
A
nicotine
B
koolstofmonoxide
C
teer
D
rook

Slide 15 - Quiz

Basisstof 7: De lever en nieren

Slide 16 - Slide

Lever

Slide 17 - Slide

Bouw van de lever

Slide 18 - Slide

Functies lever
  • giftige stoffen uit het bloed halen en afbreken. (bv. alcohol, medicijnen en drugs)
  • afvalstoffen uit het bloed halen en afbreken (bv. eiwitten en rode bloedcellen)
  • gal maken

Slide 19 - Slide

Andere functies van de lever
  • Afbraak van overtollige eiwitten, er ontstaat ureum (urine)
  • Afbreken van rode bloedcellen, het ijzer wodt opgeslagen
  • Afbreken schadelijke stoffen (alcohol, medicijnen, drugs)

Slide 20 - Slide

Hepatitis
  • Ontsteking van de lever door hepatitisvirus
  • Een besmet persoon heeft dan hepatitis 
Hepatitis B
- bloed, sperma, vaginaal vocht
- eerst milde verschijnselen
- later leverkanker of levercirrose (afsterven cellen)

Slide 21 - Slide

Lever 
bloedvaten
Poortader
Leverader
Leverslagader

Slide 22 - Slide

Wat is GEEN functie van de lever?
A
De lever haalt gifstoffen uit het bloed
B
De lever breekt rode bloedcellen af
C
De lever breekt virussen af
D
De lever maakt gal

Slide 23 - Quiz

Welk orgaan kan worden aangetast bij Hepatitis B ?
A
Hart
B
Nieren
C
Lever
D
Hersenen

Slide 24 - Quiz

Wat is de functie van dit orgaan in de spijsvertering?
A
Gal verwijderen
B
Gal maken
C
Gal opslaan
D
Gal verteren

Slide 25 - Quiz

Hoe heet het bloedvat wat van de lever weggaat?
A
Leverslagader
B
Leverader
C
Leverhaarvaten

Slide 26 - Quiz

Wat vervoert de poortader naar de lever?
A
Urine
B
Stoffen die zijn opgenomen in de longen
C
Zuurstofrijk bloed
D
Stoffen die zijn opgenomen in de darmen

Slide 27 - Quiz

Een bloedvat loopt van het hart naar de lever, welk bloedvat is dit?
A
De poortader
B
De leverader
C
De leverslagader
D
De onderste holle ader

Slide 28 - Quiz

Wat is er bijzonder aan het bloed dat de poortader naar de lever brengt
A
Zuurstofrijk
B
Zuurstofarm
C
Voedselrijk
D
Voedselarm

Slide 29 - Quiz

Een belangrijke taak van de lever is om het bloed te zuiveren.
Wat moet een lever uit het bloed verwijderen?

A
alleen giftige stoffen
B
afvalstoffen en onverteerde voedselresten
C
afvalstoffen en giftige stoffen
D
Giftige stoffen en onverteerde voedselresten

Slide 30 - Quiz

De nieren

Slide 31 - Slide

De nieren
  • Uitscheiding van overtollig water, overtollig zouten, afvalstoffen en schadelijke stoffen:
  • Urine: alle verwijderde stoffen.
  • Urine wordt in nierbekkens verzameld.
  • Afgevoerd via urineleiders
 -> urineblaas -> urinebuis -> WC

Slide 32 - Slide

Slide 33 - Video

De onderdelen van je nieren en urinewegen
Een nier bestaat uit:
het nierschors, niermerg 
en de nierbekken.

Via je nierslagaders komt er
bloed met afvalstoffen in je
nieren. 

Slide 34 - Slide

Werking nieren
- De nierschors en het niermerg scheiden samen water met afvalstoffen uit (= urine). 
- Het nierbekken verzamelt de urine.

- Via urine leider naar de urineblaas (opslag)
- Verlaat lichaam via urinebuis

Slide 35 - Slide

Samenstelling urine

Veel zouten --> donkere urine
Weinig zouten (veel water) --> lichte urine

Slide 36 - Slide

Slide 37 - Video

Hieronder zie je een doorsnede van een nier. 
Zet de namen van de onderdelen op de juiste plaats.
nierbekken
nierschors
niermerg
urineleider
nierslagader
niersader

Slide 38 - Drag question

Welk geeft nummer 3 aan?
A
Urineleider
B
Nierschors
C
Niermerg
D
Nierbekken

Slide 39 - Quiz


A
Nierbekken
B
Niermerg
C
Nierschors
D
Urineleider

Slide 40 - Quiz

De onderdelen van de nier zijn van buiten naar binnen:
A
Nierbekken; niermerg; nierschors
B
Nierschors; nierbekken ;niermerg
C
Niermerg ; nierschors; nierbekken
D
Nierschors; niermerg; nierbekken

Slide 41 - Quiz

Een nierontsteking komt wel eens voor als gevolg van een blaasontsteking. Bacteriën gaan vanuit de blaas dan richting de nieren. Hoe komt de bacterie in de nieren?
A
nieren - urineleiders - blaas - nieren
B
urinebuis - blaas - urineleider - nieren
C
urineleider - blaas - urinebuis -nieren
D
blaas- urinebuis - urineleider -nieren

Slide 42 - Quiz

Je ziet een nier en de bloedvaten. Hoe heet het bloedvat met de blauw pijl?
A
Nierader
B
Nierslagader
C
Nierhaarvat

Slide 43 - Quiz

Hoe heet het bloedvat dat naar de nier toe stroomt?
A
Nierader
B
Nierhaarvat
C
Nierslagader
D
Nierbloedvat

Slide 44 - Quiz

Slide 45 - Video