Deel 2 mondeling: Als schaapjes tellen niet meer helpt

Threshold 4 -
Deel 2 mondeling:
Als schaapjes tellen niet meer helpt
1 / 18
next
Slide 1: Slide
NederlandsHoger onderwijs

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 180 min

Items in this lesson

Threshold 4 -
Deel 2 mondeling:
Als schaapjes tellen niet meer helpt

Slide 1 - Slide

Deel 2 mondeling:
Als schaapjes tellen niet meer helpt

Slide 2 - Slide

Hoeveel uur slaap jij gemiddeld per nacht?
3u
4u
5u
6u
7u
8u
9u
10u

Slide 3 - Poll

Ben je tevreden over je nachtrust?
😒🙁😐🙂😃

Slide 4 - Poll

Waarom ben je (niet) tevreden over je nachtrust?

Slide 5 - Open question

Hoeveel Belgen nemen slaap- (en kalmeer)medicatie?
A
één op vijf
B
één op tien
C
één op twintig
D
één op dertig

Slide 6 - Quiz

Slide 7 - Slide

Wat is volgens jou de belangrijkste oorzaak van slaapproblemen?

Slide 8 - Open question

in slaap kunnen vallen
de overgang van wakker zijn naar slapen
niet kunnen slapen
zich wakker en fit voelen
een beetje slapen (overdag)
extra slapen om te weinig slaap in te halen
in slaap vallen = inslapen
de slaap kunnen vatten
wakker liggen
zich uitgeslapen voelen
een dutje doen
bijslapen

Slide 9 - Drag question

Vul aan met het juiste woord.
1. Ik kwam te laat op mijn werk omdat ik mij … had.
A
bijgeslapen
B
overslapen
C
uitgeslapen
D
ingeslapen

Slide 10 - Quiz

Vul aan met het juiste woord.
2. Ik heb vannacht slecht geslapen. Geen wonder dat ik mij niet … … !
A
wakker en moe voel
B
wekker voel
C
wakker en fit voel

Slide 11 - Quiz

Vul aan met het juiste woord
3. Als ik moeilijk de slaap … … , sta ik terug op en ga ik iets heel saais doen, bijvoorbeeld strijken.
A
kan vallen
B
kan wekken
C
kan slapen
D
kan vatten

Slide 12 - Quiz

Vul het juiste woord in.
Op zondag is het de gewoonte dat we met het hele gezin … .
A
uitslapen
B
overslapen
C
bijslapen
D
slaap vatten

Slide 13 - Quiz

Vul het juiste woord in.
5. Als ik te weinig slaap heb in de week, probeer ik
in het weekend wat … te … .

A
over te slapen
B
bij te slapen
C
uit te slapen
D
na te slapen

Slide 14 - Quiz

Vul het juiste woord in.
6. Mijn oma doet in de namiddag altijd … … .
A
een tutje
B
een rustje
C
een dutje
D
een mutsje

Slide 15 - Quiz

Vul het juiste woord in.
7. Als ik ’s nachts blijf nadenken over problemen, … ik … en kan ik niet stoppen met piekeren.
A
slaap (ik) bij
B
lig (ik) wakker
C
doe (ik) dutje
D
lig (ik) moe

Slide 16 - Quiz

Vul het juiste woord in.
8. Mijn grootmoeder zei altijd: “Een kop warme melk met honing helpt om … slaap te …
A
in (slaap te) kunnen vallen
B
uit (slaap te) kunnen vallen
C
bij (slaap te) kunnen vallen
D
in (slaap te) mogen vallen

Slide 17 - Quiz

Neem je boek Zo Gezegd mondeling op p. 43 

Slide 18 - Slide