Herodotos - Introductie

Herodotos (ca. 485 - ca. 425 v.Chr.)
1 / 28
next
Slide 1: Slide
GrieksMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

This lesson contains 28 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Herodotos (ca. 485 - ca. 425 v.Chr.)

Slide 1 - Slide

Inhoud
  • Introductiefilmpje
  • Wie was Herodotos?
  • Herodotos' taaleigen

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Video

Wie was Herodotos?

Slide 4 - Slide

Herodotos (ca. 485 - ca. 425 v.Chr.)
  • Geboren in Halikarnassos, in Carië
  • Tiran van Carië doodde oom van Herodotos > familie vluchtte: naar Samos (ca461)
  • Ca. 454 (tiran stierf) terugkeer naar Halikarnassos
  • 425 gestorven in Thourioi

Slide 5 - Slide

522-486
 v Chr
490 v Chr
480 
v Chr


486-465 
v Chr
belangrijke momenten in het Perzisch-Grieks conflict
499-493 
v Chr
Darius
Ionische Opstand
Xerxes
Slag bij Marathon
Slag bij Thermopylae

Slide 6 - Drag question

Herodotos: anders dan anders
  • Schreef: Historiën

  • Griekse woord ἱστορίη betekent: onderzoek
  • Reiziger (Egypte, Libië, Mesopotamië, Babylon)
  • Andere aanpak geschiedschrijving dan logografen (=prozaschrijvers, die zich bezighielden met genealogie, etnografie en geografie)
  • Onderzoek door: ἀκοή (het horen), ὄψις (het zien), γνώμη (het logisch redeneren)

  • Conflict tussen Grieken en niet-Grieken
  • ὄψις: met eigen ogen waarnemen
  • ἀκοή: getuigenverslagen of geschreven bronnen
  • γνώμη: reconstructie m.b.v. een zo wetenschappelijk mogelijke redernering bij ontbreken van directe gegevens

Slide 7 - Slide

Brongebruik
  • H vermeldt in tekst hoe hij precies te werk is gegaan, hoe hij aan zijn informatie komt en hoe hij zijn materiaal heeft geselecteerd.
  • H gebruikt geschreven bronnen, dus ook de teksten van logografen
  • H is altijd expliciet: De Perzen zeiden dat ...., de Grieken zeiden dat ... -> dus veel aci-constructies!

Slide 8 - Slide

Thematiek Historiën
  • Overkoepelend thema: daden Grieken en niet-Grieken & waarom conflict
  • het onderzoeken van oorzaken
  • Veel digressies (uitwijdingen)
  • Thema’s:
  1. De wisselvalligheid van het menselijk bestaan: niets is constant (geluk/ongeluk)
  2. De rol van het bovennatuurlijke: indirect ingrijpen (dromen/orakels) / vagere 'goden' (godheid/het goddelijke) -> ὕβρις en φθόνος
  3. Alleenheerschappij vs. democratie: H is in contact gekomen met veel politieke diversiteit -> H's voorkeur niet bekend (maar wellicht democratie)

Slide 9 - Slide

Wat was de bijnaam van Herodotos
A
de grootvader van de geschiedschrijving
B
de vader van de geschiedschrijving
C
de oom van de geschiedschrijving
D
de neef van de geschiedschrijving

Slide 10 - Quiz

Conclusies trekken door wat je ziet doe je door
A
ἀκοή
B
γνώμη
C
ὄψις
D
ἱστορίη

Slide 11 - Quiz

Conclusies trekken door wat je van anderen hoort doe je door
A
ἀκοή
B
γνώμη
C
ὄψις
D
ἱστορίη

Slide 12 - Quiz

Conclusies trekken door wat je bedenkt doe je door
A
ἀκοή
B
γνώμη
C
ὄψις
D
ἱστορίη

