This lesson contains 37 slides, with interactive quizzes and text slide.
Items in this lesson
Examentraining
LAATSTE LES MET JULLIE <3
Slide 1 - Slide
Bij welke behandeling worden steunfossa’s gemaakt?
A
Bij het maken van een overkappingsprothese
B
Bij het maken van een frameprothese
C
Bij het rebasen van een immediaatprothese
D
Bij het maken van een immediaatprothese
Slide 2 - Quiz
Wat is de meest geadviseerde pijnstiller in de tandheelkunde?
A
Floctafenine
B
Aspirine
C
Paracetamol
D
Ibuprofen
Slide 3 - Quiz
Bij welke aandoening is het verstandig om bij een tandheelkundige behandeling een lokaal anestheticum zonder adrenaline te gebruiken? Leg uit waarom.
Slide 4 - Open question
De tandarts heeft een extractiewond met zijde gehecht vanwege een nabloeding. Na hoeveel dagen worden de hechtingen verwijderd bij een normale wondgenezing?
A
2 dagen
B
10 dagen
C
5 dagen
D
7 dagen
Slide 5 - Quiz
Bij een 18 jarige vrouw ontbreekt de Csd in de mond. Op de röntgenfoto blijkt het element ingeklemd te zitten tussen de buurelementen. De Csd kan dus niet doorbreken. Waar is hier sprake van?
A
Een geretineerde Csd
B
Hypodontie
C
Een mesiodens
D
Een geïmpacteerde Csd
Slide 6 - Quiz
Hoeveel gebitselementen moet je minimaal onder cofferdam leggen bij een endodontische behandeling?
A
1
B
2
C
3
D
4
Slide 7 - Quiz
Waartoe wordt een mesiodens gerekend?
A
Hypodontie
B
Agenesie
C
Hyperdontie
D
Dystopie
Slide 8 - Quiz
Bij een 15 jarige jongen is een groot centraal diasteem te zien in de bovenkaak. Op de röntgenfoto is een klein gebitselementje te zien tussen de centrale incisieven. Waar is hier sprake van?
A
Een geïmpacteerde cuspidaat
B
Hypodontie
C
Een mesiodens
D
Een geretineerde cuspidaat
Slide 9 - Quiz
Bij een 72 jarige man zijn de frontelementen veel korter dan normaal. Bij navraag blijkt dat er geen afwijkende gewoonten zijn. Wat is de meest waarschijnlijke oorzaak?
A
Pathologische slijtage
B
Attritie
C
Erosie
D
Abrasie
Slide 10 - Quiz
Welke afwijking behoort NIET tot de post-eruptieve afwijkingen.
A
Cariës
B
Erosie
C
Mottled enamel
D
Pulpitis
Slide 11 - Quiz
Bij een 12 jarige jongen staan de elementen van het bovenfront scheef door ruimtegebrek. Waar is hier sprake van?
A
Diastemen
B
Mesiodens
C
Crowding
D
Spacing
Slide 12 - Quiz
Bij extractie van welke element is na de behandeling een blaas- en snuitproef nodig?
A
23
B
17
C
36
D
45
Slide 13 - Quiz
Bij een 25 jarige patiënte begint een verstandskies in de onderkaak door te breken. Het element ligt scheef in de kaak. Ze heeft geen klachten en zegt 2 maanden zwanger te zijn. Wat zou jij doen als jij tandarts van deze patiënte was?
A
Niets
B
Adviseren om extra aandacht aan de mondhygiëne te besteden
C
Extractie M3
D
Röntgenfoto M3
Slide 14 - Quiz
Een patiënt komt bij de tandarts met een zeer dik en erg pijnlijk gezicht, hij voelt zich tevens ziek en hij heeft koorts. Wat heeft deze patiënt hoogstwaarschijnlijk?
A
Een submuceus abces
B
Een cellulitis
C
Een subperiostaal abces
D
Een parodontaal abces
Slide 15 - Quiz
Tot welke gingiva afwijkingen behoort een amalgaam tattoo?
A
Verkleuringen
B
Zwellingen
C
Tumoren
D
Ontstekingen
Slide 16 - Quiz
Een patiënt komt op het spreekuur, hij is erg ongerust want hij ziet een groot aantal kleine, gele korreltjes onder de mucosa van wang en lippen. Hij heeft geen pijn. Wat heeft deze patiënt hoogstwaarschijnlijk?
A
Herpes
B
Aften
C
Candidose
D
Fordyce spots
Slide 17 - Quiz
Wanneer ontstaat een schisis?
A
Direct na de geboorte
B
Aan het begin van de zwangerschap
C
Aan het eind van de zwangerschap
D
In de kinderjaren
Slide 18 - Quiz
Wat hoort niet bij een palatoschisis?
