Werken aan Nederlands - Spelling 1 - Hoofdstuk 7 achtervoegsels

Hoofdstuk 7 achtervoegsels
1 / 7
next
Slide 1: Slide
SpellingPraktijkonderwijsLeerjaar 4

This lesson contains 7 slides, with text slides.

Items in this lesson

Hoofdstuk 7 achtervoegsels

Slide 1 - Slide

Vorige hoofdstuk
Doel :
Je leert de voorvoegsels
ver-
over-
door-
onder- 

Slide 2 - Slide

Vorige hoofdstuk
Een voorvoegsel is het eerste deel van het woord

Het woord begint met een voorvoegsel

Slide 3 - Slide

Hoofdstuk 7 achtervoegsels
Doel:
Je leert de achtervoegsels
-heid
-ing
-ig
-lijk
-isch
-zaam
-teit

Slide 4 - Slide

Hoofdstuk 7 achtervoegsels
Een achtervoegsel is het achterste deel van het woord

Het woord eindigt op het achtervoegsel

Slide 5 - Slide

Achtervoegsels (1)

-heid : overheid, eenzaamheid, schoonheid
- ing : koning, onderneming, aanbieding
-ig : enig, veilig, lenig
-lijk : eerlijk, hartelijk, misselijk

Slide 6 - Slide

Achtervoegsels (2)

-isch : fantastisch, elektrisch, magisch
- zaam : langzaam, volgzaam, eenzaam
-teit : puberteit, kwaliteit, continuïteit
-

Slide 7 - Slide