Slide 13 - Quiz

Slide 14 - Slide

Herodotos' taaleigen

Slide 15 - Slide

Herodotos als verteller
Het verhaal en de verteller
  • een reeks van (samenhangende) verhalen => narratief
  • hij vertelt gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden, heeft weet van bijv. privégesprekken en gedachten van anderen en hij is op alle plaatsen in zijn vertelling aanwezig => alwetend
Narratieve technieken
  • prospectie en retrospectie
  • dramatische ironie

Slide 16 - Slide

Verteltechnieken
epanalepsis: na een – kleine of grote – digressie wordt het hoofdverhaal weer opgepakt door woordelijke herhaling van (een deel van) het voorafgaande

kop-staartverbinding: herhaling van het hoofdwerkwoord in zin 1 als ptc in zin 2, verbindt informatieblokken



Slide 17 - Slide

Verteltechnieken vervolg
ringcompositie: aan het begin en het eind van een episode komen (woordelijke) overeenkomsten voor waardoor de episode als één informatieblok gepresenteerd wordt
 
enargeia, directe rede, praesens historicum: om het verhaal levendig te houden

Slide 18 - Slide

Bijzonderheden taalgebruik Herodotos

Hij komt uit Halikarnassos, dus hij spreekt/schrijft Ionisch i.p.v. Attisch

Slide 19 - Slide

Taaleigen van Herodotos (Ionisch Grieks) (ook opgenomen in syllabus)



Ionisch
  • -η (ἱστορίη)
  • ἐς
  • ὦν
  • κ (ὅκως, κότε)
  • -σσ- (φυλάσσω)
  • geen contractie (οἰκέουσι)
  • ε + ο = soms ευ (ἐμεῦ)
Attisch
  • lange α
  • εἰς  (+ acc.) naar
  • οὖν  dus, dan nu
  • π
  • -ττ-
  • wel contractie
  • ου

Slide 20 - Slide

Taaleigen van Herodotos (Ionisch Grieks)



Ionisch
  • geen aspiratie (ἀπικόμην)
  • gen. ev. soms -εω
  • dat. mv. -ῃσι / -οισι
  • pers. vnw. οἱ
  • pers. vnw. μιν
  • pers. vnw. σφι
  • relativum vaak met τ- (τὸν)
Attisch
  • wel aspiratie
  • -ου
  • -αις / -οις
  • αὐτῷ of αὐτῇ
  • αὐτόν of αὐτήν
  • αὐτοῖς of αὐταῖς
  • ὃν

Slide 21 - Slide

Taaleigen van Herodotos (Ionisch Grieks) 



Ionisch
  • soms geen augment (vaak bij woorden met een beginklinker of een tweeklank, bijv.: ἀμείβετο

  • ἐών, ἐοῦσα, ἐόν
  • -αται / -ατο      ἀπίκατο
Attisch
  • wel augment: ἠμείβετο




  • ὤν, οὖσα, ὄν
  • -νται / -ντο      ἀφίκοντο

Slide 22 - Slide

Het dialect van Herodotos was
A
Attisch
B
Dorisch
C
Ionisch
D
Korinthisch

Slide 23 - Quiz

de π in bijv ὁπως wordt in het Ionisch vaak een
A
ττ
B
φ
C
κ
D
σσ

Slide 24 - Quiz

het persoonlijk vnw αὐτῷ of αὐτῇ wordt in het Ionisch:
A
μιν
B
σφι
C
οἱ
D
ταυτῳ

Slide 25 - Quiz

het persoonlijk vnw αὐτοῖς of αὐταῖς wordt in het Ionisch:
A
μιν
B
σφι
C
οἱ
D
ταυτοις

Slide 26 - Quiz

"Hij werd verliefd op zijn eigen vrouw. Nadat hij verliefd was geworden, ging hij ..." is een voorbeeld van
A
epanalepsis
B
kop-staartverbinding
C
retrospectie
D
ringcompositie

Slide 27 - Quiz

"Hij reisde via Leiden. Daar blablabla. Toen hij verder reisde, ..." is een voorbeeld van
A
epanalepsis
B
kop-staartverbinding
C
retrospectie
D
ringcompositie

Slide 28 - Quiz