Dementie

(latijn: dementia betekent 'ontgeest')
Dementie 


1 / 58
next
Slide 1: Slide
WelzijnMBOStudiejaar 2

This lesson contains 58 slides, with interactive quizzes, text slides and 7 videos.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

(latijn: dementia betekent 'ontgeest')
Dementie 


Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen


  • Je kan in eigen woorden uitleggen wat dementie is.
  • Je kan verschillende vormen van dementie reproduceren.
  • Je kan minimaal 3 kenmerken/ symptomen van dementie formuleren.
  • Je kan de verschillende stadia van dementie herkennen door observatie.
  • Je kan een voorbeeld noemen van een benaderingswijze bij mensen met dementie.

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Slide 3 - Video

This item has no instructions

Hoeveel ouderen met dementie wonen thuis?
A
25%
B
75%
C
50%
D
Iemand met dementie woont altijd in een verpleeghuis.

Slide 4 - Quiz

This item has no instructions

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Hoe komt het dat vrouwen meer kans hebben op dementie?

Slide 6 - Open question

This item has no instructions

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Grote zorgen...

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Slide 9 - Video

This item has no instructions

Kijk naar de volgende video en schrijf op welke signalen je van-beginnende- dementie jij ziet

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Slide 11 - Video

This item has no instructions

Fasen van dementie

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Slide 13 - Video

This item has no instructions

Slide 14 - Video

This item has no instructions

dementie = hersenenziekte

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Vormen van dementie
  • Alzheimer
  • Vasculaire dementie 
  • Frontaalkwab dementie (FTD)
  • Lewy-Body
  • Parkinson dementie
  • Korsakow



Slide 16 - Slide

Vasculaire dementie: Problemen in de doorbloeding van de hersenen veroorzaken deze ziekte. Bij één op de zes mensen met dementie is vaatschade de hoofdoorzaak.
Korsakov: Het syndroom van Korsakov is officieel geen dementie. Het wordt veroorzaakt door een ernstig tekort aan vitamine B1. Het komt vooral voor bij mensen met alcoholproblemen die zichzelf sterk verwaarlozen.
FTD: Fronto temporale dementie (FTD) komt vaak voor op jongere leeftijd. Veranderingen in het gedrag vallen meestal als eerste op. Ook taal en spraak kunnen aangetast zijn. Deze vorm van dementie ontstaat doordat hersencellen in de frontaalkwab (gedragsgebied) en de temporaalkwab (taalgebied) afsterven.
Lewy body: Symptomen kunnen heel verschillend zijn en per uur of dag verschillen.
Mensen met deze vorm van dementie vertonen vaak ook een aantal symptomen van de ziekte van Parkinson, zoals spierbevingen, stijfheid en een gebogen lichaamshouding.
Alzheimer
samenklonteren van eiwitten in de hersenen

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Vasculaire dementie
sle
slechte doorbloeding

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Slide 19 - Video

This item has no instructions

Frontotemporale dementie 
krimp en beschadiging van de hersenen (voorste delen)  

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Lewy Body Dementie










stapeling van eiwitten, Lewy lichaampjes genaamd, in de zenuwcellen van de hersenen

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Parkinson dementie

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Korsakow






een gedeelte van de hersenen wordt aangetast

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Slide 24 - Video

This item has no instructions

Symptomen

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Ga op zoek naar voorbeelden

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Specifieke gedragingen 
van cliënten met dementie

  • Perseveren
  • Confabuleren
  • Verzamelzucht
  • Achterdocht
  • Decorumverlies
Dwangmatig herhalen van vragen, opmerkingen (echolalie)
Het "opvullen" van gaten in het geheugen met (verzonnen) verhalen om de tekorten in het geheugen te verbloemen.
Verlies van waarden/normen (onaangepast gedrag).

Slide 27 - Slide

perseveren: niet meer kunnen stoppen met een handeling of onderwerp steeds herhalen
confabuleren: opvullen met fantasie

moeilijke woorden
persevereren - grenzeloos herhalen van emotie, geluid,  beweging
confabuleren - onjuiste herinneringen, eerlijk liegen
verzamelzucht - onophoudelijke drang tot verzamelen
achterdocht - geen vertrouwen in wat iemand doet of zegt
decorumverlies - verlies van waarden en normen, onaangepast gedrag

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Verloop dementie
  • Leven gemiddeld 8 jaar met de ziekte. 
  • Diagnose wordt gemiddeld na 14 maanden gesteld. Bij jonge mensen duurt dit > vier jaar. 
  • Aantal klachten en de ernst ervan neemt toe. 
  • Progressieve ziekte.


