Breuken

Doel

Aan het einde van deze oefentoets: 
- Herken ik breuken

- Kan ik breuken vereenvoudigen

- kan ik % naar breuken omrekenen


1 / 35
next
Slide 1: Slide
RekenenMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 1

This lesson contains 35 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Doel

Aan het einde van deze oefentoets: 
- Herken ik breuken

- Kan ik breuken vereenvoudigen

- kan ik % naar breuken omrekenen


Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Breuken bestaan uit...
A
Boven en onder
B
Teller en noemer
C
Naam en achternaam
D
Vier cijfers

Slide 2 - Quiz

This item has no instructions

Welke breuk is groter?
1/3 of 1/2
A
1/2
B
1/3
C
even groot

Slide 3 - Quiz

This item has no instructions

Welke breuk is dit rechthoek?
A
1/9
B
5/9
C
1/10
D
4/10

Slide 4 - Quiz

This item has no instructions

groter of kleiner

1/3 = groter / kleiner dan 1/4
A
groter
B
kleiner

Slide 5 - Quiz

This item has no instructions

De teller en de noemer

Bij breuken heb je een teller en een noemer.

De teller is het getal boven de streep.
De noemer is het getal onder de streep.

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Vereenvoudigen van een breuk
Maak de getallen van de breuk zo klein mogelijk

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

- Kijk goed naar de teller en de noemer !
- Door welk getal kan je  zowel de telller als de noemer delen?

Hoe ?

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Breuken vereenvoudigen

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Vereenvoudig de volgende breuk:

42=
A
31
B
41
C
21
D
61

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Vereenvoudig de volgende breuk:

86
A
42
B
43
C
21
D
1612

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Vereenvoudig de volgende breuk:
84
A
96
B
42
C
21
D
Σ

Slide 14 - Quiz

This item has no instructions

: 2
:4

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Je wil deze breuk vereenvoudigen.
Door welk getal deel de teller en de noemer?
123
A
2
B
4
C
3
D
12

Slide 16 - Quiz

This item has no instructions

Je wil deze breuk vereenvoudigen.
Door welk getal deel de teller en de noemer?
155
A
5
B
15
C
3
D
2

Slide 17 - Quiz

This item has no instructions

Je wil deze breuk vereenvoudigen.
Door welk getal deel de teller en de noemer?
126
A
2
B
6
C
3
D
12

Slide 18 - Quiz

This item has no instructions

Wat moet je als eerste doen als je twee niet gelijknamige breuken op moet tellen?
A
Gelijknamig maken ( de ondersten gelijk)
B
Bovenste x bovenste Onderste x onderste
C
Bovenste + bovenste Onderste + onderste
D
Ik heb geen idee

Slide 19 - Quiz

This item has no instructions

Slide 20 - Video

This item has no instructions

Wat is in deze breuk de teller?
A
3
B
2
C
5
D
6

Slide 21 - Quiz

This item has no instructions

Hoe noem je deze breuk?
A
kwart
B
half
C
driekwart
D
hele

Slide 22 - Quiz

This item has no instructions

Hoe noem je deze breuk?
A
2/3
B
1/4
C
1/5
D
1/3

Slide 23 - Quiz

This item has no instructions

Wat is de breuk van 30%
A
1/3
B
3/10
C
3/9
D
7/16

Slide 24 - Quiz

This item has no instructions

Breuken optellen

A
8/12
B
8/8
C
11/8
D
1 3/8

Slide 25 - Quiz

This item has no instructions

Ik vereenvoudig de breuk .... zo veel mogelijk.

De breuk wordt dan
A
1/2
B
2/3
C
3/7
D
6/14

Slide 26 - Quiz

This item has no instructions

Hoe noem je deze breuk?
A
1/3
B
2/3
C
2/4
D
3/4

Slide 27 - Quiz

This item has no instructions

Breuken optellen

A
4/10
B
4/8
C
5/8
D
7/8

Slide 28 - Quiz

This item has no instructions

Breuken optellen

A
4/10
B
7/8
C
4/8
D
7/16

Slide 29 - Quiz

This item has no instructions

Wat is in deze breuk de noemer?
A
3
B
2
C
5
D
6

Slide 30 - Quiz

Weten ze wat het begrip noemer is?
Van procent naar breuk
40% is ...
Schrijf de breuk
A
2/10
B
2/5
C
4/10
D
4/100

Slide 31 - Quiz

This item has no instructions

Welke breuk zie je hier?

A
4
B
4/8
C
6/4
D
4/10

Slide 32 - Quiz

This item has no instructions

Vereenvoudig de volgende breuk:

A
43
B
54
C
52
D
102

Slide 33 - Quiz

This item has no instructions

Welke breuk is het meest?
A
1 2/5
B
1 1/2
C
14/10
D
1 4/9

Slide 34 - Quiz

This item has no instructions

Ik kan nu een breuk vereenvoudigen.
😒🙁😐🙂😃

Slide 35 - Poll

This item has no instructions