Zet de namen van de onderdelen op de juiste plaats.
nierbekken
nierschors
niermerg
urineleider
nierslagader
niersader
Slide 38 - Drag question
Welk geeft nummer 3 aan?
A
Urineleider
B
Nierschors
C
Niermerg
D
Nierbekken
Slide 39 - Quiz
A
Nierbekken
B
Niermerg
C
Nierschors
D
Urineleider
Slide 40 - Quiz
De onderdelen van de nier zijn van buiten naar binnen:
A
Nierbekken; niermerg; nierschors
B
Nierschors; nierbekken ;niermerg
C
Niermerg ; nierschors; nierbekken
D
Nierschors; niermerg; nierbekken
Slide 41 - Quiz
Een nierontsteking komt wel eens voor als gevolg van een blaasontsteking. Bacteriën gaan vanuit de blaas dan richting de nieren. Hoe komt de bacterie in de nieren?
A
nieren - urineleiders - blaas - nieren
B
urinebuis - blaas - urineleider - nieren
C
urineleider - blaas - urinebuis -nieren
D
blaas- urinebuis - urineleider -nieren
Slide 42 - Quiz
Je ziet een nier en de bloedvaten. Hoe heet het bloedvat met de blauw pijl?
A
Nierader
B
Nierslagader
C
Nierhaarvat
Slide 43 - Quiz
Hoe heet het bloedvat dat naar de nier toe stroomt?