What is LessonUp
Search
Channels
Log in
Register
‹
Return to search
GMK Herhaling
GMK - Herhaling
1 / 43
next
Slide 1:
Slide
Geneesmiddelkennis
MBO
Studiejaar 2
This lesson contains
43 slides
, with
interactive quizzes
and
text slides
.
Lesson duration is:
60 min
Start lesson
Save
Share
Print lesson
Items in this lesson
GMK - Herhaling
Slide 1 - Slide
Vitamine D en calcium worden vaak samen gegeven. Waarom?
A
Calcium bevordert de opname van vitamine D
B
Vitamine D bevordert de opname van calcium
C
Calcium bevordert de aanmaak van vitamine D
D
Vitamine D bevordert de aanmaak van calcium
Slide 2 - Quiz
Welk middel moet na 5 jaar in principe stoppen?
A
Calciumcarbonaat
B
Colecalciferol
C
Risedroninezuur
D
Vitamine D
Slide 3 - Quiz
Welke hormoon is thyroxine?
A
TRH
B
TSH
C
T3
D
T4
Slide 4 - Quiz
De behandeling van hypothyreoïdie is:
A
Suppletie: met levothyroxine
B
Combinatie: thyreostaticum + levothyroxine
C
Titratie: monotherapie thyreostaticum
D
Anders
Slide 5 - Quiz
Wat gebeurt er meestal als je hyperthyreoïdie alleen met een thyreostaticum behandelt?
A
Te snel werkende schildklier
B
Te traag werkende schildklier
Slide 6 - Quiz
Wat is geen kenmerk van levothyroxine?
A
Op nuchtere maag innemen
B
Complexvorming met ijzer
C
Euthyrox, Thyrax
D
Weinig sterktes
Slide 7 - Quiz
Peter (8 jaar) gebruikt salbutamol en flixotide. Wat is juist?
A
Peter heeft COPD
B
Peter heeft astma
C
Peter heeft hooikoorts
D
Peter heeft een huisstofmijt allergie
Slide 8 - Quiz
Na een tijdje komt peter in de apotheek met schimmel in zijn mond. Wat is er mogelijk verkeerd gegaan?
A
Hij heeft niet rechtop gezeten tijdens inhalatie
B
Hij heeft zijn medicatie te vaak gebruikt
C
Hij is niet therapietrouw
D
Hij heeft zijn mond niet gespoeld na inhalatie
Slide 9 - Quiz
Welk middel is een kortwerkend sympathicomimeticum?
A
Fluticason
B
Salmeterol
C
Salbutamol
D
Formoterol
Slide 10 - Quiz
Welke bijwerkingen kan salbutamol geven?
A
Een vieze adem
B
Cariës
C
Verkleuring van tanden
D
Schimmelinfectie
Slide 11 - Quiz
Iemand komt een dosisaerosol ophalen. Je krijgt een melding over het toevoegen van een voorzetkamer. Is deze altijd nodig?
A
Alleen bij een slechte hand/long coördinatie
B
Alleen bij kinderen
C
Alleen als de patiënt dat prettig vindt
D
Ja, altijd
Slide 12 - Quiz
Welke instructie geef je mevrouw Benali mee voor het schoonmaken van de voorzetkamer?
A
Niet schoonmaken
B
Spoelen in een sopje en laten drogen aan de lucht
C
Spoelen in een sopje en goed drogen met een föhn
D
Spoelen in een sopje en goed drogen met een schone theedoek
Slide 13 - Quiz
Ethinylestradiol =
A
Oestrogeen
B
Progestageen
Slide 14 - Quiz
2
1
3
Slide 15 - Drag question
Wat is geen bijwerking tijdens langdurig gebruik van OAC ?
A
Gewichtstoename
B
Spotting
C
Tepelvloed
D
Trombose
Slide 16 - Quiz
Slide 17 - Slide
Wat is gebruik van een eenfase combinatiepil?
A
1x per dag voor 3 weken; dan 1 week niet
B
1x per dag continu
C
1x per week
D
1x per 12 weken
Slide 18 - Quiz
Welke anticonceptie bevat geen hormoon?
A
Evra
B
Flexi-T
C
Mirena
D
Nuvaring
Slide 19 - Quiz
Wanneer start je met de pil als je wil dat deze meteen betrouwbaar is?
A
1e dag van menstruatie
B
in het weekend
C
5 dagen na de menstruatie
D
meteen na de menstruatie
Slide 20 - Quiz
Wat is enzyminductie?
A
Vorming van meer afbraakenzymen
B
Vorming van minder afbraakenzymen
C
Verminderde opname
D
Andere verdeling van middel
Slide 21 - Quiz
Tot hoelang moet je foliumzuur gebruiken?
A
Tot je zwanger bent
B
Totdat je 1 maand zwanger bent
C
Totdat je 10 weken zwanger bent
D
De hele zwangerschap
Slide 22 - Quiz
Wat is het beste moment om te controleren of een middel bij zwangerschap gebruikt mag worden?
A
Bij kinderwens
B
Zo snel mogelijk als zwanger
C
Ergens in 1ste trimester
D
Ergens in 2de trimester
Slide 23 - Quiz
Welk middel wordt bij reuma 1x per week gebruikt, maar kan ook bij kanker gebruikt worden?