Bron: https://www.alzheimer-nederland.nl

Slide 29 - Slide

Mensen met dementie leven gemiddeld 8 jaar met de ziekte.
De diagnose wordt gemiddeld na 14 maanden gesteld. Bij jonge mensen is dit meer dan vier jaar.
Gedurende het ziekteproces neemt zowel het aantal klachten als de ernst ervan toe.
Progressieve ziekte: Er is geen genezing mogelijk voor dementie. Uiteindelijk overlijdt een patiënt aan de gevolgen van dementie.  
Fases dementie
1. Bedreigde ik -beginnende dementie
Beginnend- vergeetachtig voor omgeving nog niet altijd zichtbaar 
2. De verdwaalde ik - matige ernstige dementie
Matig- meer complexere taken, overzicht houden bijv financien, 'verdwaaldgevoel' 
3. De verborgen ik - ernstige dementie
Ernstig- orientatieproblemen, herkent
bijv mensen niet meer, tijdsbesef 
4. De verzonken ik - ernstige dementei
Taalproblemen en volledige afhankelijkheid 

Slide 30 - Slide

 Bedreigde ik = beginnende dementie
Verdwaalde ik = matig ernstige dementie
Verborgen ik = ernstige dementie (volledig afhankelijk)
Verzonken ik = (cliënt kan niet meer lopen, spreekt nauwelijks, ligt vaak in foetushouding als pasgeboren baby)

Zie thema 4.13 PBSD

Benaderen bij dementie?
  • Wijze waarop je een persoon met dementie benaderd is anders dan bij mensen zonder dementie.  
  • Zorg voor veiligheid en neem een persoon serieus 
  • Denk aan houding en taalgebruik
  • Sluit aan bij de belevingswereld
  • Zorg voor rustmomenten 

Slide 31 - Slide

Een groot deel van de communicatie met iemand met dementie bestaat uit lichaamstaal of non-verbale communicatie. Je naaste begrijpt je beter als je je woorden ondersteunt met gebaren. 

Wat je beter kunt laten:
corrigeren of tegenspreken; dat confronteert haar met de dingen die ze niet meer weet of kan en geeft haar het gevoel te falen; 
Met een harde stem of heel snel praten. Fluisteren is ook niet fijn, dat maakt haar achterdochtig;
Je naaste testen door vragen te stellen of door haar bijvoorbeeld de namen van de kinderen en de kleinkinderen op te laten noemen;
Je vrolijker voordoen dan je bent. Jouw humeur heeft invloed op je naaste, maar ze zal het niet begrijpen wanneer je vrolijk doet, maar het niet bent. Gebruik je humeur ook als graadmeter om stil te staan bij hoe je het zelf maakt. Trek op tijd aan de bel als je voelt dat je je groot probeert te houden;
Overvragen. Probeer te achterhalen wat je nog wel en wat je niet meer van je naaste mag verwachten.
Hoe ga je om met ...
Weet je dat niet meer?
Denk eens na. Dat weet je heus nog wel!
Dat heb ik nou al 20x gezegd.

Slide 32 - Slide

This item has no instructions

ROB 
Realiteits oriëntatie benadering
structuur- duidelijke dagindeling- vaste plek voor spullen- bekende mensen - vaste contactmomenten 
Geschikt in beginstadium dementie (bedreigde ik)

Slide 33 - Slide

This item has no instructions

Reminiscentie
Ophalen van herinneringen en het praten over  gebeurtenissen uit het leven -> kwaliteit van leven.
Geschikt voor de beginnende en matige fase.

Slide 34 - Slide

This item has no instructions

Validation 
Zorvrager leeft meer in het verleden, je gaat daar als zorgverlener in mee.
Inleven in de wereld van de zorgvrager:
gedachten en gevoelens zorgvrager herkennen en bevestigen. 
Geschikt voor de ernstige fase van 
dementie.

Slide 35 - Slide

This item has no instructions

Zintuigactivering 
Aanbieden van prikkels door zintuigen te activeren 
ruiken, proeven, voelen, zien en horen.
Bijv. snoezelen
Geschikt in laatste fase dementie  

Slide 36 - Slide

This item has no instructions

Welke hersenfunctie gaat bij dementie als eerst achteruit?
A
Het korte termijngeheugen
B
Het lange termijn geheugen

Slide 37 - Quiz

This item has no instructions

Persevereren
Confabuleren
Verzamelzucht
Achterdocht
Decorumverlies
Herhalen
Vertellen van verzinsels
Allerlei voorwerpen verzamelen
Gevoel dat iemand niet te vertrouwen is.
Er wordt gedrag vertoont dat niet aan de sociale omgeving van dat moment is aangepast

Slide 38 - Drag question

This item has no instructions

Hoeveel vrouwen krijgen dementie?
A
1 op de 3
B
1 op de 5
C
1 op de 7
D
1 op de 9

Slide 39 - Quiz

This item has no instructions

Wat is een voorbeeld van apraxie?

