Argumenteren les 1

Hoofdstuk 2: argumenteren
(en invullen vragenlijst)
1 / 36
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 36 slides, with text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Hoofdstuk 2: argumenteren
(en invullen vragenlijst)

Slide 1 - Slide

De komende lessen... (na volgende week)
  • gaan we in het lesboek werken aan argumenteren,
  • behandelen we lesstof die terugkomt in de toets aan het eind van het jaar:
  • 1. standpunten en argumenten vinden in leesteksten
  • 2. argumentatie analyseren en uitschrijven in een argumentatiestructuur (blokjesschema)
  • 3. Kijken waar een argument op is gebaseerd (argumentatieschema)
  • Maar eerst de vragenlijst

Slide 2 - Slide

Tevredenheidsenquête invullen
  • In je schoolmail vind je een vragenlijst tevredenheidsonderzoek van kwaliteitsscholen
  • Neem de tijd om de lijst serieus en voor jezelf in te vullen.

Ben je klaar? Denk hier eens over na:
Als je zou moeten kiezen tussen alles 
zingen wat je zegt of altijd bewegen in slow motion (maar wel gewoon kunnen praten) wat zou je dan kiezen. En waarom?

Slide 3 - Slide

Oefening 1, maak in je hoofd een keuze:
JE ZINGT ALLES WAT JE ZEGT
  – OF – 
JE BEWEEGT IN SLOW MOTION (JE PRAAT WEL NORMAAL)

Slide 4 - Slide

Bij argumentatie horen:
  • een standpunt
  • argumenten en subargumenten
  • tegenargumenten
  • weerleggingen

Slide 5 - Slide

Argumenteren 1. Standpunt en argument
Kernwoorden:
  • Standpunten en argumenten
  • Feitelijke en waarderende argumenten
  • tegenargument en weerlegging

Slide 6 - Slide

Argumenteren 1. Standpunt en argument
Kernwoorden:
  • Standpunten en argumenten
  • Feitelijke en waarderende argumenten
  • tegenargument en weerlegging
Vraag: met wat voor soort tekst heb je te maken als er een standpunt in de inleiding staat en argumentatie in het middenstuk?
Uiteenzetting, beschouwing of betoog?

Slide 7 - Slide

Argumenteren 1. Standpunt en argument
Kernwoorden:
  • Standpunten en argumenten
  • Feitelijke en waarderende argumenten
  • tegenargument en weerlegging

Lezen: theorie op blz. 62, 63

Slide 8 - Slide

Bij argumentatie horen:
  • een standpunt
  • argumenten en subargumenten
  • tegenargumenten
  • weerleggingen
SP: Ik zou veel liever alles moeten zingen dan in slow motion bewegen,
A: want ik zou geen voetbalwedstrijdjes meer kunnen spelen als ik niet normaal kan rennen,
SubA: want ik zou altijd te laat bij de bal zijn, als ik in slow motion ren.
TA: Aan de andere kant ben ik niet goed in zingen,
WL: maar zelfs al zing ik vals, dan nog kan iedereen wel begrijpen wat ik bedoel.

Slide 9 - Slide

Hoe onderscheid je snel het standpunt van het argument? (De volgorde staat niet vast)
dcDe 
standpunt >
want, immers, aangezien omdat, : (dubbele punt)
> argument

Slide 10 - Slide

Hoe onderscheid je snel het standpunt van het argument?
dcDe 
standpunt >
want, immers, aangezien omdat, : (dubbele punt)
> argument
SP: Feyenoord heeft een aardige comeback in de tweede helft.
A: Net als het Feyenoord-publiek begint te morren omdat het aan de bal wat te traag gaat, besluit de spits van heel ver uit te halen en de bal loeihard in de bovenhoek te schoppen.

Slide 11 - Slide

Hoe onderscheid je snel het standpunt van het argument? (De volgorde staat niet vast)
dcDe 
argument >
dus, daarom, ik denk dan ook
> standpunt

Slide 12 - Slide

Hoe onderscheid je snel het standpunt van het argument? (De volgorde staat niet vast)



dcDe 
argument >
dus, daarom
> standpunt
Op streamingsdiensten, zoals Netflix en Prime, komen steeds meer films te staan waarin een liefdesrelatie centraal staat. Romcoms zijn weer helemaal terug. 

Slide 13 - Slide

Hoe onderscheid je snel het standpunt van het argument?
dcDe 
> subargument
(want,) bijvoorbeeld, dat wil zeggen, denk aan, neem, ter illustratie, zo, zoals.
argument >

Slide 14 - Slide

Argumenteren 1. Standpunt en argument
Feitelijke en waarderende argumenten

  • Standpunt ondersteunen met een feitelijke uitspraak > je kunt de uitspraak controleren.
  • Standpunt ondersteunen met een waarderende uitspraak > je kunt hierover van mening verschillen. Is het mooi/lelijk, goed/slecht, wenselijk/onwenselijk. (Een waarderende uitspraak kan je ondersteunen met feiten.)

