Spelling hoofdstuk 4

Hoofdstuk 4
Spelling
1 / 53
next
Slide 1: Slide

This lesson contains 53 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Hoofdstuk 4
Spelling

Slide 1 - Slide

Doelen
- Ik weet hoe ik bijvoeglijke naamwoorden moet schrijven;
Ik weet hoe ik een voltooid deelwoord moet schrijven.

Slide 2 - Slide

Noteer de bijvoeglijke naamwoorden:
Teken een rode lijn in het grote vierkant.

Slide 3 - Open question

Noteer de bijvoeglijke naamwoorden:
Maak met de passer een halve cirkel.

Slide 4 - Open question

Noteer de bijvoeglijke naamwoorden:
Een driehoek heeft drie gelijkzijdige zijden.

Slide 5 - Open question

Noteer de bijvoeglijke naamwoorden:
De driehoek, cirkel en rechthoek zijn verschillende vormen.

Slide 6 - Open question

Noteer de bijvoeglijke naamwoorden:
Op een geodriehoek staan evenwijdige lijnen.

Slide 7 - Open question

Bijvoeglijk naamwoord
De meeste bijvoeglijke naamwoorden (bn) hebben twee vormen: een korte vorm en een lange vorm

Slide 8 - Slide

Zo spel je de lange vorm van het bijvoeglijk naamwoord

Zet een -e acher het woord:

klein- kleine

sterk- sterke

mager- magere

Slide 9 - Slide

Bij sommige bijvoeglijke naamwoorden moet je ook:

- de laatste letter verdubbelen: fris- frisse

- een a,e,o of u weghalen: laag- lage

- een f in een v veranderen: gaaf- gave

- een s in een z veranderen: vies- vieze

Slide 10 - Slide

Zo spel je het stoffelijk bijvoeglijk naamwoord
Stoffelijke bijvoeglijke naamwoorden hebben geen korte en lange vorm zoals gewone bijvoeglijke naamwoorden. Ze eindigen meestal op -en: houten, blikken, zijden.

Slide 11 - Slide

Noteer de juiste vorm van het bn.
(gewond) De ... speler werd naar het ziekenhuis gebracht.

Slide 12 - Open question

Noteer de juiste vorm van het bn.
(moeilijk) Volgende week is er een herkansing van die .. toets.

Slide 13 - Open question

Noteer de juiste vorm van het bn.
(interessant) Gisteren zag ik een ... uitzending over vechtsporten.

Slide 14 - Open question

Noteer de juiste vorm van het bn.
(breed) Je moet bij die .. deur naar binnen.

Slide 15 - Open question

Noteer de juiste vorm van het bn.
(dwaas) Die acteur speelt vaak een ... man.

Slide 16 - Open question

Noteer de juiste vorm van het bn.
(hoog) ... bomen vangen veel wind.

Slide 17 - Open question

Noteer de juiste vorm van het bn.
(dik), (dun) De ... buurman heeft een ... buurvrouw.

Slide 18 - Open question

Noteer de juiste vorm van het bn.
(massief) ... ringen zijn mooi, maar erg duur.

Slide 19 - Open question

Noteer de juiste vorm van het bn.
(vet) Elke zaterdag eten Rick en Mark een ... hamburger.

Slide 20 - Open question

Noteer de juiste vorm van het stoffelijk bn.
(zilver) Hij gaf zijn vriendin een ... armband cadeau.

Slide 21 - Open question

Noteer de juiste vorm van het stoffelijk bn.
(wol) Die ... trui kriebelt verschrikkelijk.

Slide 22 - Open question

Noteer de juiste vorm van het stoffelijk bn.
(glas) Heb jij dat ... beeld naast de school al gezien?

Slide 23 - Open question

Noteer de juiste vorm van het stoffelijk bn.
(goud) Ik houd niet van ... sieraden.

Slide 24 - Open question

Noteer de juiste vorm van het stoffelijk bn.
(steen) De ... muur wordt opnieuw geschilderd.

Slide 25 - Open question

Noteer de juiste vorm van het stoffelijk bn.
(hout) Onno knalde met zijn fiets tegen het ... paaltje.

