H2 Grammatica-Zinsdelen+zinnen-voorbereiding toets 2F

H2 Grammatica Zinsdelen-Zinnen
EINDE
1 / 18
next
Slide 1: Slide
NederlandsMBOStudiejaar 1

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 15 min

Items in this lesson

H2 Grammatica Zinsdelen-Zinnen
EINDE

Slide 1 - Slide

'Waarom bel jij mij nooit eens terug?'
Wat is het onderwerp?
A
bel
B
mij
C
jij
D
terug

Slide 2 - Quiz

'De collega vroeg hem de reis tot in de puntjes te verzorgen.'
Wat is het gezegde?
A
te verzorgen
B
vroeg
C
vroeg verzorgen
D
vroeg te verzorgen

Slide 3 - Quiz

Rachel kreeg een zeven voor de praktijkopdracht. Wat is het lijdend voorwerp?
A
Rachel
B
een zeven
C
kreeg
D
voor de praktijkopdracht

Slide 4 - Quiz

'Zij heeft de kast een lik verf gegeven.' Wat is het meewerkend voorwerp?
A
Zij
B
heeft
C
een lik verf
D
de kast

Slide 5 - Quiz

'De School voor Toerisme en Recreatie zit in een geheel gerenoveerd eigen gebouw.'
Wat is de bijwoordelijke bepaling?
A
zit
B
geheel gerenoveerd
C
in een geheel gerenoveerd eigen gebouw
D
eigen gebouw

Slide 6 - Quiz

Enkelvoudig of samengestelde zin?
'Hospitality, oftewel gastvrijheid en klantvriendelijkheid, is er op gericht mensen een unieke ervaring te bieden.'
A
Enkelvoudig, want er staat één persoonsvorm in.
B
Enkelvoudig, want er staan meerdere persoonsvormen in.
C
Samengesteld, want er staan meerdere persoonsvormen in.
D
Samengesteld, want er staat één persoonsvorm in.

Slide 7 - Quiz

Enkelvoudig of samengestelde zin?
'De marketingmanager verwacht dat zijn actie een groot succes wordt.'
A
Enkelvoudig, want er staat één persoonsvorm in.
B
Enkelvoudig, want er staan meerdere persoonsvormen in.
C
Samengesteld, want er staan meerdere persoonsvormen in.
D
Samengesteld, want er staat één persoonsvorm in.

Slide 8 - Quiz

Toepassen

Slide 9 - Slide

Maak een enkelvoudige zin.

Slide 10 - Mind map

Maak een samengestelde zin.

Slide 11 - Mind map

Maak een samengestelde zin
van twee hoofdzinnen.

Slide 12 - Mind map

Maak een zin met daarin
een lijdend voorwerp.

Slide 13 - Mind map

Maak een zin met daarin
een meewerkend voorwerp.

Slide 14 - Mind map

Maak een zin met daarin een
lijdend- en een meewerkend voorwerp.

Slide 15 - Mind map

Maak een zin met daarin
een bijwoordelijke bepaling.

Slide 16 - Mind map

Maak een zin met daarin een
lijdend-, meewerkend voorwerp en
bijwoordelijke bepaling.

Slide 17 - Mind map

EINDE :)
EINDE

Slide 18 - Slide