Slide 15 - Slide

Argumenteren 1. Standpunt en argument
Standpunt: De Ikea is de leukste winkel van Nederland, omdat...

  1. … je er leuke meubels kunt kopen.
  2. … het goedkoop is.
  3. … je er Zweedse gehaktballetjes kunt eten.
  4. … je bij de kassa een softijsje kunt kopen.
  5. … hun reclames grappig zijn. 
Zijn deze ^ argumenten feitelijk of waarderend?



Slide 16 - Slide

Argumenteren 1. Standpunt en argument
Standpunt: De Ikea is de leukste winkel van Nederland, omdat...

  1. … je er leuke meubels kunt kopen.
  2. … het goedkoop is.
  3. … je er Zweedse gehaktballetjes kunt eten.
  4. … je bij de kassa een softijsje kunt kopen.
  5. … hun reclames grappig zijn. 



  1. W
  2. W
  3. F
  4. F
  5. W

Slide 17 - Slide

Argumenteren 1. Standpunt en argument
Argument, tegenargument en weerlegging

Leer deze definities uit je hoofd:
Standpunt = de mening of stelling die wordt ingenomen
Argument = ondersteunt je standpunt, subargument ondersteunt het argument
Tegenargument = argument tegen jouw argumenten of standpunt
Weerlegging = tegentegenargument, argumenten tegen een tegenargument




Slide 18 - Slide

Argumenteren 1. Standpunt en argument
Korte oefening
Hieronder zie je vier zinnen. Geef ze het goede label: standpunt, argument, tegenargument of weerlegging.
  1. De frikandel speciaal is bij ‘t Trefpunt duurder dan bij cafetaria Lucky’s.
  2. Het is de goedkoopste snackbar uit de regio.
  3. De frikandel speciaal is bij ‘t Trefpunt groter dan de frikandel speciaal bij andere snackbars.
  4. Cafetaria ‘t Trefpunt is de beste snackbar van Leerdam.





Slide 19 - Slide

Argumenteren 1. Standpunt en argument
Korte oefening
Hieronder zie je vier zinnen. Geef ze het goede label: standpunt, argument, tegenargument of weerlegging.
  1. De frikandel speciaal is bij ‘t Trefpunt duurder dan bij cafetaria Lucky’s.
  2. Het is de goedkoopste snackbar uit de regio.
  3. De frikandel speciaal is bij ‘t Trefpunt groter dan de frikandel speciaal bij andere snackbars.
  4. Cafetaria ‘t Trefpunt is de beste snackbar van Leerdam.





4. Standpunt

Slide 20 - Slide

Argumenteren 1. Standpunt en argument
Korte oefening
Hieronder zie je vier zinnen. Geef ze het goede label: standpunt, argument, tegenargument of weerlegging.
  1. De frikandel speciaal is bij ‘t Trefpunt duurder dan bij cafetaria Lucky’s.
  2. Het is de goedkoopste snackbar uit de regio.
  3. De frikandel speciaal is bij ‘t Trefpunt groter dan de frikandel speciaal bij andere snackbars.
  4. Cafetaria ‘t Trefpunt is de beste snackbar van Leerdam.





4. Standpunt
4. standpunt
3. argument

Slide 21 - Slide

Argumenteren 1. Standpunt en argument
Korte oefening
Hieronder zie je vier zinnen. Geef ze het goede label: standpunt, argument, tegenargument of weerlegging.
  1. De frikandel speciaal is bij ‘t Trefpunt duurder dan bij cafetaria Lucky’s.
  2. Het is de goedkoopste snackbar uit de regio.
  3. De frikandel speciaal is bij ‘t Trefpunt groter dan de frikandel speciaal bij andere snackbars.
  4. Cafetaria ‘t Trefpunt is de beste snackbar van Leerdam.





4. Standpunt
4. standpunt
3. argument
1. tegenargument

Slide 22 - Slide

Argumenteren 1. Standpunt en argument
Korte oefening
Hieronder zie je vier zinnen. Geef ze het goede label: standpunt, argument, tegenargument of weerlegging.
  1. De frikandel speciaal is bij ‘t Trefpunt duurder dan bij cafetaria Lucky’s.
  2. Het is de goedkoopste snackbar uit de regio.
  3. De frikandel speciaal is bij ‘t Trefpunt groter dan de frikandel speciaal bij andere snackbars.
  4. Cafetaria ‘t Trefpunt is de beste snackbar van Leerdam.