Slide 26 - Open question

Voltooid deelwoord

Het voltooid deelwoord (vd) is een van de vormen van het werkwoord.

Als het voltooid deelwoord in het gezegde voorkomt, staat er: altijd een vorm bij van hebben, zijn of worden. Bijvoorbeeld:

Ik heb hard gewerkt.

Slide 27 - Slide

Zo schrijf je het voltooid deelwoord

- Sommige werkwoorden hebben een voltooid deelwoord dat op -en eindigt: (zij heeft) gegeten, (ik ben) gevallen, (wij werden) gekozen.


Slide 28 - Slide

- Andere werkwoorden hebben een voltooid deelwoord dat op -d of -t eindigt. Gebruik de verlengproef om de laatste letter te vinden: Ik heb het verdienD.

Slide 29 - Slide

Noteer het voltooid deelwoord:
De minister heeft over zijn verleden gelogen.

Slide 30 - Open question

Noteer het voltooid deelwoord:
Heb jij mijn laptop van de tafel gepakt?

Slide 31 - Open question

Noteer het voltooid deelwoord:
De nieuwe leerling werd door klas 1c goed ontvangen.

Slide 32 - Open question

Noteer het voltooid deelwoord:
Donny is kwaad naar huis gefietst.

Slide 33 - Open question

Noteer het voltooid deelwoord:
Nick en Simon hebben bij ons op het plein gezongen.

Slide 34 - Open question

Noteer het voltooid deelwoord:
Gelukkig zijn mijn ouders tegen inbraak verzekerd.

Slide 35 - Open question

Vul de juiste vorm van het werkwoord in. Gebruik zo nodig de verlengproef.
(dansen) Op het feest van Erwin hebben we uren ...

Slide 36 - Open question

Vul de juiste vorm van het werkwoord in. Gebruik zo nodig de verlengproef.
(uitglijden) Toen het zo glad was, ben ik wel drie keer ....

Slide 37 - Open question

Vul de juiste vorm van het werkwoord in. Gebruik zo nodig de verlengproef.
(bijten) Max, de hond van de buren, heeft mij ...

Slide 38 - Open question

Vul de juiste vorm van het werkwoord in. Gebruik zo nodig de verlengproef.
(pesten) In klas 1f wordt een jongen ....

Slide 39 - Open question

Vul de juiste vorm van het werkwoord in. Gebruik zo nodig de verlengproef.
(kruipen) Die dikke spin is over mijn boek ...

Slide 40 - Open question

Vul de juiste vorm van het werkwoord in. Gebruik zo nodig de verlengproef.
(verhuizen) Mijn nieuwe buren zijn vorig jaar twee keer...

Slide 41 - Open question

Vul de juiste vorm van het werkwoord in. Gebruik zo nodig de verlengproef.
(verzinnen) Jim heeft een steengoed smoesje ...

Slide 42 - Open question

Vul de juiste vorm van het werkwoord in. Gebruik zo nodig de verlengproef.
(landen) Het vliegtuig is na een korte vertraging ...

Slide 43 - Open question

Maak een zin met het volgende werkwoord:
beginnen

Slide 44 - Open question

Maak een zin met het volgende werkwoord:
gebeuren

Slide 45 - Open question

Maak een zin met het volgende werkwoord:
feliciteren

Slide 46 - Open question

Maak een zin met het volgende werkwoord:
beantwoorden

Slide 47 - Open question

Maak een zin met het volgende werkwoord:
lunchen

Slide 48 - Open question

Maak een zin met het volgende werkwoord:
blijven

Slide 49 - Open question

Heb je nog vragen?

Slide 50 - Open question

Wat vind je nog moeilijk?

Slide 51 - Open question

Wat vind je makkelijk?

Slide 52 - Open question

Uit het boek..

Maak opdracht 2 (blz. 143)

Maak opdracht 5 (blz. 144)

Maak opdracht 8 (blz. 145)

Maak opdracht 10 (blz. 146)

Maak opdracht 11 (blz. 146) 

Slide 53 - Slide