What is LessonUp
Search
Channels
Log in
Register
‹
Return to search
Topic 10 Prefixes & Suffixes
Prefixes & Suffixes
Prefixes & Suffixes
1 / 35
next
Slide 1:
Slide
Engels
Middelbare school
vmbo, mavo, havo, vwo
Leerjaar 2
This lesson contains
35 slides
, with
interactive quizzes
and
text slides
.
Lesson duration is:
60 min
Start lesson
Save
Share
Print lesson
Items in this lesson
Prefixes & Suffixes
Prefixes & Suffixes
Slide 1 - Slide
At the end of this LessonUp
You know what prefixes and suffixes are.
You can use prefixes and suffixes in the correct way.
Slide 2 - Slide
Prefixes and suffixes
(voorvoegsels en achtervoegsels)
Prefixes
zijn letters die voor het woord komen om zo de betekenis van het woord te veranderen.
Suffixes
zijn letters die achter het woord komen om zo de betekenis van het woord te veranderen.
Slide 3 - Slide
Wat is het tegenovergestelde van gelukkig? Schrijf het Nederlandse woord op.
Slide 4 - Open question
Wat is het tegenovergestelde van gezond? Schrijf het Nederlandse woord op.
Slide 5 - Open question
Prefixes
Suffixes
Slide 6 - Slide
Match the prefixes with the words they go with.
correct
honest
legal
possible
regular
dis-
il-
im-
in-
ir-
Slide 7 - Drag question
Prefixes and suffixes
we can create new words by adding prefixes and suffixes
Slide 8 - Slide
non- / un- / im- / il- / ir- / in-
Geven een woord een
tegenovergestelde
betekenis.
welcome -->
un
welcome
patient -->
im
patient
logical -->
il
logical
complete -->
in
complete
Slide 9 - Slide
Prefixes
A prefix changes the meaning of a word
In English you can use
un
as a prefix
able
un
able: To not be able to do something
Example: She is unable to attend tomorrow's meeting
Ze kan de afspraak morgen niet bijwonen.
Slide 10 - Slide
What is the opposite of happy?
Slide 11 - Open question
The door is locked. I need to .........(lock) it so I can get in.
Slide 12 - Open question
Prefixes
In het Nederlands gebruik je ook
her
als een voorvoegsel
Schrijven
her
schrijven
Gebruiken
her
gebruiken
Formuleren
her
formuleren
Her
gebruik je om aan te geven dat je iets opnieuw doet of moet doen. In het Engels gebruik je dan
re
Slide 13 - Slide
Prefixes
A prefix changes the meaning of a word
In English you can use
re
as a prefix
fill
re
fill:
Example: I need to
re
fill my waterbottle before we go, it's nearly empty.
Slide 14 - Slide
re-
betekent
opnieuw
of
terug/her
re
do
re
call
re
build
re
minder
re
sponse
re
cycle
re
cover
Slide 15 - Slide
Use the prefix re:
We need to ......... (heat) our food, it has gone cold.
Slide 16 - Open question
Use the prefix re:
Our dog was lost, but suddenly it ...... (appeared) again.
Slide 17 - Open question
mis- / dis-
Geven een woord een
tegenovergestelde
of
negatieve
betekenis.
mis
take
dis
belief
dis
like
dis
respect
mis
behave
mis
heard
Slide 18 - Slide
Wat komt er voor "possible"
A
Non
B
Dis
C
Im
D
Ir
Slide 19 - Quiz
Wat komt er voor "sense"
A
Non
B
Un
C
Ir
D
Dis
Slide 20 - Quiz
Wat komt er voor "appear"
A
Un
B
Dis
C
Non
D
Ir
Slide 21 - Quiz
Wat komt er voor "play"
A
Mis
B
Re
C
Un
D
Ir
Slide 22 - Quiz
Moving on to the suffixes!
Slide 23 - Slide
Suffixes / Achtervoegsels
Komen
achter
het woord.
Veranderen de betekenis
van het woord.
Slide 24 - Slide
- er
1) gebruik je als
vergrotende trap
(om iets te vergelijken)
sweeter, nicer, cooler, darker, lower
2) voor een
persoon
of
ding
die een 'iets' (een actie) doet (werkwoord wordt zelfstandig naamwoord)
teacher, dancer, biker, gamer
Slide 25 - Slide
- able
1) gebruik je om te zeggen dat het mogelijk is
portable, respectable, practicable
Slide 26 - Slide
Suffixes: Less
If you put the suffix
LESS
at the end of a word, it means without.
fear fearless: Superman is a fearless man.
hair hairless: That man has no hair, he is hairless.
help helpless: He was lost in de desert, he was totally helpless.
Slide 27 - Slide
- ful
1) gebruik je om te zeggen dat iets een eigenschap bezit
beautiful, careful, wonderful, stressful
Let op: spelling is dan met één L
Slide 28 - Slide
Suffixes: ING
If you put the suffix
ing
at the end of a word, to descibe a product or action
paint painting (schilderij)
build building
walk walking
Slide 29 - Slide
- ive
1) gebruik je om van een werkwoord een bijvoeglijk naamwoord te maken.
attractive, effective, exhaustive
Slide 30 - Slide
1. Wat komt er achter "sad"
A
er
B
ing
C
ment
D
ness
Slide 31 - Quiz
2. Wat komt er achter "punish"
A
ment
B
ness
C
er
D
ing
Slide 32 - Quiz
3. Wat komt er achter "end"
A
ment
B
ness
C
ing
D
er
Slide 33 - Quiz
www.tolearnenglish.com
Slide 34 - Link
I know what a prefix and a suffix is.
😒
🙁
😐
🙂
😃
Slide 35 - Poll
More lessons like this
Prefixes and Suffixes
10 days ago
- Lesson with
27 slides
Engels
Middelbare school
vmbo
Leerjaar 2
Prefixes and Suffixes
April 2024
- Lesson with
27 slides
Engels
Middelbare school
vmbo
Leerjaar 2
Prefixes and Suffixes
February 2025
- Lesson with
27 slides
Engels
Middelbare school
vmbo
Leerjaar 2
Prefixes and Suffixes
March 2024
- Lesson with
30 slides
Engels
Middelbare school
vmbo
Leerjaar 2
Prefixes and Suffixes
January 2025
- Lesson with
30 slides
Engels
Middelbare school
vmbo
Leerjaar 2
Prefixes and Suffixes
March 2024
- Lesson with
23 slides
Engels
Middelbare school
vmbo
Leerjaar 2
Chapter 5 E Writing and Grammar
February 2025
- Lesson with
18 slides
Engels
Middelbare school
vmbo
Leerjaar 2
Prefixes and Suffixes
3 days ago
- Lesson with
23 slides
Engels
Middelbare school
vmbo
Leerjaar 2