[8] God, de Heer, maakte in het oosten, in het land Eden, een tuin. Hij bracht de mens die hij gemaakt had, naar die tuin.
[9] Hij liet er allerlei bomen groeien. Het waren mooie bomen met lekkere vruchten. Midden in de tuin stonden twee bijzondere bomen. Als je van de ene boom gegeten had, bleef je altijd leven. En als je van de andere boom gegeten had, wist je wat goed was en wat kwaad was.
[10] Er stroomde in Eden een rivier die voor water in de tuin zorgde. Verderop werden het vier rivieren.
Bijbel in Gewone Taal (<a href="https://www.debijbel.nl/wereld-van-de-bijbel/over-bijbelvertalen/bijbelvertalingen/bijbel-in-gewone-taal">BGT</a>)
https://www.debijbel.nl/bijbel/BGT/GEN.2.8-GEN.2.10