What is LessonUp
Search
Channels
Log in
Register
‹
Return to search
Molrekenen
Molrekenen
rekenen aan de mol, rekenen met de molverhouding
1 / 27
next
Slide 1:
Slide
Scheikunde
Middelbare school
havo, vwo
Leerjaar 4-6
This lesson contains
27 slides
, with
interactive quizzes
and
text slides
.
Start lesson
Save
Share
Print lesson
Items in this lesson
Molrekenen
rekenen aan de mol, rekenen met de molverhouding
Slide 1 - Slide
Welk mengsel is altijd helder?
A
Suspensie
B
Oplossing
C
Emulsie
D
Emulgator
Slide 2 - Quiz
Water gemengd met zand is een
A
Suspensie
B
Emulsie
C
Oplossing
Slide 3 - Quiz
Spa rood is een ?
A
suspensie
B
emulsie
C
oplossing
D
nevel
Slide 4 - Quiz
Hoe heet het mengsel van een vloeistof in een gas?
A
schuim
B
rook
C
oplossing
D
nevel
Slide 5 - Quiz
Wel woord moet je op de open plek invullen?
Een ...... is een gegeven dat meetbaar is.
A
eenheid
B
grootheid
C
afgeleide eenheid
D
SI-eenheid
Slide 6 - Quiz
De
molecuul massa
is de massa van...
A
...één molecuul
B
...heel veel moleculen
C
...van individuele atomen in een molecuul
D
...van 1,00 mol moleculen
Slide 7 - Quiz
De
molaire massa
is de massa van...
A
...één molecuul
B
...heel veel moleculen
C
...van individuele atomen in een molecuul
D
...van 1,00 mol moleculen
Slide 8 - Quiz
De molecuulmassa in u en de molaire massa in gram/mol zijn in getalswaarde gelijk.
A
Ja
B
Nee
Slide 9 - Quiz
Wat moet op de open plekken worden ingevuld?
Rekenen met rekendriehoeken kan helpen bij het sneller onder de knie krijgen van het rekenen aan reacties maar het is maar een truckje.
___________
X
n
M
m
mol
gram
rho
V
gram/mol
Slide 10 - Drag question
Wat is de eenheid van
chemische hoeveelheid
?
A
mol
B
gram/mol
C
u
D
gram
Slide 11 - Quiz
Welk gegeven heb je nodig om een volume om te rekenen naar massa?
A
constante van Avogadro
B
dichtheid
C
molariteit
D
molaire massa
Slide 12 - Quiz
klopt deze reactievergelijking?
A
ja
B
nee
Slide 13 - Quiz
De volgende reactievergelijking klopt niet:
FeO → Fe + O
Wat is er niet juist aan deze reactievergelijking?
A
De formule van ijzer moet niet Fe zijn, maar Fe2
B
De formule van zuurstof moet niet O zijn, maar O2
C
Het aantal ijzeratomen links en rechts van de pijl is niet gelijk aan elkaar
D
Het aantal zuurstofatomen links en rechts van de pijl is niet gelijk aan elkaar
Slide 14 - Quiz
Is deze reactievergelijking kloppend?
A
Ja
B
Nee
Slide 15 - Quiz
Wat is de kloppende reactievergelijking?
A
F
e
2
O
3
(
s
)
+
C
(
s
)
−
−
>
F
e
(
l
)
+
C
O
2
(
g
)
B
F
e
2
O
3
(
s
)
+
2
C
(
s
)
−
−
>
2
F
e
(
l
)
+
2
C
O
2
(
g
)
C
2
F
e
2
O
3
(
s
)
+
3
C
(
s
)
−
−
>
4
F
e
(
l
)
+
3
C
O
2
(
g
)
D
3
F
e
2
O
3
(
s
)
+
4
C
(
s
)
−
−
>
6
F
e
(
l
)
+
4
C
O
2
(
g
)
Slide 16 - Quiz
Hoeveel mol komt overeen met
8,00 gram methaan?
A
1,00 mol
B
0,50 mol
C
0,75 mol
D
2,00 mol
Slide 17 - Quiz
Hoeveel millimol komt overeen met 1,2 mol?
