LEEG - mening geven - stellingen - eens/oneens - omdat ....

Nederlands 

uitleg en oefenen

Ik geef mijn mening over een stelling.
1 / 30
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

This lesson contains 30 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Nederlands 

uitleg en oefenen

Ik geef mijn mening over een stelling.

Slide 1 - Slide

Leerdoelen

Een stelling

  • Ik weet wat een stelling is.
  • Ik kan een stelling herkennen.
  • Ik kan zelf een stelling bedenken en typen.

Voorbeeld:
Alle mbo-leerlingen in Nederland moeten een gratis laptop krijgen




 

Slide 2 - Slide

Uitleg: een goede stelling 
  • Een stelling = een korte zin waarin een duidelijke mening staat.
  • Je kunt het er mee eens of oneens zijn. 

Goede stellingen.
Leven zonder telefoon is beter voor mensen.
De schoolkantine moet gesloten worden tijdens de ramadan.


Slide 3 - Slide

Uitleg: geen stelling
Geen stelling:
-  'niet' of 'geen'  
- een vraag (?)

Foute stellingen:
Kinderen tot 12 jaar mogen niet  op een fatbike rijden. 
Je mag geen telefoon geen telefoon gebruiken tijdens het fietsen. 
Is het goed dat kinderen zelf kiezen hoe laat ze naar bed gaan?  


Slide 4 - Slide

Leerdoelen
  • Ik kan mijn mening geven met: eens of oneens
     
       Ik ben het eens met de stelling.

       Ik ben het oneens met de stelling.



 

Slide 5 - Slide

Uitleg
Stap 1.  Ik lees de stelling.
Stap 2. Ik denk na. 
Stap 3. Ik geef mijn mening over de stelling. Kies:

 Ik ben het eens met de stelling.
 of 
 Ik ben het oneens met de stelling.

Slide 6 - Slide

1. De stelling is:


A
Ik ben het eens met de stelling.
B
Ik ben het oneens met de stelling.

Slide 7 - Quiz

2. De stelling is:


A
Ik ben het eens met de stelling.
B
Ik ben het oneens met de stelling.

Slide 8 - Quiz

3. De stelling is:



A
Ik ben het eens met de stelling.
B
Ik ben het oneens met de stelling.

Slide 9 - Quiz

4. De stelling is:



A
Ik ben het eens met de stelling.
B
Ik ben het oneens met de stelling.

Slide 10 - Quiz

5. De stelling is:


A
Ik ben het eens met de stelling.
B
Ik ben het oneens met de stelling.

Slide 11 - Quiz

Hoe vind je het om je mening te geven met eens of oneens?

A
makkelijk
B
wel oké
C
moeilijk

Slide 12 - Quiz

1. Bedenk zelf een stelling. Typ die hieronder.

Voorbeeld:
Tik Tok, Instagram, Snapchat etc. moeten verboden worden voor kinderen tot 16 jaar.

Slide 13 - Open question

2. Bedenk zelf een stelling. Typ die hieronder


Slide 14 - Open question

Lees de stelling op het bord.
Geef je mening.

A
Ik ben het eens met de stelling.
B
Ik ben het oneens met de stelling.

Slide 15 - Quiz

3. Bedenk zelf een stelling. Typ die hieronder


Slide 16 - Open question

Lees de stelling op het bord.
Geef je mening.

A
Ik ben het eens met de stelling.
B
Ik ben het oneens met de stelling.

Slide 17 - Quiz

Hoe vind je het om een stelling te bedenken?

A
makkelijk
B
wel oké
C
moeilijk

Slide 18 - Quiz

Leerdoelen
  • Ik kan mijn mening geven met: eens of oneens, 
  • Ik kan mijn mening uitleggen met: omdat ....
       
 Ik ben het eens met de stelling, omdat ......
 Ik ben het oneens met de stelling, omdat ........



 

Slide 19 - Slide

Uitleg:  eens.... omdat
Geef je mening met eens. Leg je mening uit met omdat.......

Stelling: 
Als je op een fatbike rijdt, moet een helm verplicht worden.

Voorbeeld:
Ik ben het eens met de stelling, 
                  1 (wie/wat)       3 (rest)            2 (werkwoord)
omdat    fatbikes            heel snel         rijden.

Slide 20 - Slide

Uitleg: oneens ..... omdat
Geef je mening met oneens. Leg je mening uit met omdat.......

Stelling: 
Als je op een fatbike rijdt, moet een helm verplicht worden.

Voorbeeld:
Ik ben het oneens met de stelling, 
                  1 (wie/wat)       3 (rest)                    2 (werkwoord)
omdat    fatbikes             niet snel                rijden.

Slide 21 - Slide

1. Stelling:


Typ je mening in een zin.
Ik ben het eens/oneens met de stelling, omdat .......

Slide 22 - Open question

2. Stelling:


Typ je mening in een zin.
Ik ben het eens/oneens met de stelling, omdat .......

Slide 23 - Open question

Hoe vind je het om je mening uit te leggen met: omdat .......

A
makkelijk
B
wel oké
C
moeilijk

Slide 24 - Quiz

Stelling:
....

Geef je mening met : eens/oneens.
Leg je mening uit met: omdat .........

Slide 25 - Open question

Wat heb je geleerd in deze les?

Slide 26 - Open question

Ik vond de les ......
A
gemakkelijk
B
wel oké
C
beetje moeilijk
D
heel moeilijk

Slide 27 - Quiz

Ik vond de les .....
A
saai
B
wel oké
C
leuk

Slide 28 - Quiz

Heb je nog een vraag?
Stel je vraag.

Slide 29 - Slide

Einde

Bedankt voor  jouw aandacht en bijdrage.


Goed gewerkt!

Slide 30 - Slide