oefentekst Leesvaardigheid NE 4 havo

oefentekst Nederlands 4H
Welkom bij een extra oefentekst Nederlands
Lees ALLE sheets goed!


1 / 26
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

oefentekst Nederlands 4H
Welkom bij een extra oefentekst Nederlands
Lees ALLE sheets goed!


Slide 1 - Slide

Onderdelen
  • een aantal theorievragen gebaseerd op de geleerde stof
  • een aantal vragen bij de tekst die je tevoren hebt gekregen (en hopelijk hebt bestudeerd;))

Slide 2 - Slide

Aanpak & Tijdsduur
  • Houd de vooraf toegestuurde (en gemarkeerde) tekst bij de hand
  • Je mag de theorie er ook bijhouden, maar bedenk dat je geen tijd hebt om alle theorievragen op te zoeken!
  • Lees de vragen goed en neem de tijd voor het antwoord
  • De 'toets' duurt 40 minuten 

Slide 3 - Slide

Vragen over de theorie
Nu volgen vragen over de theorie die je hebt geleerd.

Slide 4 - Slide

"We kwamen te laat aan bij de schouwburg. Desondanks mochten we naar binnen."

Van welk tekstverband is hier sprake?
A
redengevend
B
oorzakelijk
C
voorwaardelijk
D
tegenstellend

Slide 5 - Quiz

"Het coronavirus verspreidt zich wereldwijd met grote snelheid. Niet alleen in Europa wordt gezocht naar een goed vaccin, maar ook in de VS is men naarstig op zoek."

Van welk tekstverband is hier sprake?
A
tegenstellend
B
chronologisch
C
opsommend
D
concluderend

Slide 6 - Quiz

Welke van onderstaande titels geeft al aan dat het hier om een betoog gaat?
A
Zo worden bontjassen gefabriceerd
B
Zo wordt bont natuurlijk nooit afgeschaft
C
Moeten we bont afschaffen?
D
De koninklijke mantel bevat veel bont

Slide 7 - Quiz

Welke onderstaande functies van tekstgedeelten kunnen allemaal in een uiteenzetting voorkomen?
A
argument - toelichting - weerlegging
B
constatering - stelling - oplossing
C
argument - verklaring - tegenstelling
D
toelichting - verklaring - beantwoording

Slide 8 - Quiz

"Kennelijk kunnen leerlingen niet goed omgaan met lesuitval."

Deze zin is een:
A
argument
B
standpunt
C
constatering
D
vraagstelling

Slide 9 - Quiz

"Sommigen vinden gymnastiek juist nuttig, maar dat klopt niet. Het dient geen enkel doel."

Deze passage is een:
A
vergelijking
B
nuancering
C
voorbeeld
D
weerlegging

Slide 10 - Quiz

Welke tekstvormen horen bij welke tekstsoort?

Uiteenzetting
Beschouwing
Betoog
Activerende
tekst
Amuserende
tekst
affiche
advertentie
flyer
poster
reclame

recept
wetenschappelijk artikel
handleiding

stripverhaal
mop
kort verhaal
column
column
recensie
ingezonden brief
pamflet

discussiestuk
debat
achtergrondartikel

Slide 11 - Drag question

Hoe heet het argumentatieschema bij de volgende passage: "De prijzen voor kaartjes van voetbalwedstrijden zijn dit jaar bijna niet gestegen. Ik verwacht dan ook niet dat de tickets voor theatervoorstellingen duurder zullen worden. Dat gebeurde de afgelopen jaren immers ook niet."
A
voorbeeld
B
vergelijking
C
oorzaak-gevolg
D
kenmerk of eigenschap

Slide 12 - Quiz

De tekst met vragen
Nu volgen vragen over de vooraf toegestuurde tekst
"Iederéén denkt in hokjes"
Houd de tekst erbij.


Slide 13 - Slide

Vraag 1
Je leest hierna de eerste vijf alinea's van de tekst.
Beantwoord daarna de vraag.

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

Je las daarnet de eerste vijf alinea's van de tekst.

Vraag 1:
Tot en met welke alinea loopt de inleiding en waarom?

Slide 16 - Open question

Hoe wordt in deze inleiding de aandacht getrokken? Door een:
A
vraagstelling
B
anekdote
C
aanleiding
D
probleemstelling

Slide 17 - Quiz

Je kunt een stuk vaak voorzien van tussenkopjes, vanwege de verschillende deelonderwerpen. Geef aan boven welke alinea de volgende kopjes horen.
kopje 1: 'categoriseren'
kopje 2: 'tijd nemen'
kopje 3: 'invloed'

Slide 18 - Open question

Wat is de functie van alinea 10 ten opzichte van alinea 9 en aan welk signaalwoord kun je dat zien?

Slide 19 - Open question

Formuleer zelf een kernzin voor alinea 11.
Anders gezegd; wat is de hoofgedachte
van alinea 11?

Slide 20 - Open question

Lees alinea 13 - de vraag volgt hierna
(13) Het is onvermijdelijk dat categorieën ons beeld van een persoon beïnvloeden. Iemands etniciteit, leeftijd, sekse, uiterlijke kenmerken zien we als eerste en dat kleurt alle verdere informatie. Het is als het zout in de soep, het beïnvloedt de smaak van alle ingrediënten en je kunt het er niet meer uit halen.

Slide 21 - Slide

Zet de zinnen van alinea 13 in dit blokjesschema
Het is onvermijdelijk dat categorieën ons beeld van een persoon beïnvloeden.




Iemands etniciteit, leeftijd, sekse, uiterlijke kenmerken zien we als eerste
dat kleurt alle verdere informatie
Het is als het zout in de soep.
Het beïnvloedt de smaak van alle ingrediënten
Je kunt het er niet meer uithalen.

Slide 22 - Drag question

Hoe wordt alinea 14 aan alinea 13 verbonden?
A
Met een signaalwoord
B
Met een woord dat wordt herhaald
C
Met een aankondigende zin
D
Met een verwijswoord

Slide 23 - Quiz

Met wat voor soort slot hebben we hier te maken?
A
Een samenvatting
B
Een standpunt
C
Een toekomstvisie
D
Een conclusie

Slide 24 - Quiz

Welke van onderstaande hoofdgedachten past het beste bij deze tekst?
A
Mensen zullen altijd in hokjes denken.
B
Om minder in hokjes te kunnen denken, zullen we moeten beginnen ons te realiseren dat we dat automatisch doen.
C
Over het automatisch stereotyperen heeft de mens geen controle, vandaar dat hij altijd zal categoriseren.
D
Als we het hebben over mensen die in hokjes denken, dan hebben we het ook over mij.

Slide 25 - Quiz

Wat voor tekstsoort én tekstdoel horen bij deze tekst?
A
uiteenzetting - informeren
B
beschouwing - opiniëren
C
betoog - overtuigen
D
activerende tekst - activeren

Slide 26 - Quiz