A
0,0012
B
1200000
C
1200
D
0,0000012
Slide 18 - Quiz
Welk gegeven heb je nodig om een massa om te rekenen naar mol?
A
constante van Avogadro
B
dichtheid
C
molariteit
D
molaire massa
Slide 19 - Quiz
Fe
3
O
4
+ 4 H
2
--> 3 Fe + 4 H
2
O
Wat is de molverhouding van deze reactie?
A
0 : 4 : 3 : 4
B
1 : 4 : 3 : 4
C
34 : 2 : 0 : 2
D
34 : 2 : 1 : 31
Slide 20 - Quiz
De molaire massa van bariumdichloride (BaCl
2
) is?
A
345,6 g/mol
B
403,1 g/mol
C
90,0g/mol
D
208,3g/mol
Slide 21 - Quiz
Bereken hoeveel gram overeenkomt met 0,32 mol stikstof
Slide 22 - Open question
Bereken hoeveel gram 4,0 mol salpeter (KNO
3
) is.
Slide 23 - Open question
We verbranden 25 gram butaangas (C
4
H
10
), bij verbranding is zuurstof nodig en ontstaat er waterdamp en koolstofdioxide.
Stel eerst de reactievergelijking op.
Bereken
hoeveel mol
koolstofdioxidegas er bij deze reactie vrijkomt?
A
25
B
0,43
C
1,7
D
0,11
Slide 24 - Quiz
We verbranden 25 gram butaangas (C
4
H
10
), volledig.
Stel eerst de reactievergelijking op.
Bereken hoeveel mol koolstofdioxidegas er bij deze reactie vrijkomt?
Uitwerking:
1 C
4
H
10
(g) + 13 O
2
(g) --> 8 CO
2
(g) + 10 H
2
O (g)
2 C
4
H
10
13 O
2
8 CO
2
10 H
2
O
molver houding
2
13
8
10
massa
25 gr.
molaire massa
58,12 g/mol
0,43014 mol
---------->
x
8
/
2
1,72058
~ 1,7 mol
Slide 25 - Slide
Bereken
hoeveel gram
waterdamp er bij deze reactie vrijkomt?
A
1,55
B
38,7
C
0,086
D
25
Slide 26 - Quiz
We verbranden 25 gram butaangas (C
4
H
10
), volledig.
Stel eerst de reactievergelijking op.
Bereken hoeveel mol koolstofdioxidegas er bij deze reactie vrijkomt?
Uitwerking:
1 C
4
H
10
(g) + 13 O
2
(g) --> 8 CO
2
(g) + 10 H
2
O (g)
2 C
4
H
10
13 O
2
8 CO
2
10 H
2
O
molver houding
2
13
8
10
massa
25 gr.
38,7474
~ 38,7 gr.
molaire massa
58,12 g/mol
18,016 g/mol
0,43014 mol
---------->
x
10
/
2
2,15072 mol
Slide 27 - Slide
More lessons like this
molrekenen
March 2023
- Lesson with
23 slides
Scheikunde
Middelbare school
havo, vwo
Leerjaar 4-6
Molrekenen
November 2022
- Lesson with
28 slides
Scheikunde
Middelbare school
havo, vwo
Leerjaar 4-6
Molrekenen
April 2023
- Lesson with
28 slides
Scheikunde
Middelbare school
havo, vwo
Leerjaar 4-6
chemisch rekenen
February 2025
- Lesson with
22 slides
Scheikunde
Middelbare school
havo, vwo
Leerjaar 4-6
chemisch rekenen
December 2022
- Lesson with
22 slides
Scheikunde
Middelbare school
havo, vwo
Leerjaar 4-6
chemisch rekenen
December 2024
- Lesson with
22 slides
Scheikunde
Middelbare school
havo, vwo
Leerjaar 4-6
chemisch rekenen
January 2025
- Lesson with
22 slides
Scheikunde
Middelbare school
havo, vwo
Leerjaar 4-6
5H Herhalingsles chemisch rekenen P1
September 2023
- Lesson with
24 slides
Scheikunde
Middelbare school
havo, vwo
Leerjaar 4-6