A
Niet meer weten hoe je moet lopen.
B
Verlies van zindelijkheid.
C
Vergeten hoe koffie gezet moet worden.
D
Het constante gebruik van scheldwoorden tijdens het communiceren.

Slide 40 - Quiz

This item has no instructions

Alzheimer
Vasculaire dementie
Lewy Body
Frontotemporale dementie
Komt op jongere leeftijd voor. Is erfelijk.
Trillen, gebogen houding, stijve spieren
Langzaam denken, spreken en handelen
De meest voorkomende vorm van dementie. 

Slide 41 - Drag question

This item has no instructions

De cliënt heeft vergevorderde dementie en ligt op bed. Welke benadering pas je toe?
A
ROB
B
Validation
C
Reminiscentie
D
Zintuigactivering

Slide 42 - Quiz

This item has no instructions

Hoe wordt het genoemd als iemand zich niet meer netjes gedraagt en zijn manieren verliest door dementie?
A
Manierenverlies
B
Decorumverlies
C
Waardenverlies
D
Formatieverlies

Slide 43 - Quiz

This item has no instructions

Wat is een voorbeeld een afasie?
A
Hakkelend een verhaal vertellen, niet de goede woorden weten
B
Agressief taalgebruik tijdens het communiceren
C
Termen uit andere, vroeger geleerde talen door de zinnen verwerken
D
niet meer praten

Slide 44 - Quiz

This item has no instructions

De cliënt zegt dat ze haar dochter van de kleuterschool moet ophalen. Welke benadering pas je toe.
A
ROB
B
Validation
C
Reminiscentie
D
Zintuigactivering

Slide 45 - Quiz

This item has no instructions

Hoeveel mannen krijgen dementie?
A
1 op de 3
B
1 op de 5
C
1 op de 7
D
1 op de 9

Slide 46 - Quiz

This item has no instructions

Wat betekent confabuleren?
A
De normen en waarden van iemand verdwijnen
B
Vol overtuiging hele verhalen vertellen die niet juist zijn
C
Stemmingsproblemen, bijvoorbeeld lusteloosheid, onverschilligheid en verlies van initiatief
D
Een handeling steeds maar weer herhalen

Slide 47 - Quiz

This item has no instructions

Wat is een voorbeeld van agnosie?
A
Het niet meer herkennen van eigen kinderen
B
Niet meer goed kunnen lopen
C
Het proces van de ogen, waardoor je langzaam blind wordt
D
In de toekomst kunnen kijken.

Slide 48 - Quiz

This item has no instructions

In welke fase is voorzichtig lichamelijk contact extra belangrijk?
A
Bij beginnende dementie
B
In de laatste fase van dementie

Slide 49 - Quiz

This item has no instructions

Stelling:
Een van de eerste verschijnselen van een dementie is de aantasting van het .....
A
Kortetermijngeheugen
B
Langetermijngeheugen
C
Oriëntatievermogen
D
Spraakvermogen

Slide 50 - Quiz

This item has no instructions

Een cliënt vergeet telkens waar zijn kamer is. Hoe zou je de cliënt kunnen helpen.
A
Rustig laten zoeken en meelopen als je tijd hebt
B
Een foto van vroeger op zijn deur plakken
C
Een foto van hoe hij er nú uitziet op zijn deur plakken
D
de deur in een opvallende kleur verven

Slide 51 - Quiz

This item has no instructions

Is dementie altijd progressief?
A
ja
B
nee

Slide 52 - Quiz

This item has no instructions

Korsakov kan een gevolg zijn van een alcoholverslaving. Mensen met Korsakov hebben een tekort aan...
A
IJzer
B
Vitamine B1
C
Cafeïne
D
Mineralen

Slide 53 - Quiz

This item has no instructions

Welke vorm van dementie komt meestal op jonge leeftijd voor?
A
Lewy Body
B
Alzheimer
C
FTD
D
Korsakow

Slide 54 - Quiz

This item has no instructions

Volgende week
Casuïstiek over onbegrepen gedrag

Slide 55 - Slide

This item has no instructions

"Ik ben al onder de douche geweest"

Slide 56 - Slide

This item has no instructions

"Ik heb slecht geslapen" 
"Er lopen steeds vreemde mensen bij me naar binnen"

Slide 57 - Slide

This item has no instructions

"Je denkt toch niet dat ik gek ben?"

Slide 58 - Slide

This item has no instructions