🔹 Hoe vind je het meewerkend voorwerp?
→ Stel de vraag:"Aan/voor wie + gezegde + onderwerp + lijdend vw?
📌 Voorbeeld:
De leraar geeft de leerling een toets.
→ Wat geeft de leraar? Een toets (lijdend voorwerp).
→ Aan wie geeft hij het? De leerling (meewerkend voorwerp).
Ik schrijf mijn vriendin een brief.
→ Wat schrijf ik? Een brief (lijdend voorwerp).
→ Aan wie schrijf ik het? Mijn vriendin (meewerkend voorwerp)