4. Standpunt
4. standpunt
2. argument
1. tegenargument
3. weerlegging

Slide 23 - Slide

Argumenteren 1. Standpunt en argument
Korte oefening
Hieronder zie je vier zinnen. Geef ze het goede label: standpunt, argument, tegenargument of weerlegging.
  1. De frikandel speciaal is bij ‘t Trefpunt duurder dan bij cafetaria Lucky’s.
  2. Het is de goedkoopste snackbar uit de regio.
  3. De frikandel speciaal is bij ‘t Trefpunt groter dan de frikandel speciaal bij andere snackbars.
  4. Cafetaria ‘t Trefpunt is de beste snackbar van Leerdam.





4. Standpunt
4. standpunt
2. argument
1. tegenargument
3. weerlegging

Slide 24 - Slide

Standpunt en argument
Expliciet en impliciet standpunt

Soms staat een standpunt niet expliciet in een tekst, maar kan je het er wel uithalen. Bijvoorbeeld:

Is het je wel eens opgevallen hoe onoverzichtelijk het soms in het centrum is met alle chauffeurs die hun bestelbusjes op de stoep parkeren? Stel je toch eens voor dat je alleen nog maar op de fiets door die straatjes zou mogen.

Slide 25 - Slide

Standpunt en argument
Expliciet en impliciet standpunt

Soms staat een standpunt niet expliciet in een tekst, maar kan je het er wel uithalen. Bijvoorbeeld:

Is het je wel eens opgevallen hoe onoverzichtelijk het soms in het centrum is met alle chauffeurs die hun bestelbusjes op de stoep parkeren? Stel je toch eens voor dat je alleen nog maar op de fiets door die straatjes zou mogen.
Expliciet standpunt:
Het centrum moet verboden worden voor bestelbusjes.

Slide 26 - Slide

Standpunt en argument
Zelfstandig werken / huiswerk voor volgende week
  1. Maak opdracht 1 en 2 van cursus 2 (argumenteren) online
  2. Heb je je leesboek al doorgegeven?

Slide 27 - Slide

Meer dan lezen H3 blz. 19
Wat is een interview?

Slide 28 - Slide

Meer dan lezen H3 blz. 19
Wat is een interview?
1)  Een vraaggesprek aan iemand over een bepaald onderwerp
2) De schriftelijke verwerking van een vraaggesprek
                               

Slide 29 - Slide

Meer dan lezen H3 blz. 19
Wat is een interview?
1)  Een vraaggesprek aan iemand over een bepaald onderwerp
2) De schriftelijke verwerking van een vraaggesprek
                                                                         - letterlijke weergave
                                                                         - verwerkte weergave

Slide 30 - Slide

Slide 31 - Video

Meer dan lezen H3 blz. 19
Maak opdracht 1

We kijken hem donderdag na.

Slide 32 - Slide

Meer dan lezen H3 blz. 19
  • 1 Boudewijn de Groot (geboren in 1944), een Nederlandse zanger, songwriter, muziekproducent en acteur
  • 2 De aanleiding om Boudewijn de Groot te interviewen is het verschijnen van zijn nieuwe album Windveren.
  • 3 Hij bedoelt met ‘een dinosaurus’: iemand die zich niet verder ontwikkelt.
  • 4 Zijn kleindochter heeft ervoor gezorgd dat er een beat onder bepaalde nummers is gezet en ze heeft de achtergrondzang gedaan.
  • 5 De protestsong is een genre dat vooral in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw populair was.

Slide 33 - Slide

Meer dan lezen H3 blz. 19
  • 6 - Boudewijn de Groot is gaan samenwerken met een voor hem onbekende producer. Deze producer werkte vooral met veel jongere artiesten.
  • - Zijn liedjes gaan over actuele onderwerpen: op macht beluste leiders en de omgang van de mens met het klimaat.

Slide 34 - Slide

Meer dan lezen H3 blz. 19
  • 7
    - Welke invloed heeft uw kleindochter Aysha op het album gehad?
    - Waarover gaat het nummer Aarde?
    - Wilt u de jeugd ook nog aanspreken?
    - Hoe vond u de samenwerking met de producer Gordon Groothedde?
    - Ondanks de ziekte van George Kooymans en het overlijden van Henny Vrienten komt er toch nog een nieuw album van De Vreemde Kostgangers. Hoe is dat gegaan?
    - Hoe komt het dat ‘Hoe meer ik dichterbij kom’ zowel op Windveren als op de plaat van De Vreemde Kostgangers staat?

Slide 35 - Slide

Meer dan lezen H3 blz. 19
  • 8
  • de meespelende artiesten
  • de productieve periode van Boudewijn de Groot
  • het niet meer kunnen optreden van De Vreemde Kostgangers

Slide 36 - Slide