A
Metastase vorming
B
Nasale spraak
C
Het kind kan niet zuigen
D
Gestoorde gebitsontwikkeling
Slide 19 - Quiz
Een 13-jarige patiënt heeft een extreme klasse III afwijking. Ze ervaart haar uiterlijk als erg storend en wil graag behandeld worden. Wat adviseer jij haar?
A
Behandeling op 30-jarige leeftijd
B
Behandeling na afloop van de groeifase
C
Ogenblikkelijke behandeling
D
Een dergelijke behandeling had al veel eerder moeten plaatsvinden
Slide 20 - Quiz
Waar wordt het succes van het terugplaatsen van een (uitgevallen/uitgeslagen) gebitselement vooral door bepaald?
A
Het geven van een tetanusprofylaxe
B
De tijd die het element uit de alveole is geweest
C
De manier waarop het element wordt gespalkt
D
Het desinfecteren van het element
Slide 21 - Quiz
Bij welke personen komt juveniele parodontitis vooral voor?
A
mensen tussen de 20 en 40 jaar
B
Mensen boven de 40
C
Kleuters
D
Mensen onder de 20
Slide 22 - Quiz
Er zit een patiënt in de behandelstoel met een blauw-grijs verkleurd frontelement. Waar duidt dit meestal op?
A
Necrotische pulpa
B
Pulpa-irritatie
C
Lateraal wortelkanaal
D
Geoblitereerd wortelkanaal
Slide 23 - Quiz
Er belt een mevrouw naar de praktijk omdat zij een drukplek onder haar prothese heeft. Het is nu 9.00. De mevrouw kan om 16.00 terecht in jouw praktijk. Zij heeft de prothese al twee dagen niet gedragen. Welke instructies en/of adviezen geef jij aan deze mevrouw? leg uit waarom je dat doet.
Slide 24 - Open question
Welke orthodontische afwijking is op deze afbeelding te zien:
A
Crowding
B
Ectosteme elementen
C
Mesiodens
D
Spacing
Slide 25 - Quiz
Er bestaan verschillende soorten antibiotica. Wat bepaalt de keuze van het soort antibioticum?
A
De hoeveelheid virussen
B
Het soort virus
C
De hoeveelheid bacteriën
D
De soort bacterie
Slide 26 - Quiz
Leg uit wat Schisis is
Slide 27 - Open question
Welke van de onderstaande abcessen is het meest pijnlijk?
A
Subcutaan abces
B
Subperiostaal abces
C
Parodontaal abces
D
Submuceus abces
Slide 28 - Quiz
Een patiënt met een overkappingsprothese moet een goede mondhygiëne behouden omdat:
A
De overkapte elementen extra vatbaar zijn voor cariës
B
De overkapte elementen endodontisch behandeld zijn
C
De overkapte elementen erg gevoelig zijn voor warm en koud
D
De overkapte elementen anders snel verkleuren
Slide 29 - Quiz
Het gebied waar een peri-apicale ontsteking zich bevindt is:
A
Rondom de kroon van een gebitselement
B
Rondom de wortelpunt
C
Onderin diepe pockets
D
In de pulpa
Slide 30 - Quiz
De Angle klasse die je op deze afbeelding ziet is een:
A
Klasse I
B
Klasse II/1
C
Klasse II/2
D
Klasse III
Slide 31 - Quiz
Een activator dient vooral om:
A
De onderkaak te remmen in zijn groei
B
De bovenkaak te stimuleren in zijn groei
C
De onderkaak te stimuleren in zijn groei
D
De bovenkaak te remmen in zijn groei
Slide 32 - Quiz
Noem 2 voordelen van het hechten van een wond.
Slide 33 - Open question
De orthodontist wil afdrukken gaan maken om hiervan studiemodellen te laten maken door de tandtechnieker. Welke lepels moet hij hiervoor gebruiken:
A
Betande geperforeerde lepels
B
Kunststof onbetande afdruklepels
C
Betande niet- geperforeerde lepels
D
Individuele afdruklepels
Slide 34 - Quiz
Om een implantaat langdurig en goed in de mond te kunnen behouden zijn er een aantal voorwaarden waar de tandarts, de patiënt en/of het gebit aan moeten voldoen. Noem drie van deze voorwaarden
Slide 35 - Open question
Welke van de onderstaande symptomen wijst op een ontsteking?
A
Vernauwing van de bloedvaten
B
Trage ademhaling
C
Lage hartslag
D
Temperatuursverhoging
Slide 36 - Quiz
Bij patiënten met implantaten moet er soms tandsteen verwijderd worden. Welk instrument gebruikt de mondhygiëniste om rond een implantaat tandsteen te verwijderen?