Hoofdstuk 5: Bacteriën

Hoofdstuk 5: Bacteriën
1 / 38
next
Slide 1: Slide
NzMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 1

This lesson contains 38 slides, with interactive quizzes, text slides and 5 videos.

time-iconLesson duration is: 35 min

Items in this lesson

Hoofdstuk 5: Bacteriën

Slide 1 - Slide

leerdoelen
  1. Aan welke celkenmerken je een bacterie herkent
  2. Hoe bacteriën zich voortplanten
  3. Wat het nut van bacteriën is
  4. Op welke manier bacteriën schadelijk kunnen zijn
  5. Voorbeelden van voedingsmiddelen die gemaakt zijn m.b.v. bacteriën

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Het vertakkingsschema: 
even herhalen

Slide 4 - Slide

Herhaling: Waarmee plant een schimmel zich voort?

Slide 5 - Open question

Slide 6 - Video

Herhaling: Het rijk van de planten kun je indelen in 2 stammen. Welke 2 stammen zijn er?

Slide 7 - Open question

herhaling: Noem de 4 groepen waarin je organismen kunt verdelen

Slide 8 - Open question

Slide 9 - Slide

Herhaling: Noem 3 celkernmerken:

Slide 10 - Open question

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Video

Voortplanting 
van bacteriën
Bacteriën planten zich voort door te delen.
Hoe ze dat doen?

1.  Eén bacterie deelt in tweeën.
2.  Die 2 groeien totdat ze weer even groot zijn.
3.  Dan gaan die 2 zich ook weer delen.
4.  Dan zijn er 4 en die gaan zich ook weer delen......

Als de omstandigheden gunstig zijn kunnen bacteriën zich elk half uur delen. Er moet dan voedsel en vocht zijn en de temperatuur moet goed zijn. Dan kan elke bacterie uitgroeien tot een hele grote groep. 
Zo'n groep noem je een bacteriekolonie. 
Een bacteriekolonie kun je met het blote oog zien.


Slide 13 - Slide

Bacteriën
Bacteriën hebben geen celkern en wel een celwand. Ze zijn eencellig, dat betekent dat ze uit 1 cel bestaan. Ze zijn zo klein dat je ze met een gewone microscoop alleen als kleine puntjes of streepjes ziet. 
                                                                                                 
                                        

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Video

De meeste bacteriën voeden zich met resten van dode organismen. 
Zo ruimen bacteriën andere organismen op. 
Het menselijk lichaam telt 10 x meer bacteriën dan cellen
Het menselijk lichaam telt 10x meer bacterien dan cellen
In de darmen zitten ontzettend veel bacteriën. De meeste zijn nuttig. 
Ze helpen bij het verteren van voedsel.
Door de goede, nuttige bacteriën hebben schadelijke bacteriën geen kans. De nuttige bacteriën beschermen de huid.
In je mond zitten
 25 x meer bacteriën 
dan er mensen op de aarde leven.

Slide 16 - Slide

Uit hoeveel cellen bestaat een bacterie?
A
100 cellen
B
2 cellen
C
Geen cel
D
1 cel

Slide 17 - Quiz

Bacteriën kun je met het blote oog wel zien.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 18 - Quiz

Voedsel maken

Bacteriën kunnen een rol hebben bij het maken van voedsel.

Die speciale bacteriën worden gebruikt bij het maken van voedingsmiddelen.

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Video

Schadelijke bacteriën
Voedsel bestaat uit (delen van) organismen.

Voorbeelden hiervan zijn: vlees, vis, fruit en groenten. 
Voor bacteriën is dat voedsel, daarom kunnen ze daar goed op leven. 
Het voedsel gaat daardoor bederven en als wij dat bedorven voedsel eten, kunnen we daarvan ziek worden.

Er zijn bepaalde soorten bacteriën die mensen ziek kunnen maken. De huisarts zal dan een antibioticum voorschrijven.
Dat antibioticum dood de schadelijke bacteriën.

Een voorbeeld is penicilline maar er zijn meer antibiotica.
longontsteking
blaasontsteking

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Video

Wat plant zich sneller voort:
A
Bacteriën
B
Dieren

Slide 23 - Quiz

Een bacterie
A
bestaat uit een bacteriekolonie
B
bestaat uit een klein groepje cellen
C
bestaat uit 1 cel
D
is geen cel

Slide 24 - Quiz

Roy zegt: Bacteriën planten
zich voort door deling

Emily zegt dat bacteriën zich voeden met dode resten van organismen
A
beide waar
B
beide nietwaar
C
Roy: waar Emily: niet waar
D
Roy: niet waar Emily: waar

Slide 25 - Quiz

Bacteriën
A
zijn nuttig omdat ze een beschermende laag op je huid vormen
B
zijn nuttig voor de natuur, ruimen (resten) van organismen op
C
zijn nuttig omdat ze voorkomen dat het glazuur van je tanden wordt aangetast
D
A, B en C zijn waar

Slide 26 - Quiz

Bij warm weer leg je voedsel in de koelkast omdat...
A
het voedsel dan beter smaakt
B
ziekmakende bacteriën kunnen zich dan minder voortplanten
C
het hoeft niet, eigenlijk is dat onzin
D
gezonde bacteriën blijven dan beter aanwezig in het voedsel

Slide 27 - Quiz


Arco zegt:
Je ziet hier een petrischaaltje

Eya zegt: Je ziet hier bacteriën
A
Beide waar
B
Beide nietwaar
C
Arco: waar Eya: nietwaar
D
Arco: nietwaar Eya: waar

Slide 28 - Quiz


Stefan zegt:
Je ziet hier bacteriekolonies

Tonie zegt: Je ziet hier een voedingsbodem
A
Beide waar
B
Beide nietwaar
C
Stefan: waar Tonie: nietwaar
D
Stefan: nietwaar Tonie: waar

Slide 29 - Quiz

Mayke zegt dat sla kan bederven door bacteriën, het stinkt dan.

Görkem zegt dat bij de bereiding van yoghurt bacteriën worden gebruikt
A
Beide waar
B
Beide nietwaar
C
Mayke: waar Görkem: nietwaar
D
Mayke: nietwaar Görkem: waar

Slide 30 - Quiz



Dit product is gemaakt met bacteriën.

zuurkool
A
ja
B
nee
C
soms wel
D
soms niet

Slide 31 - Quiz

exit ticket: hoe plant een bacterie zich voort

Slide 32 - Open question

exit ticket Wat zijn de kenmerken van bacteriën?

Slide 33 - Open question

Bacteriën
Celkenmerken: 

Bladgroenkorrels
Celwand
Celkern
Geen:
Wel:
Geen:

Slide 34 - Drag question

Celdeling
één cel
Dode organismen
Ruimen resten van dode organismen op.
Te gebruiken om voedingsmiddelen maken.
Kunnen ziekten veroorzaken.
Voedselbederving.
Bestaan uit:
Voortplanting door:
Voeden zich met:
Nut in de natuur:
Nut voor de mens:
Gevaren voor de mens:

Slide 35 - Drag question

Slide 36 - Link

Slide 37 - Slide

Wat vonden jullie van de les?
😒🙁😐🙂😃

Slide 38 - Poll