Klas 3 - ZINSDELEN: Enkelvoudige en samengestelde zin

De enkelvoudige zin 
&
De samengestelde zin








1 / 14
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

De enkelvoudige zin 
&
De samengestelde zin








Slide 1 - Slide

Doel
* Je kent de kenmerken van een enkelvoudige en samengestelde zin
* Je kunt aangeven of het een EV-zin is of S-zin
* Je kent de nevenschikkende en onderschikkende voegwoorden
* Je kunt aangeven wat de HZ is en wat de BZ
* Je kunt aangeven wat voor soort Bijzin het is

Slide 2 - Slide

Enkelvoudige zin
* Zin met maar één PV en één Onderwerp
* PV en O staan NAAST elkaar
* Wordt ook wel Hoofdzin genoemd

De jongen (ow) fietst (pv) liever naar school.
In de zomer eet (pv) mijn vader (ow) veel ijs.
Morgen ben (pv) ik (ow) niet bij de voetbaltraining.



Slide 3 - Slide

Samengestelde zin
  • Zin met meerdere persoonsvormen en meerdere onderwerpen
  • Kan uit twee hoofdzinnen bestaan.
  • In de hoofdzin staan PV en OW naast elkaar!
  • Twee hoofdzinnen worden aan elkaar geplakt met:  
                          en, of, want, maar en dus
       (= nevenschikkende voegwoorden)









Slide 4 - Slide

Samengestelde zin

  1. Ik pak mijn boeken en (ik) ga naar school.
  2. Hij blijft thuis, want hij is vanmorgen ziek geworden.








Slide 5 - Slide

Samengestelde zin
  • Kan ook uit een Hoofdzin en een Bijzin of meerdere bijzinnen bestaan.
  • In de bijzin staan PV en OW meestal NIET naast elkaar.
  • In de bijzin past er tussen PV en OW een zinsdeel.
  • Een hoofdzin + een bijzin worden aan elkaar geplakt met:                      omdat, terwijl, zodat, doordat, dat etc. etc.  
  •    (= onderschikkende voegwoorden)








Slide 6 - Slide

Samengestelde zin
  1. Omdat ik naar de training moet, rijd ik extra hard door.         (BZ + HZ)
  2. Hij kijkt naar zijn zusje, terwijl zij een cake bakt. (HZ + BZ)
  3. Toen ik vorige week op vakantie was, heb ik elke dag in de zee gezwommen. (BZ + HZ)








Slide 7 - Slide

Soorten bijzinnen
Binnen de hele zin is de bijzin een zinsdeel.
Dus het kan het Onderwerp/Lijdend voorwerp/Meewerkend voorwerp/Bijwoordelijk bepaling zijn. 

Degene die de wedstrijd wint, krijgt een medaille. 
Harrie krijgt een medaille.
Dat er maar 1 winnaar is, vindt Frits oneerlijk. 
Dat vindt Frits oneerlijk.

Slide 8 - Slide

Is de onderstaande zin enkelvoudig?

Op school kan je in de kantine broodjes halen.
A
Ja
B
Nee

Slide 9 - Quiz

Welke zin is een enkelvoudige zin?

A) Zijn docent geeft pas sinds augustus les.
B) Als ik die docent heb, begrijp ik de stof beter.
A
A
B
B
C
A & B
D
Geen van beide

Slide 10 - Quiz

Je ziet een samengestelde zin. Welk deel van de zin is de hoofdzin?

Morgen heb ik toets Spaans, dus ik moet leren.
Het eerste deel
Het tweede deel
Het eerste & het tweede deel
Geen van beide

Slide 11 - Poll

Je ziet een samengestelde zin. Welk deel van de zin is de hoofdzin?

Toen we gisteren gewonnen hadden, trakteerde de coach op appelflappen.
Het eerste deel
Het tweede deel
Het eerste & het tweede deel
Geen van beide

Slide 12 - Poll

Oefening
Maak de oefening die in Hapara staat. 
Antwoorden noteer je in je schrift.

Klaar? 
Maak oefening 5 op www.cambiumned.nl: 
https://www.cambiumned.nl/zinsdelen/samengestelde-zinnen/

Slide 13 - Slide

Check
* Iedereen gaat staan.
* Blijf staan als... 
* Blijf staan als...
* ...

Slide 14 - Slide