Videoles: mening geven - stellingen - eens/oneens - omdat ....

Nederlands 

uitleg en oefenen

Ik geef mijn mening over een stelling.
1 / 24
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Nederlands 

uitleg en oefenen

Ik geef mijn mening over een stelling.

Slide 1 - Slide

Leerdoelen

De stelling

  • Ik weet wat een stelling is.
  • Ik kan mijn mening geven over een stelling met :  eens/oneens
  • Ik kan mijn mening uitleggen met                              :  omdat .......

Voorbeeld:
Alle mbo-leerlingen in Nederland moeten een gratis laptop krijgen




 

Slide 2 - Slide

Uitleg 
Een stelling:
  • Een korte zin waarin een duidelijke mening staat.
  • Je kunt het er mee eens of oneens zijn. 

Voorbeelden:
  • Alle kinderen tot 18 jaar in Nederland moeten leren zwemmen. 
  • Iedereen moet een autorijbewijs hebben. 


Slide 3 - Slide

Uitleg
Stap 1.  Ik lees de stelling.
Stap 2. Ik denk na. 
Stap 3. Ik geef mijn mening over de stelling. Kies:

 Ik ben het eens met de stelling.
 of 
 Ik ben het oneens met de stelling.

Slide 4 - Slide

1. De stelling is:

Alle mbo-leerlingen in Nederland moeten een gratis laptop krijgen.
A
Ik ben het eens met de stelling.
B
Ik ben het oneens met de stelling.

Slide 5 - Quiz

2. De stelling is:

Iedereen moet een rijbewijs behalen.

A
Ik ben het eens met de stelling.
B
Ik ben het oneens met de stelling.

Slide 6 - Quiz

Uitleg:  eens.... , omdat
Geef je mening met eens. Leg je mening uit met omdat.......

Stelling: 
Als je op een fatbike rijdt, moet een je een helm op.

Voorbeeld:
Ik ben het eens met de stelling, 
                  1 (wie/wat)       3 (rest)            2 (werkwoord)
omdat    fatbikes            heel snel         rijden.

Slide 7 - Slide

Uitleg: oneens ..... , omdat
Geef je mening met oneens. Leg je mening uit met omdat.......

Stelling: 
Als je op een fatbike rijdt, moet moet je een helm op. 

Voorbeeld:
Ik ben het oneens met de stelling, 
                  1 (wie/wat)       3 (rest)                    2 (werkwoord)
omdat    fatbikes             niet snel                rijden.

Slide 8 - Slide

3. De stelling is:
De lessen van ISK Oss moeten om 8.00 uur beginnen.

Typ je mening. 1 3 2
Ik ben het eens/oneens met de stelling, omdat ........ ...... ......



Slide 9 - Open question

4. De stelling is:
Sociale media zijn slecht voor je mentale gezondheid.

Typ je mening. 1 3 2
Ik ben het eens/oneens met de stelling, omdat ........ ...... ......



Slide 10 - Open question

5. De stelling is:
Rijke mensen moeten 25% van hun geld geven aan arme mensen.

Typ je mening. 1 3 2
Ik ben het eens/oneens met de stelling, omdat ........ ...... ......



Slide 11 - Open question

6. De stelling is:

Iedereen mag alles zeggen op internet. Ook
slechte dingen.



A
Ik ben het eens met de stelling
B
Ik ben het oneens met de stelling.

Slide 12 - Quiz

Opdracht:  
1.  Ga in een groepje van 3 of 4 zitten. 
2. Bedenk samen een goede stelling.
3. Geef allemaal je mening en leg je mening uit:

     Ik ben het eens/oneens met de stelling,     

                        1 (wie/wat)              3 (rest)     2 (werkwoord)
     omdat      

Slide 13 - Slide

Kun je nu je mening geven met:
Ik ben het eens/oneens met de stelling.


A
Ja, dat kan ik.
B
Een beetje, ik moet nog oefenen.
C
Nee, het is te moeilijk

Slide 14 - Quiz

Kun je jouw mening over een stelling uitleggen met: omdat .......

(woordvolgorde: werkwoord achteraan)


A
Ja.
B
Een beetje, ik moet nog oefenen.
C
Nee.
D
Ja, maar de woordvolgorde is nog een beetje moeilijk.

Slide 15 - Quiz

Kun je een Waarom-vraag aan iemand stellen?

(woordvolgorde: Waarom 2 - 1 - 3)


A
Ja.
B
Nog niet helemaal, ik moet nog oefenen.
C
Nee.

Slide 16 - Quiz

Kun je antwoord aan iemand geven met: omdat .......
(woordvolgorde: werkwoord achteraan)


A
Ja, dat kan ik.
B
Nog niet helemaal, ik moet nog oefenen.
C
Nee, ik kan dat nog niet.
D
Ja, maar de woordvolgorde is nog een beetje moeilijk.

Slide 17 - Quiz

Welke regel moet je onthouden bij een omdat-zin?

Slide 18 - Open question

Met wie kun buiten school oefenen:
- Waarom...? Omdat .....?
- Stellingen: Ik ben het eens met de stelling, omdat .....
Ik ben het oneens met de stelling, omdat ....

Slide 19 - Open question

Ik vond de les ......
A
gemakkelijk
B
wel oké
C
beetje moeilijk
D
heel moeilijk

Slide 20 - Quiz

Ik vond de les .....
A
saai
B
leerzaam
C
leuk
D
niet leerzaam

Slide 21 - Quiz

Heb je nog een vraag?
Stel je vraag.

Slide 22 - Slide

Volgende lessen
  • Zelf nog meer stellingen bedenken.
  • Over je mening na te denken.
  • In groepjes stellingen bespreken: je mening geven en     uitleggen.
  • Voorbereiden om een debat te voeren met leerlingen van andere klassen. 

Slide 23 - Slide

Einde

Bedankt voor het meedoen!


Je hebt goed gewerkt!

Slide 24 - Slide