lijdend en meewerkend voorwerp herkennen in een tekst

¡Bienvenidos!
Mevrouw de Cuba
1 / 14
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

¡Bienvenidos!
Mevrouw de Cuba

Slide 1 - Slide

La clase de hoy
Objetivo de la clase 
Herkennen van meewerkend en lijdend voorwerp in een Spaanse tekst.   


                                     

Slide 2 - Slide

Leestekst met lijdend + meewerkende voornaamwoorden

Sofía quiere comprar un regalo para su madre. En la tienda, el vendedor le muestra varias opciones. Finalmente, Sofía elige un collar muy bonito y se lo compra.

Cuando llega a casa, Sofía se lo da a su madre con mucha emoción. Su madre está muy feliz y le da un abrazo.

Después, Sofía llama a su hermano y le dice: "Mamá está muy contenta con su regalo".

Slide 3 - Slide

Complemento directo e indirecto

Wat is een lijdend voorwerp?

Wat is een meewerkend voorwerp?


Slide 4 - Slide

Lijdend voorwerp 
Datgene of diegene die de handeling van het werkwoord ondergaat.

🔹 Hoe vind je het lijdend voorwerp?
→ Stel de vraag: "Wie/wat + gezegde + onderwerp?"

📌 Voorbeeld:
Ik lees een boek.
→ Wat lees ik? Een boek (lijdend voorwerp).

De leraar geeft een toets.
→ Wat geeft de leraar? Een toets (lijdend voorwerp).

Slide 5 - Slide

Meewerkend voorwerp 
🔹 Hoe vind je het meewerkend voorwerp?
→ Stel de vraag:"Aan/voor wie + gezegde + onderwerp + lijdend vw? 

📌 Voorbeeld:
De leraar geeft de leerling een toets.
→ Wat geeft de leraar? Een toets (lijdend voorwerp).
→ Aan wie geeft hij het? De leerling (meewerkend voorwerp).

Ik schrijf mijn vriendin een brief.
→ Wat schrijf ik? Een brief (lijdend voorwerp).
→ Aan wie schrijf ik het? Mijn vriendin (meewerkend voorwerp)

Slide 6 - Slide

Lijdend en meewerkend voorwerp
Objetivo: Complemento directo e indirecto
yo
él/ella/usted
nosotros/as
vosotros/as
ellos/ellas/ustedes
Persoonlijke voornaamwoorden
me
te
le (se)
nos
os
les (se)
me
te
lo/la
nos
os
los/las
onderwerp
meewerkend voorwerp
lijdend voorwerp

Slide 7 - Slide

Objeto directo Lijdend voorwerp
Plaatsing in de zin: 

vóór het werkwoord of achter het hele werkwoord:
Quiero comer las tapas > Las quiero comer / Quiero comerlas



Slide 8 - Slide

Orden de las frases
  • Wanneer een lijdend voorwerp EN een meewerkend voorwerp beiden in een zin staan komt eerst het meewerkend voorwerp, daarna het lijdend voorwerp.

📌 Spaans: Te doy un regalo.
📌 Nederlands: Ik geef jou een cadeau.
📌 Nederlands: Ik geef het jou
📌 Spaans: Te lo doy

Slide 9 - Slide

Als je een lijdend en meewerkend voornaamwoord samen gebruikt en het meewerkend voornaamwoord is le of les, dan verandert het in se.
📌 Voorbeelden:
Ik geef het aan hem.
→ Le lo doy ❌ (fout!)
→ Se lo doy ✅

Zij stuurt het aan hen.
→ Les lo envía ❌ (fout!)
→ Se lo envía ✅

Dit voorkomt dat twee "L" klanken achter elkaar staan (le lo, les la klinkt niet goed).

Slide 10 - Slide

Vervang het lijdend + meewerkend voorwerp:

Yo doy el libro a Carmen > ik geef het haar

A
se lo doy
B
le lo doy
C
le das
D
le doy

Slide 11 - Quiz

Vervang het lijdend + meewerkend voorwerp:

Quiero explicar la gramática a tí > ik wil het je uitleggen

A
te lo quiero explicar
B
quiero explicártela
C
lo te quiero explicar
D
te la quiero explicar

Slide 12 - Quiz

Vervang het lijdend + meewerkend voorwerp:

Juan vende pan a nosotros > Juan verkoopt het ons
A
Juan lo nos vende
B
Juan nos lo vende
C
Juan nos vende
D
Juan lo vende

Slide 13 - Quiz

Vervang het lijdend + meewerkend voorwerp:

Ana cocina la cena para su hermano > Ana kookt het voor hem
A
Ana se la cocina
B
Ana le la cocina
C
Ana la cocina
D
Ana le cocina

Slide 14 - Quiz