A
Diclofenac
B
Hydrochloroquine (Plaquenil)
C
Methotrexaat (Metoject)
D
Sulfasalzine
Slide 24 - Quiz
I Een bactericide antibioticum werkt tegen griep
II Resistentie betekent dat de bacterie ongevoelig is voor het antibioticum
A
Beide stellingen zijn juist
B
Beide stellingen zijn onjuist
C
Stelling 1 is juist. Stelling 2 is onjuist
D
Stelling 1 is onjuist. Stelling 2 is juist
Slide 25 - Quiz
Wat is een kenmerk van amoxicilline?
A
Alleen beschikbaar als tablet
B
Mag gebruikt bij een penicilline-allergie
C
Bijwerking: Overgevoelig voor UV-licht
D
Vaak in combinatie met clavulaanzuur
Slide 26 - Quiz
Over welke term gaat dit?
'' Dit type antibioticum is werkzaam tegen weinig soorten bacteriën''
A
Breed spectrum
B
Smal spectrum
C
Bactericide
D
Bacteriostatisch
Slide 27 - Quiz
Wat is de indicatie van 'nitrofurantoïne'?
A
Incontinentie
B
Prostaatklachten
C
Reizigersdiarree
D
Urineweginfectie
Slide 28 - Quiz
Wat klopt over 'indifferente dermatica'?
A
Belangrijk om dun te smeren
B
Kan meteen na het aanbrengen van corticosteroïden op de huid aangebracht worden
C
Werkzame stof is 'lanette'
D
Zit geen werkzame stof in
Slide 29 - Quiz
Wat is een kenmerk van de behandeling met corticosteroïden op de huid?
A
Vaak monotherapie
B
Dik smeren
C
Bijwerking atrofie
D
Verschillende geneesmiddelen zijn gelijkwaardig in effect
Slide 30 - Quiz
Hoelang moet je een anti-mycoticum gebruiken?
A
Altijd 7 dagen gebruiken
B
Tot de klachten weg zijn
C
tot 7-10 dagen nadat de klachten weg zijn
D
weet ik niet
Slide 31 - Quiz
Welk corticosteroïd voor op de huid is een klasse 2?
A
Betamethason
B
Clobetasol
C
Hydrocortison
D
Triamcinolon
Slide 32 - Quiz
Wat klopt over fusidinezuur?
A
Gebruik: na 6 weken evalueren
B
Geneesmiddelgroep: antibiotica
C
Indicatie: prostaatklachten
D
Toedieningsvorm: tablet
Slide 33 - Quiz
Dit geneesmiddel ontspant de spieren van de blaas en de prostaat.
A
Sildenafil
B
Solifenacine
C
Tamsulosine
D
Tetanus-toxoïde
Slide 34 - Quiz
Wat is een bijwerking van solifenacine (vesicare)?
A
Blozen
B
Diarree
C
Droge mond
D
Hypotensie
Slide 35 - Quiz
De indicatie van tamsulosine is:
A
Erectieproblemen
B
Prostaatklachten
C
Stress-incontinentie
D
Urge-incontinentie
Slide 36 - Quiz
Wat is de toedieningsvorm van fosfomycine?
A
Cutaan
B
Oraal
C
Poeder voor drank
D
Tablet
Slide 37 - Quiz
welk middel is een antidepressivum
A
olanzapine
B
metoprolol
C
oxazepam
D
lithium
Slide 38 - Quiz
wat is een bijwerking van antidepressiva
A
slapeloosheid
B
hoofdpijn
C
gewichtstoename
D
alle antwoorden
Slide 39 - Quiz
Hoeveel weken duurt het voordat anti-depressiva echt werken
Slide 40 - Open question
Bij welke aandoening wordt lithium gebruikt
A
bipolaire stoornis
B
psychose
Slide 41 - Quiz
wat is een bijwerking van antipsychotica
A
diarree
B
hoofdpijn
C
jeuk
D
droge mond
Slide 42 - Quiz
welke middelen zijn anti-psychotica
A
olanzapine en haloperidol
B
oxazepam en diazepam
Slide 43 - Quiz
More lessons like this
GMK AA P2.3 - Herhaling
October 2024
- Lesson with
44 slides
Geneesmiddelkennis
MBO
Studiejaar 2
GMK P1.4 - Herhaling
May 2023
- Lesson with
20 slides
Geneesmiddelkennis
MBO
Studiejaar 1
GMK P1.2 bbl da - Herhaling
June 2023
- Lesson with
20 slides
Geneesmiddelkennis
MBO
Studiejaar 1
GMK Reumatische aandoeningen en Jicht
January 2023
- Lesson with
29 slides
GMK
MBO
Studiejaar 1
GMK P1.4 - Herhaling
May 2023
- Lesson with
28 slides
Geneesmiddelkennis
MBO
Studiejaar 1
GMK P1.2 - Herhaling
December 2021
- Lesson with
38 slides
Geneesmiddelkennis
MBO
Studiejaar 1
Herhaling GMK - Infecties, Urinewegen, huid
December 2023
- Lesson with
22 slides
Geneesmiddelkennis
MBO
Studiejaar 1,3
GMK P1.2 Herhaling 22-23
January 2023
- Lesson with
25 slides
GMK
MBO
Studiejaar 1