NE 1K - Lv3, Ws3, KL2 (les 12)

Welkom
Nederlands
1 / 17
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo k, gLeerjaar 2

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Welkom
Nederlands

Slide 1 - Slide

Nederlands
Lezen: Koning van Katoren, Jan Terlouw

Slide 2 - Slide

Nederlands
Lezen

Slide 3 - Slide

Nederlands
Start
Lesdoel 
  • Je kunt zoekend lezen.
  • Je kunt woordbetekenissen uit voorbeelden afleiden.
  • Je kunt interviews beluisteren.

Huiswerk
  • Taalverzorging 3.2, alle opdrachten > bespreken.



Toets plannen
  • Woordenlijst hst 3

Slide 4 - Slide

Nederlands
H3 Lezen: Zoekend lezen
Leerdoel
  • Je kunt specifieke informatie in een tekst vinden.

Opdracht
  • Lees de theorie.
  • Maak opdracht 5C.

Zoekend lezen
Zoekend lezen doe je om snel specifieke informatie (zoals de aanvangstijd of de toegangsprijs) in een tekst te vinden.

Zo lees je zoekend.
  • Bekijk de tussenkopjes. Welke informatie vind je waar?
  • Kijk naar opvallend gedrukte woorden (vet, gekleurd, schuin).
  • Let op opvallende tekens (valutateken, afstanden, opsommingstekens, cijfers).

Slide 5 - Slide

Bij welke situatie past anoniem?
A
Je stem uitbrengen bij verkiezingen.
B
Je paspoort aanvragen.
C
Deelnemen aan de online les.
D
Een bezoek aan de tandarts brengen.

Slide 6 - Quiz

Wat hoort bij elkaar?
begin
voor
totaal
mis
bron
niet goed
pro
helemaal

Slide 7 - Drag question

Wat betekent commercieel?
A
Dat iets duur is.
B
Dat iets goedkoop is.
C
Dat iets bedoeld is om geld aan te verdienen.
D
Dat iets gemaakt is voor de reclame.

Slide 8 - Quiz

Wat is er aan de hand als je hond in de pot vindt?
A
Dan moet je de hond uitlaten.
B
Dan is het eten op.
C
Dan is de hond ondeugend.
D
Dan is de wc verstopt.

Slide 9 - Quiz

Wat is goed geschreven?
A
achtien
B
achttien

Slide 10 - Quiz

Wat betekent 'door het oog van de naald kruipen'?

Slide 11 - Open question

Wat is goed geschreven?
A
televisie-programma
B
televisie programma
C
televisieprogramma

Slide 12 - Quiz

Je bewaart je geld omdat je het later misschien nodig hebt.

Welke uitdrukking past daar het beste bij?
A
Haastige spoed is zelden goed.
B
Het feest gaat niet door.
C
Je bent nog niet jarig.
D
Een appeltje voor de dorst.

Slide 13 - Quiz

Wat is goed geschreven?
A
februarie
B
februari

Slide 14 - Quiz

Nederlands
H3 Woordenschat: Voorbeeld
Leerdoel
  • Je kunt de betekenis van een moeilijk woord in de tekst vinden.
  • Je kent de uitdrukkingen.

Opdracht
  • Maak opdracht 10A, 11C en 12C.


Woordraadstrategieën
  • Synoniem
  • Betekenis
  • Voorbeeld
  • Tegenstelling
  • Bekend woorddeel

Let goed op signalen in de tekst.
Lees de theorie voor voorbeelden.

Slide 15 - Slide

Nederlands
H2 Kijken en luisteren: Interviews
Leerdoel
  • Je kunt informatie uit eenvoudige interviews halen.
  • Je let bij interviews op hoe iemand iets zegt.

Opdracht
  • Lees de theorie online.
  • Maak de opdrachten af.


Theorie
  • Interview = vraaggesprek.
  • Let op de vragen van de interviewer.
  • Let op de antwoorden van de geïnterviewde.
  • Let op het doorvragen door de interviewer.
  • Let op de woordkeuze (hoe iemand iets zegt) en lichaamstaal (houding, gezichtsuitdrukking).

Slide 16 - Slide

Nederlands
Afsluiting
Lesdoel 
  • Je kunt zoekend lezen.
  • Je kunt woordbetekenissen uit voorbeelden afleiden.
  • Je kunt interviews beluisteren.

Huiswerk
  • Taalverzorging 3.2, alle opdrachten > bespreken.


Toets plannen
  • Woordenlijst hst 3

Slide 17 - Slide