Ch. 5, bron H Bijvoeglijk naamwoord voor ha1

regardez la vidéo:
l'origine du poisson carré
1 / 28
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolmavo, havoLeerjaar 1

This lesson contains 28 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

regardez la vidéo:
l'origine du poisson carré

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Video

c'était un......

Slide 3 - Slide

Le 1er avril
Waarom roepen de Fransen 
"poisson d'avril"
op 1 april ?

Slide 4 - Slide

Poisson d’avril! 1 april!
Vanaf eind maart liggen er bij Franse chocolade- en patisseriewinkels niet alleen paaseieren maar ook chocolade-vissen in de winkel. De mooiste sardientjes, zeefruit, makrelen en zelfs vissticks van chocolade! 

In Frankrijk is het de traditie om op 1 april bij wijze van grap een papieren vis op de rug van een nietsvermoedend persoon te plakken. ‘Poisson d’Avril!’ roep je dan. Om dit gebruik te vieren, zetten alle grote patissiers in Parijs vanaf eind maart kunstig gemaakte chocoladevissen in de etalage.

Slide 5 - Slide

les poissons d'avril 

Slide 6 - Slide

Het bijvoeglijk naamwoord

Slide 7 - Slide

mannelijk
vrouwelijk
enkelvoud
-
-e
meervoud
-s
-es
mannelijk
vrouwelijk
enkelvoud
petit
petite
meervoud
petits
petites
Het bijvoeglijk naamwoord past zich aan aan het zelfst. nmw of persoonlijk naamwoord

Slide 8 - Slide

De vorm van het bijvoeglijk naamwoord
Zelfstandig naamwoord is: v >
mannelijk
vrouwelijk
enkelvoud
Il est petit
Elle est petite
meervoud
Ils sont petits
Elles sont petites
Tu es petit (gaat over een jongen/,man)
Tu es petite (gaat over een vrouw/meisje)

Slide 9 - Slide

Het bijvoeglijk naamwoord kan 4 vormen hebben
Mannelijk
Vrouwelijk
Enkelvoud
Meervoud
grande
grandes
grand
grands

Slide 10 - Drag question

mannelijk
vrouwelijk
enkelvoud
meervoud
Welke letters komen achter het bijvoeglijk naamwoord?
-e
-es
-s
- (geen letters)

Slide 11 - Drag question

Het bijvoeglijk naamwoord: voorbeelden


Man. enk
man.
meerv
vrouw.
enk
vrouw.
meerv
regel. 
-
-s
-e
-es
klein
petit
petits
petite
petites
rood
rouge
rouges
rouge
rouges
grijs
gris
gris
grise
grises

Slide 12 - Slide

Uitzonderingen!

Slide 13 - Slide

Sleep de bijvoeglijk naamwoorden naar de goede plek
Vrouwelijk enkelvoud
Mannelijk enkelvoud
Vrouwelijk meervoud
Mannelijk meervoud
beau
nouvelle
nouveau
vieilles
bon
bonnes
beaux
belles
bons
bonne

Slide 14 - Drag question

Uitzonderingen
UITZONDERING:
 -e (V)
Als het BN eindigt op -e, geen extra e
bv: une chose rouge
 -s 
Als het BN eindigt op -s geen extra s 
bv: un livre français/ deux livres français
      

Slide 15 - Slide

een bijvoeglijk naamwoord zegt iets over...
A
een bijwoord
B
een zelfstandig naamwoord of persoonlijk voornaamwoord
C
een werkwoord
D
een lidwoord

Slide 16 - Quiz

Bijvoeglijk naamwoord: wat is juist?
A
La fleur est vert.
B
La fleur est verte.

Slide 17 - Quiz

Bijvoeglijk naamwoord: wat is juist?
A
les chats sont gris
B
les chats sont grises

Slide 18 - Quiz

Bijvoeglijk naamwoord: wat is juist?
A
La plage est petit
B
La plage est petits
C
La plage est petite
D
La plage est petites

Slide 19 - Quiz

Wat is hier de juiste vorm van het bijvoeglijk naamwoord?
A
Elle porte les chaussures vertes.
B
Elle porte les chaussures vert.

Slide 20 - Quiz

Wat is de juiste vorm van het bijvoeglijk naamwoord?
A
Il porte un jeans noire.
B
Il porte un jeans noir.
C
Il porte un jeans noirs.
D
Il porte un jeans noires.

Slide 21 - Quiz

Wat is de juiste vorm van het bijvoeglijk naamwoord?
A
Elle porte une robe bleue.
B
Elle porte une robe bleus.
C
Elle porte une robe bleu.
D
Elle porte une robe bleues.

Slide 22 - Quiz

Bijvoeglijk naamwoord: wat is juist?
A
Le lit est grand.
B
Le lit est grande.

Slide 23 - Quiz

Bijvoeglijk naamwoord: wat is juist?
A
Les filles sont petit.
B
Les filles sont petite.
C
Les filles sont petits.
D
Les filles sont petites.

Slide 24 - Quiz

Wat is GEEN bijvoeglijk naamwoord ?
A
beau
B
petit
C
manger
D
grand

Slide 25 - Quiz

LA FIN

Slide 26 - Slide

La fin
Les devoirs
maak het oefenblad bij ch. 5 +
Leer alle voca-blokken voor de rep van 8 april

Slide 27 - Slide

Combinez les couleurs
Combinez les couleurs
jaune
bleu
noir
gris
rouge
vert
blanc
orange
rose
brun /
marron
violet

Slide 28 - Drag question